Order en regelement geformeert by den heer stadhouder des quartiers van Kempeland en d'president en schepenen van de vryheyd Oirle en Meerfelthoven (1754)

In agt genomen hebbende de schaden en ruine die door brant werden gecouseert veeltyts toekoomende door nalatigheyd of negligentie en versuym van niet wel te conserveeren zyn vuer en ligt als anders hebbende derhalve om 't selve te prevenieeren soo veel moogelyk als meede om niet te weeze gepriveert van eenige remisse van 's lands weegen die uyt ooirsake van brand anders soude werden verleent uyt cragte van haar hoog mog. speciale resolutie van den 6 feb. 1732 ten dien respecte over de dorpen, plaetsen en en plaetsen in 't district van de generaliteyt geemaneert en hebben goedgevonden by dese wel expresselyk te ordonneere en te statueere.

Art. 1

Eerstelyk dat voortaan niemand wie hy soude mogen weesen jongh of oud soo wel ingesete als vreemdelinge met geen pyp toeback rokende sal mogen gaen over den door de gemeene straeten als meede op of in eenige neeren, schuuren, stallen, torfschoppen en torfmeyten nog in die van hooy en strooy.

2

Ten tweede sal een ider ingeseten gehouden wesen sig te voorsien van een lantaren wel digt met glas of hooren.

3

Ten derde sal niemand wie hy zy met geen brande lamp, kaerse of ligt mogen gaen langs de gemene straeten op de voorstal, neere, schuur, stal, torfschop, mitsgaders strooymyt als in de beslooten lantaren als art. 2 gesyt is.

4

Ten vierden sal niemant voortaen eenig vlas of hennep in de backovens of daer boven opleggen om te drogen veel min by avonde met lig swengel of hekelen en vlas of hennep sal mogen drogen of kuylen daer toe drie roede van de huysen te maken.

5

Ten vyfden sal niemant heytorf ontrent den vuurhert mogen leggen dan ter distinantie van een roede.

6

Ten sesde sullen geen ashoopen gemaakt mogen worden dan een roede lengte van de huysen en die daar nu zyn digter als een roede sullen binnen agt dagen moeten geruymt worden en telkens de heete asschen moeten worden ondergeschrap.
Als oog(!) geen asschen in de stalle, neere, huysinge of kaamers te leggen zonder behoorlyke consent van de magistraet ten eynde die soude connen oordeelen ofte asschen in sodanige huysinge, camers, etc te leggen geen brand soude konnen ontstaen of veroorsake.

7

Ten sevende dat geen kinderen eenig vuur sullen mogen stoken op de gemene straten.

8

Ten agsten word meede geordineert dat daar geen schoorsteen in de huysinge zyn, de eygenaers gehouden sullen weesen een vuuruyst te maken van steen ten minsten drie of vier voeten hoog boven de grond en de huysinge daar schoorstenen zyn, edog niet van steen soo sullen die met leem dick moeten besmeert worden en de pyp van steen ten minsten vier voeten boven het dack uytsteken.

9

Ten negende sal een ider gehouden wesen zyn backoven wel te voorsien en soo die buyten het huis zyn van de huysinge moeten afleggen ten distennantie van ten minsten 40 a 50 voeten en soo eenig binnen de huysinge syn leggende soo sal de schoorstenen van die ovens gemetselt moeten zyn en vier voeten boven het dack uytkomen als voor. Sullen sodanige backovens ryn van boven, besyden en onderen moeten gehouden worden en ook geen slaepplaetse op sodanige ovens gemaakt worden.

10

Ten tienden dat niemand syn koets of betsteede met geen hooy of strooy boven op sal mogen leggen of toelegge.

11

Ten elfden geen myten van turf, hooy of strooy sal tegen den schoorsteen mogen leggen als ten minsten vier voeten van de selve.

12

Ten twalfden ook sullen niet worden geset eenige muyten van turf, hout van mutserd of ander houd of strooy nog eenig schoppen maken of setten op de straeten op peene dat die geene die jegenwoordig nog mogte staen binnen den tyd van 14 dagen sullen geruymt worden.

13

Ten dartienden een ider huysgesin sal gehouden weesen sig te voorsien binnen den teyd van veertien dagen na den dag van publicatie van een vuurhaak, een emmer bequaem om in cas van brand (dat god verhoede) gebragt te kunnen worden, als mede van leer of ladder ten minsten twalf voeten lang, dog hoevenaers, grote geërfdens sullen een leer moeten hebben van 20 a 25 voeten, welken emmer vol waeter, den ladder als ook den lantaren ten dagen van de visitatie hier na gespecificeerd voor zyn deur gereet sal moeten stellen om dat by heeren visituren blyken sal de volgens de orders is voldaan is.

14

Ten veertienden sal een ider syn put moeten uytscheppen en diepen dat se in droge somers met genoegsaem water kan voorsien zyn en die omheynen met een putkuip van steen, plancken of tuynwerk ten minsten drie voeten hoog en voorzien van een putmik, swengel en roey met een haek daar aan.

15

Ten vyftienden dat de waeterpoelen en cuylen soo van gemeente als particuliere sullen moeten worden gediept, gebreet en geveegt als van de put gesegt is.

16

Ten sestienden ingeval van brant 't geene god verhoeden den geenen sulx overkoomende sal aenstonts daer van kennis moeten geeven aan den heer stathouder of aan zyn gecomiteerd en aan twee van de nabuurige schepenen om de nodige ordre te stellen die een yder sal moeten observeeren.

17

Ook sal de klock ten eersten door den nabuurige rotmeester moeten getrocken worden. Als wanneer een yder sulks hoorende uyt ider huys een persoon sal moeten koomen tot atsistentie gewapent een vuurhaak [doorgehaald] en emmer om den brant te helpen blusschen.

18

Ten agtienden soo indien het gebeurde dat imant deese vooren staende of navolgende articulen quamen te contraveneeren of overtreden soo sullen de contraventeurs op elck point en soo menigmael sulx koomt te geschieden vervallen in een boeten van drie gulden ten behoeven van de heer officier waar van een derde genieten sal den geene die de calanges sal komen te doen, tot welke calanges by deese gauthoriseert worden alle die geene de welke onder eed staan en sullen de ouders aanspreekelyk weesen voor haare kinderen, de meesters en vrouwen voor haar knegten en dienstmyden, welke peene en boete uyt kragte van haar hoog mo. resolutie van den 6 feb. 1732 by parate executie werden ingevordert.

19

Den negentiende ende ingeval de ovens, schoorsteenen niet behoorlyck zyn voorsien soo sullen de heeren visitatoore(!) bevoegt zyn die door den voster met een hamer te laten inslaen en egter de gestatueerde boete moeten worden voldaen.

20

Ten twintigste sullen de herrebergiers die uytspanninge hebben welke hangblakers in der selver stallinge of schueren syn hangende sorg moeten dragen dat de gemelde blakers met glas of hooren moeten voorsien zyn, ten eynde de kars daer in gestelt worden om in de stalle te lugten daar uyt niet kan vallen aangesien daar door brant souden konnen ontstaan als meede en voor al sorg dragen dat sy daar passagiers, dienstbodens ofte andere met geen brandende toeback pypen in de voors. stallen of schuure mogen werden gegaen alle op peene als art. 18 breder geextendeert en uytgedrukt.

21

Den een en twintigsten wert ook geinterdeseert dat geene weerden of werdinne aan eenige ingesetenen sullen mogen tappen of schenken eenige dranken of met de kaart sullen moogen laten spelen. Ook dat geen ingesetenen in de herreberge sullen mogen blyven sitten des winters na tien uuren en des somers naer elf uuren, werdende voor winter sasoen gehouden van half september tot half maart en ingeval de selve ingeseetenen onwillig waaren op 't versoek van den weerd of weerdinnen na huys te gaen soe dal de weerd of weerdinne vry en exempt zyn van eenige peene en dat specialyk om redenen ten respecte van deese art. dat men verschyde rysen ondervonden heeft dat de ingesetenen snagts uyt de herberge naer huys gaen beschonken synde met een pyp rookende over straet gaende en soo in een schop of schuur met de rokende pyo in de mont neervallende gaen slapen waardoor ligt brant werd gecouseert als andersints.

22

En op dat dit reglement en ordonnantie behoorlyk en naukeurig magh werden geobserveert en naergecomen soo sal het selve jaarlyx op den 2 sondagh in april binnen de voors. dingebanke Oerle en Meerfelthoven door den voster ter plaetse gewoonlyk werden gepubliceert op dat een idr (!) ingesetenen sig daar na kan reguleeren en alle reeden van ingnorantie of niet te weeten werden voorgecomen.
Sullende ook twee mael des jaars als den eersten dynsdag in mey over Oirle en den eersten woensdag in mey over Meerfelthoven by den respectieve schepenen ider in zyn destrict of parochie nevens de gecomiteerde van den heer officier of de heer officier selfs visitastatie als voor art. 13 gestelt sal worden gedaen en de schauw voeren aan schoorsteenen en schouwe en den eersten dynsdag in october over de waterpoelen en putte ten eynde aan haar eerwaerde blyken mag of alles conform dit reglement werd geobserveert en indien imant bevonden mogte worden contrarie deese gedaan te hebben sullen de selve voor de gestatueerde boeten aanspreekelyk zyn na voorgaende ondersoek en disopservantie actum Oirle den sestienden mey 1700 vier en vyftig.

Bron: SRE AA Oerle 8 f 5 16-5-1754

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 3 oktober 2009.