Reglement voor den gemeente van Oerle tot conservatie en bestier van de selve het schutten van beesten en schapen, houden der wagten als andere zaken ten nutte der gemeentens geformeert en gearresteerd cragtens de publicatie van de representanten van Bataafs Braband dato 27 mey en 12 december 1796

art 1

Nimant sal na publicatie dese buyten de nabuuren van Oerle de gemeentens aldaer mogen gebruyken, het zy met beesten, paerden of schapen te wyde, heyde te mayen, vlaggen of turf steken op verbeurte van een boete van ses guldens voor ider contraventie.

2

Niemant der inwoonders zal op de gemeente enige heyde mogen mayen, turf of vlaggen steken zonder permissie van scheepenen op een boete van 3 guldens.

3

Ingeval eenige buyten lieden byen op de gemeente willen setten zullen daer toe permissie van scheepenen van de plaets moeten vragen en betalen ten behoeven der gemeente van ideren stok eene stuyver op poene van te verbeuren voor ideren stok beyen 10 st.

4

Nimant der inwoonders zal binnen de afgeteekende paalen op de gemeente enigen turf mogen steken op eene boete van 3 gulden.

5

Nimant zal eenige vorst of grafrussen mogen steken of halen als in de maand september, waar toe die geene welke deselve zal willen steeken zig by een der scheepenen sal moeten addresseren en schriftelyk permissie vragen op verbeurte van f3.-.- en zal een ider van de voors. russen niet meer mogen halen als hy nodig heeft en deselve binnen drie dagen na datse gehaelt zyn moeten gebruyken op verbeurte van gelyke f3..-.-.

6

Die bevonden word de voors. gestoken russen aen stukken gestoken, gesneden of in huys gebragt te hebben zal mede verbeuren gelyke somme van f3.-.- ten welken eynde het aan regenten zal vrystaen om de huysen, schuuren en schoppen ten allen tyden te mogen visiteren.

7

Die leem steekt zal gehouden zyn een roede bosse maat van den wegen, wallen en voorpoting van de landeryen af te blyven op de boete van f 1.-.- en verder de gemaekte kuylen toe te moeten maeken op verbeurte als voor.

8

Die gene welke enig gras of ander gewas op de gemeente of op een anders grond afsneyd, mayd of door schapen of beesten laat afwyden, heggen of hagen afstroopt, hout afkapt, sneyd of raapt zal verbeuren eene boete van f1.4.- voor en na zonnen op of ondergang dubbeld.

9

Niemant zal vermogen enige ongehagte beesten over de lywegen door de akkers te dryven op de boete van 10 st. voor ider beest te verbeuren.

10

Niemant sal enige schapen mogen weyden op de gemeente binnen de paelhopen op de poene van te verbeuren voor ider schaap 2 st.

11

Die met zyn schapen op een anders erf weydende bevonden word, zonder schriftelyk consent of bywesen van den eygenaer, ingeval dese het zelvs gebruykt of van den huurder van het land zal met zyn schapen het regt van schutten hier op art. 20 onderhevig syn en consent hebbende, verpligt wesen aanstons aen den schutter te vertonen.

12

Niemant sal met syn schapen in enige straten tussen de gecultiveerde landen, houtbossen of weyvelden mogen komen, als allenig in die straten of weg welke direct van den stal naer de gemeente loopt, wanneer zy alleen deselve daer door sullen mogen dryven, sonder die langst de kanten of hagen te doen weyden op verbeurte van f 3.-.-.

13

Men sal egter ook de schapen in andere straaten als hier voor gemelt mogen dryven te weten om in het voorjaer het koorn in het land te doen afwyden, soo als dit wel gebruykelyk is, mits dit geschiedende onder dese precautien namentlyk met schriftelyk consent van den eygenaer of gebruyker van het land en dat de schapen onderwegen niet worden opgehouden om in de straten of andere landeryen te grasen.

14

Niemant sal eenige beesten of schapen in een anders landen of bosschen mogen laten weyden of derselver kanten daer mede doen afweyden, ten zy met schriftelyk consent van den eygenaer of gebruyker en geen beesten tussen den huysen of weven doen wyden dan wanneer zy met touwen zyn vastgemaakt op de boeten hier na gemelt.

15

En op dat het geene voors. staat exactelyk worde nagekomen, zoo sal het aan een ider vrystaen om de schapen en andere beesten welke hy contrarie aen het voors. gestatueerde in zyn eygen of gehuurt land, bossen of weyden ten bywesen van twee geloofweerdige getuygen weydende vind te schutten en in de schutskooy of andere bekwame plaets te brengen sullende een persoon onder eedt staende altoos alleen geloof meriteren.

16

Indien enig vee het welk men wilde schutten door den eygenaar of hoeder van het selve mogt ontjaegd worden zal niet te min de hier na te meldene boeten of schutgelt van ider stuks vee betaelt moeten worden.

17

Den eygenaer of huurder van het land of bossen sal het vee zodanig daer af moeten jagen of slaen, dat hetzelve geen letsel daer van bekomen.

18

Een ider der schepenen en borgemeesters in der tyd, mitsgaders de gesworen schutters, vorster of bedeljagers worden by desen geauthoriseert en belast om op de contraventien tegens dit reglement te vigileeren als mede het vee dat zy also bevinden in de schutskooy of andere bekwame plaets te brengen en vervolgens aen een der schepenen van het gehugt uyt de de plaets waar onder het vee bevonden is van gedane schutting aanstons kennis te geven, zullende de voors. personen ider afzonderlyk op den eedt of beloften in den aanvang van hunnen bedieningen gedaen geloof meriteren.

19

Den vorster sal verpligt wesen om aenstons na de gedane schutting behoorlyke denuntiatie of weete aen den eygenaer van het vee te doen met requisitie om het zelve te komen relaxeeren.

20

Den eygenaar sal als dan vervallen zyn in den boeten of schutgelt van 10 stuyvers voor elk paerd, vyftien st. voor ider runtbeest en voor ider schaap en ander vee hier niet gemelt drie stuyvers, mitsgaders ook moeten betalen de kosten van adsistentie, het regt van sluyten en ontsluyten (des noods) ter taxatie van schepen van den plaets, waar onder de schutting is gedaen, ingeval de gecalangeerde over het een of ander zig beswaert mogt vinden.

21

Ingeval de eygenaer van het geschutte vee voor het ingaen van de nagt of voor het eyndigen van deselven de lossing doet, sal denselven met voors. schutgelt en onkosten in bovengenoemde art. vermelt volstaen behalven het salaris van den vorster voor het doen der aensegging.

22

Ingeval den eygenaer van het geschutte vee niet mogt bekent zyn of dat denselven binnen 24 uuren na de gedane aansegging niet hadde gelost zoo sal den vorster met voorkennis van schepenen by publicatie aen den volke bekent maken, dat het geschutte vee na verloop van 3 maal 24 uuren tot verhaal van den boeten of schutgelt en verdere onkosten publicq sal worden verkogt.

23

Indien den eygenaar van het schutte vee hetzelve voor de verkoping lost zal hy volstaan met de betaling van het voor genoemde schutgelt met salaris van aansegging en publicatie voor den vorster, mitsgaders voor het oppassen en voeder binnen 24 uuren voor ider dag en nagt van een paard 12 stuyvers, voor een runtbeest 8 stuyvers, van een schaap of varken 4 stuyvers boven en behalve de schadevergoeding aen den eygenaer of huurder des lands ter tauxatie van schepenen en verder geresen onkosten.

24

Indien het schutte vee niet word gelost zoo sal de verkoping door den vorster ten overstaan van schepenen moeten geschieden en uyt de cooppenningen sal moeten betaeld worden het schutgeld en geresen onkosten, voeder en bewaergelt als ook de kosten op 't doen der verkoping vallende, met de schade door het geschutte vee veroorsaakt, de overschietende penningen zullen ter secretarye geconsigneerd worden om door den eygenaer aldaar te worden geligt.

25

Het schutgeld van het geschutte vee zal genoten worden een derde part voor den vorster, schutter of die geene welke de schutting sal hebben gedaen, een derde part voor den armen vande plaets en het overige derde part mede voor die welke de schutting heeft gedaen.

26

Die eenige ruyge beesten, schapen of paerden hebben sullen die op hun eygen erf 6 weken en niet langer moeten houden op verbeurte van f6.-.- zoo dikwels als hun dit sal aengesegt en de beesten niet uyt het dorp weggeruymt zyn.

27

Indien de regenten ordonneren straaten, wegen of dyken te maken of repareren, rivieren of lygragten te vegen of gemeentens gronden te beplanten zal uyt ider huys een man met het daer toe dienende gereedschap op de bepaalden dag, uur en plaats moeten komen en van daer niet mogen vertrekken voor en al eer het werk geheel zal zyn afgemaekt, sonder dat hier toe vrouwlieden of jongens onder den 16 jaren sullen toegelaten worden, alles op een boete van 12 stuyvers te verbeuren by dat huysgesin, welke geen man gesonden of welkers gesondene sonder verlof henen gedaen zynde.
De boetens in desen art. vermelt zullen verdeelt worden als volgt: 1/3 part voor den rotmeester en 2/3 tot vertering voor die geene welke aen het werk arbeyden, welke boeten by parate executie en dadelyke uytpanding zullen worden ingevordert en den geexecuteerde ingebreken blyvende om binnen ses uuren zyn gepande goederen te lossen sal sulks na eene publicatie door den vorster publicq ten overstaan van schepenen worden verkogt, welke kosten als dan mede door den geexecuteerde zullen moeten worden betaeld.
Den huysen waar in geen manspersonen ouder als 16 jaren of beneden de 70 wonen zullen van desen last verschoont zyn.

28

Om dit reglement effect te doen sorteren zal door de regenten op de voors. dorpen worden aengesteld geloofbare lieden tot schutters of heemraden welke sullen moeten beloven en sweeren dat zy dit reglement soo veel hun aengaet sullen nakomen en desen post moeten aennemen op verbeurte van drie guldens.

29

Binnen de voors. dorpen zal des winters by ordonnantie van scheepenen en rotmeesters namentlyk van den 1e november tot den 1e maart den wagt worden gehouden van savons tien tot smorgens 4 uuren en des somers van savons elf tot smorgens drie uuren op een boeten van f1.-.- voor ider terug blyvende te verbeuren aen wie de aansegging zal syn gedaen.

30

De voors. wagt sal met alle discretie moeten geschieden zonder buyten noodzaekelykheyd aen enige huysen te kloppen of geraes te maken, echter sal de wagt gehoudn syn aen de huysen van den rotmeester of by een der schepenen soo als aen hun aengesegt sal worden alle twee uuren een teeken te geven van hun waken op verbeurte van f 3.-.- door de gehele wagt te verbeuren.

31

De gemelde wagt sal moeten gehouden worden door weerbare mannen met behoorlyk geweer voorsien, sonder dat daer toe vrouwlieden of jongens onder de 16 jaren out sullen worden geadmitteerd.
Die genen welke nalatig zyn om op hun beurt een man te zenden, sullen deswegens verbeuren eenen boeten van f 1.-.-, dan zullen de huysgesinnen waer in sig niet dan vrouwlieden, manlieden boven de 70 jaar en kinderen onder de 16 jaren bevinden van het waken vry syn.

32

Die de wagt houden zullen op alle vreemde en suspecte personen die sy ontdekken agt slaen, die aenhouden en aen het huys van een der schepenen van die plaets daer sulks voorgevallen is overbrengen om geëxamineerd en gehoort te worden.

33

Wanneer die geene welke de wagt houden, bevinden dat aen de huysen der onwoonders enig molest geschiet, zullen zy de naeste buuren moeten oproepen en hun daer van kennis geven om den dader of daders indien mogelyk aen te houden en deselve als voor te brengen.

34

De herbergiers sullen geen suspecte personen mogen logeeren zonder kennisgeving aen een der schepenen van den plaats daer sulks voorvalt op peene by den lande daer op gesteld.

35

Telken rysen sullen er zoo veel personen op de wagt moeten trekken als de omstandigheden van zaken zullen vereyssen.
De bepaling van het vermeerderen of verminderen van de wagt sal staan aen de regenten met overlegging van de rotmeesters.

36

Die geen welke laest de wagt hebben sullen soo dra mogelyk aen die welke op hun volgen moeten aenseggen dat sy de volgende nagt op de wagt moeten trekken. Deese bekentmaking sal ten minsten een uur voor sonnenondergang moeten geschieden op de verbeurte van eenen gulden, door de nalatige te verbeuren.

37

Alle de inwoonders worden mits desen gelast wanneer sy eenige vreemde of suspecte personen het zy by dagen of nagten binnen hunnen plaets gewaer worden, aenstons aen een der schepenen bekent te maken, om daer mede naer bevind van saken te handelen.

38

Ingevalle de regenten mogten ordonneren dat zoo wel by dagen als by nagten de wagten zullen gehouden worden zullen de ingesetenen deselver orders moeten nakomen op deselve boetens als hier voor ontrent het houden van de wagten by den nagt is gestatueerd.

39

Door de regenten zullen zoo veel rotmeesters om de 2 jaar worden aangesteld, als sy sullen nodig oordeelen, welke deese post sullen moeten aenveerden op verbeurte van drie gulden door den onwilligen te verbeuren ten behoeven van den armen paratelyk te executeren.

40

Voor de boetens betrekkelyk het houden van den wagt te verbeuren zullen de ouders voor hunne kinderen en de meesters voor hunne dienstbodens aensprekelyk syn.
Deselve boetens sullen in drie deelen gedeelt worden, een derde voor den rotmeester, 1/3 voor den aenbrenger en 1/3 voor den armen van den plaets daer de schuldige woonen en ingeval er geen aanbrenger is 2/3 voor den gemelden armen, welke boetens by parate executie en dadelyke uytpandinge door den vorster van voors. plaetsen sal worden ingevordert.

Aldus dit vorenstaende reglement geformeert en gearresteerd by de leden van de municipaliteyt van Oerle op heden in den raadhuysen aldaer den ses en twintigsten mey 1700 seven en negentig en sal hier van extract opzegel worden uytgemaekt en op zondag den agt en twintigsten dito aen den volke worden bekent gemaekt, wanneer het zelve zal beginnen te werken en vervolgens alle jaren eens in de maend mey door den vorster of desselvs gelaste binnen desen dorpe worden gepubliceert.

Bron: SRE Oerle 9 f 71v 26-5-1797

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 3 oktober 2009.