Schut- en schouwreglement voor het vrijdom Othen jurisdictie der stad 's Hertogenbosch (1842)

Artikel 1

Het zal aan niemand vrijstaan om eenige paarden, runderen of ander vee, hoe ook genaamd te laten loopen of hoeden op het 1and van anderen noch de kanten van hetzelve daarmede te laten afweiden, ten zij de hoeder van het vee in dit geval voorzien zij van een schriftelijk consent van den eigenaar of gebruiker van het land. Zoo bevonden mogt worden dat hieraan niet voldaan zij kan dat vee geschut en het hierna bepaalde schutgeld daarop gesteld worden, onverminderd de policiestraffen, welke de overtreders ten deze mogten hebben geincurreerd.

Art 2

Niemand zal op eenig tijdstip van het jaar eenige varkens mogen laten los loopen, maar zal een ieder ten stiptste gehouden zijn om indien het gebruik der open lucht tot gezondheid der varkens noodig mogte worden geoordeeld, dezelve in goed getuinde kooijen optesluiten of aan behoorlijke touwen vasttezetten, en wel zoodanig, dat anderen hierdoor geen last kunnen hebben of hierdoor eenig nadeel kan worden toegebragt, zoo iemand zich, niettegenstaande dit verbod, mogt veroorloven zijn varken of zijne varkens te laten los loopen, zal het aan ieder vrijstaan, om hetzelve of dezelve te schutten en het hierna te bepalen schutgeld daarop te stellen.

Art 3

Aan niemand is toegestaan om schapen of geiten te weiden, dan alleen en uitsluitend op zijn eigen land of op datgene hetwelk hij door pacht of huur in gebruik heeft doch zal hij ten allen tijde en in allen geval moeten zorgen, dat de schapen of geiten geen nadeel aan anderen kunnen toebrengen.
Zoo aan dit bepaalde door de eigenaars van schapen of geiten niet mogt worden voldaan en de schapen of geiten op het land of op het eigendom van anderen mogten bevonden worden te weiden of te loopen, zal het den eigenaar of vruchtgebruiker van dat land vrij staan de schapen of geiten dadelijk naar de schutskooi te brengen en op ieder schaap of op iedere geit voor schutgeld te stellen 15 cents onverminderd het schutgeld, hierna te bepalen.

Bepalingen van het gewoon schut- en sluitgeld in het algemeen

Art 4

Voor een rund, paard of varken welke bij den dag geschut worden, eens...... f - 4o. Van twee of meer stuk vee, aan denzelven eigenaar toebehoorende ............... - 8o. Indien de schutting geschied in de nacht, waardoor moet worden verstaan
een uur voor den opgang der zon en een uur naden ondergang derzelve,
zal in elk geval het schutgeld het dubbel bedragen.....memorie.
Alles onverminderd het sluitgeld, hetwelk door iederen eigenaar
van geschut vee zal moeten worden betaald en hetwelk wordt
bepaald voor ieder geval van schutting, op eene somme van.......................... f - 10.

Art 5

Indien er ongeringde varkens mogten worden geschut, zal de eigenaar
dier varkens boven het hierboven bepaalde schutgeld, voor ieder varken nog extra moeten betalen ..................................................... - 40.

Art 6

Zoo er eenig vee, het zij paarden, runderen, varkens, schapen of geiten mogten bevonden worden de aan de dijken, wegen, stegen of op andere plaatsen staande houtgewassen, door het schillen der peuten, het lot of anderzins te bederven, zal het den dijkgeslaagden of eenigen anderen eigenaar vrij staan, zondanig vee in de schutstooi te brengen en aan schutgeld daarop te stellen 50 Cents op ieder stuk, welk schutgeld door den eigenaar van dat vee zal moeten worden betaald, onverminderd het schutgeld hiervoren bepaald.

Art 7

Onverminderd het schut- en sluitgeld, mitsgaders de straffen bij de eene of speciale wetten bedreigd, zal de schade door het geschutte vee veroorzaakt, op de gewone wijze, voor den burgerlijken regter tegen den eigenaar van het geschutte vee kunnen worden verhaald.

Art 8

Om alle onregtvaardige of verkeerde schuttingen van vee voortekomen, zullen de schuttingen moeten geschieden door een daartoe door stadsregering aangesteld en beëedigd persoon of door den eigenaar of gebruiker van het land waarvan de schutting geschied.
In het laatste geval moeten twee geloofwaardige getuigen constateren, dat het geschutte vee werkelijk op het bedoelde land gevonden is.

Art 9

De gewone schutgelden in dit reglement bepaald, zullen verstrekken ten voordeele van dengenen welke de schutting verrigt en de sluitgelden van dengenen, alwaar de sleutel der gemeentes schutskooi in bewaring is gesteld, dewelke verpligt zal zijn de sluiting en ontsluiting der genoemde schutskooi daarvoor te bewerkstelligen, zullende de verdere boeten welke bij de artikelen van dit reglement niet speciaal zijn bepaald, ten voordeele van stadskasse verstrekken.

Art 10

Wanneer het in geval van schutting mogt voorkomen, dat de eigenaar, hoeder of herder van vee, hetzelve wilde ontjagen of met geweld wilde ontnemen, zal evenwel door den eigenaar van dat vee de gewone schutgelden moeten worden betaald en daarenboven nog voor ieder stuk vee in de boete van eenen gulden vervallen, mits de vermeende schutting naar behooren en ingevolge het gestatueerde in art. 8 van dit reglement is geschied.

Art 11

Indien het geschutte vee binnen den tijd van tweemaal vierentwintig uren niet mogt zijngelost, zullen schaarmeesteren van Orthen hetzelve voor veertien dagen (per dag te berekenen) in den kost aanbesteden, waarvan dadelijk annonce in het dagblad zal worden gedaan.
Na verloop van dien tijd zullen schaarmeesteren, indien zich geen eigenaar mogt hebben opgedaan, hetzelve vee publiek laten verkoopen en uit het provenu daarvan dadelijk alle de daarop gerezene kosten voldoen. Zullende de nog overige gelden blijven berusten in handen van schaarmeesteren ten einde den eigenaar, indien hij zich binnen zes maanden na den publieken verkoop nog opdoet ter hand te stellen, doch na verloop van dien tijd zullen de uit het provenu van voornoemden verkoop overgeschotene gelden verblijven ten voordeele van stads kasse.

Art 12

Degenen welke eenig vee zouden willen graazen of weiden op zoodanig land, hetwelk onder het geschut der vesting 's Bosch of wel binnen bereik van hetzelve gelegen is, alwaar volgens 's rijks wetten geene graving van slooten mag plaats hebben, za1 de eigenaar of gebruiker van zoodanig land verpligt of gehouden zijn, alvorens het te grazen of te weiden, ten genoege van de daarbij belanghebbenden, hetzelve met bekwame en behoorlijke tuinen of sparren afteheinen, ten einde hierdoor worde voorgekomen, dat aan het naastbij gelegene land geene schade kan worden toegebragt.
Daar waar verder slooten tusschen twee onderscheidene geërfdens in het land onder het vrijdom der stad gelegen, mogen gegraven worden, zullen dezelve moeten zijn ter diepte van 1 el 2 palmen en gelijke breedte van onderen, alsmede van 2 ellen 4 palmen boven gronds, waarvan ieder eigenaar of geërfde de helft zal moeten graven, - zullende de geërfdens, welke hunne landerijen aan de gemeenteseigendommen zijn grenzende of langs stegen, dijken en tusschen huizen zijn liggende den geheelen sloot op de hiervoor bepaalde breedte en diepte alleen moeten graven en onderhouden.
Daar alwaar niet kan gegraven worden, zullen meergemelde geërfdens of eigenaars behoorlijke tuinen of afsluitingen (voor hunne eigen rekening) moeten daarstellen en als van ouds af het gebruik is geweest, waarover ten minste eens jaars eene algemeene schouw sal worden gevoerd.

Art 13

Zoo er na het voeren dezer schouw mogt worden bevonden dat de heiningen door kwaadwilligheid waren afgebroken, door beesten vernield of om andere redenen niet meer heinbaar waren, zullen schaarmeesteren aan den eigenaar of lasthebbende hiervan kennis geven, welke alsdan verpligt is, die gebreken binnen drie uren te herstellen of in orde te brengen. Zoo hieraan niet mogt worden voldaan, zal het schaarmeesteren vrij staan bij vorm van noodschouw dezelve te besteden of zoo er zich geene aannemers mogten opdoen, deselve in daggelden te laten maken, zullende al deze kosten komen voor rekening van de gebrekigen.

Art 14

Niemand zal zijne heiningen mogen afbreken voor of op den 15 November van elk volgend jaar, ten zij door overstroomingen van water of andere onvoorziene toevallen, waarvan in allen geval tijdig genoeg door schaarmeesteren, aan geërfdens zal kennis gegeven worden, - alle geërfdens, welke voor den bij deze bepaalden tijd hunne heiningen mogten afbreken, zullen vervallen in eene boete van drie gulden en op welke manier de heiningen dan ook mogten zijn weggeraakt, zal de eigenaar verpligt zijn dezelve dadelijk te doen herstellen, in geval hieraan niet mogt worden voldaan, zullen schaarmeesteren kunnen handelen zoo als in. het vorige artikel is vermeld en zal het na voornoemden tijd niemand meer vrij staan om eenig vee los te laten loopen. Zoo aan dit bepaalde niet worde voldaan, zal het een ieder geoor1oofd zijn om met zoodanig vee te handelen als in art. 1 is voorgeschreven.

Art 15

Zoo wel de binnenste als buitenste geërfdens in meerdere kampen lands gelegen, zullen gehouden zijn de slooten te zamen te graven en zulks naar evenredigheid der morgentalen, welke ieder hunner in zoodanige kampen toebehooren.

Art 16

Ieder eigenaar of geërfde heeft de vrijheid om het hem in eigendom toebehoorende land zoo als in het vorige artikel is vermeld op zijneigen erf aftegraven, doch zal alsdan gehouden zijn 1,5 palm met het bovenspit van het naastbij gelegen land afteblijven om bij lateren tijd de gelegenheid te hebben den sloot behoorlijk te kunnen opgraven zonder den naastbij grenzenden eigenaar of geërfden eenige schade toetebrengen.

Art 17

Ook zal door dengenen welke gaarne zoude willen graven aan den naastbij gelegen geërfde daarvan moeten worden kennis gegeven, die wanneer hij ook tot het graven mogte genegen zijn, hierin niet mag worden verhinderd, doch bij aldien hij zulks niet mogt verkiezen te doen, zal bij, welke tot het graven mogte genegen zijn, vooraf de afmeting van zijn eigendom ten zijnen koste door deskundigen in tegenwoordigheid van schaarmeesteren van Orthen moeten laten doen, welke alsdan voor de in hunne tegenwoordigheid gedane afmeting een declaratoir zullen afgeven, ten einde sulks tot verantwoording zal kunnen verstrekken.
Zullende mede de naastbij gelegen geërfde in dit geval alle aanspraak op dusdanigen gegravenen sloot verliezen, onder volstrekte bepaling echter, dat de graver van meergemelden sloot te allen tijde zal gehouden zijn denzelven behoorlijk heinbaar te maken.

Art 18

Wanneer twee onderscheidene geërfden elkanderen niet verstaan om eenen sloot van ouds af tusschen hunne landerijen gelegen en niet hehoorlijk heinbaar zijnde, optegraven, zal de willige zijnen halven sloot ter diepte van 1,20 Ned. el en ter breedte van 0,60 onder en boven 1,20 kunnen graven, doch bij aldien den aard van den grond niet mogt gedogen de voornoemde breedte en diepte te graven, zal hierin eene vermeerdering of vermindering van breedte en diepte kunnen worden gebragt, waarover schaarmeesteren meergenoemd zullen beslissen.

Art 19

Zoo den naast gelegen geërfde weigerachtig of onwillig mogt sijn om tegen te graven, zal dengenen welke gegraven heeft zich kunnen vervoegen aan schaarmeesteren, welke alsdan verpligt sullen zijn voornoemden sloot te komen inspecteren, denzelven niet voldoende vindende, zullen schaarmeesteren den onwillige geërfde behoorlijk geregtelijke aanzegging laten doen om dien sloot, op de wijze zoo als den eersten graver gegraven heeft, optegraven.
Ingeval de laatst bedoelde alsdan nog weigerend mogt blijven hieraan te voldoen, sullen meergemelde schaarmeesteren den meergemelden sloot binnen vierentwintig uren na de geregtelijke aanzegging publiek en voor alle man aanbesteden, zullende alsdan alle de daarop gerezen kosten komen voor rekening van den in dit geval onwilligen geërfde.

Bepalingen betrekkelijk het schouwen der heiningen

Art 20

Er za1 door of van wege de edel achtbare heeren burgemeester en wethouders der stad 's Hertogenbosch eene commissie worden benoemd, welke telken jaar eene algemeene schouw over alle heiningen en slooten langs de gemeentes eigendommen zal voeren, welke schouw tien dagen bevorens, aan de daarbij belanghebbenden in het vrijdom Orthen bijpublicatie zal worden bekend gemaakt.

Art 21

De te benoemen commissie, welke jaarlijks zal worden hernieuwd, heeft de bevoegdheid om, behalve de in bet vorig artikel genoemde algemeene schouw zoo vele herschouwen te voeren, als dezelve naar omstandigheden zal noodig oordeelen.

Art 22

Alle overtredingen op het stuk van afheinen en graven, zullen door voors. commissie bij procesverhaal worden geconstateerd, hetwelk door dezelve zal worden ingezonden aan de ambtenaren, belast met de vervolging van soortgelijke overtredingen.

Art 23

Het gebrekkig vak, heining of sloot zal dadelijk door de commissie voor rekening van den nalatigen worden aanbesteed, van welke aanbesteding almede procesverbaal zal worden gehouden, ten einde de uitgeloofde aanbestedingspenningen langs den gewonen weg van regten op den nalatigen eigenaar van zoodanig vak te verhalen.

Art 24

Elke overtreding geconstateerd in voege zoo als bij art. 22 bepaald is, zal worden gestraft met eene geldboete van vijfenzeventig centen.

Art 26

Opdat dit reglement ten stipste worde nagekomen en niemand daarvan onwetendheid mogte voorwenden, zal hetzelve in het vrijdom Orthen, jurisdictie der stad 's Hertogenbosch worden gepubliceerd en geaffigeerd, alsmede zal er een afschrift worden voorhanden gesteld in het huis van den bewaarder der sleutel van de gemeentes schutskooi, alsmede bij schaarmeesteren ten einde door de belanghebbenden te allen tijde inzage kan werden genomen.

Aldus gearresteerd bij den raad der stad 'sHertogenbosch, in de vergadering van den 21 April 1842

Bron:gedrukt (Den Bosch (Palier en zoon) 1842)

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 3 oktober 2009.