REGLEMENT

van

Bestuur voor het Platte Land, in de Provincie NOORD-BRABAND.

(Gearresteerd bij Koninklijk Besluit van den 8 en Mei 1819, Litt. V2.)

art. 1.

Het Platte Land van de Provincie Noord-Braband, waaronder begrepen zijn de Steden, namens welke geene Leden in de Vergadering der Provinciale Staten beschreven worden, is verdeeld en onderdeeld in de Districts-Ambten en Gemeenten, op den, achter dit Reglement gevoegden, Staat vermeld.

art. 2.

Het toezicht en het Bestuur van het voorschreven Platte Land, wordt opgedragen aan Districts-Schouten, voorts aan Gemeente-Schouten en Gemeente-Raden, geadsisteerd door Secretarissen.

art. 3.

Tot Districts-Schouten kunnen alleen worden benoemd en aangesteld, Nederlanders, meerderjarig zijnde volgens de Wet, ter goeder Naam en Faam staande, in de Provincie of wel uit Ingezetenen van de Provincie geboren, en aldaar de drie laatste Jaren gewoond hebbende, ook zoodanige Nederlanders, welke, bij het gebrek van deze vereischten, de laatste zes Jaren binnen de Provincie gewoond hebben; zullende evenwel afwezendheid, ten gevolge van bedieningen of commissien, door of van wege den Koning opgedragen, in deze geenszins kunnen prejudiciëren, zonder onderscheid of zoodanige bediening of commissie, al, of niet, tot eene andere Provincie heeft betrekking gehad.

art. 4.

Tot Gemeente-Schouten kunnen alleen worden benoemd Personen, zijnde meerderjarig volgens de Wet, en Inboorlingen van het Koningrijk der Nederlanden, of daarvan het regt bezittende of verkregen hebbende, en daar en boven, ten minste gedurende het laatste Jaar en zes weken binnen de Provincie hebbende gewoond; zullende echter afwezendheid, ten gevolge van bedieningen of commissien, door of van wege den Koning opgedragen, in deze al mede geenszins kunnen prejudiciëren, zonder onderscheid, insgelijks of zoodanige bediening of commissie, al, of niet, tot eene andere Provincie heeft betrekking gehad.

art. 5.

De Leden van den Raad der Gemeente, zullen moeten zijn, meerderjarig volgens de wet, in de Gemeente Geërfd, Inboorlingen van Koningrijk der Nederlanden, of als zoodanig wettig beschouwd, en sedert het laatste Jaar en zes weken Inwoner der Gemeente.

art. 6.

Tot Districts-Schouten, Gemeente-Schouten en Leden der Gemeentebesturen, of Raden der Gemeente en Secretarissen, kunnen niet benoemd worden:

1. Leeraars van eenige godsdienstige gezindheid, of eenige andere geestelijke Personen.

2. Onderwijzers der Jeugd, zonder onderscheid, of dezelven door het Land of de Gemeente, al, dan niet, zijn bezoldigd.

3. Die in werkelijken militairen Dienst, of in Dienst van een vreemde Mogendheid zijn.

4. Bankbreukigen, en die cessie van hunne goederen gedaan hebben.

5. Die in staat van beschuldiging zijn gesteld.

6. Die onder curatele staan, of aan welke geregtelijke adsistentie is toegevoegd; en

7. Die aan de Gemeente comptabel zijn.

De Gemeente-Schouten en Secretarissen zijn evenwel onder N. 7 niet begrepen.

art. 7.

De Districts-Schouten en Gemeente-Schouten worden door den Koning benoemd.

De Leden van den Gemeente-Raad en de Secretarissen worden voor de eerste maal, buiten eenige voordragt onmiddelijk door de Staten benoemd, en vervolgens, op eene voordragt van den Gemeente-Schout en den Gemeente-Raad, door tusschenkomst van den Districts-Schout, in te zenden, door dezelve Staten, uit eene opgaaf van een dubbel tal Kandidaten, zoo veel de Leden betreft; daar, waar de vereeniging der Posten van Schout en Secretaris in denzelfden persoon oorbaar wordt gevonden, geschiedt de benoeming van den Secretaris zoo wel als van den Schout door den Koning.

art. 8.

De Districts-Schout en de Leden van den Raad, zullen geene manuancie of ontvang van Gemeente penningen mogen hebben.

art. 9.

De Districts-Schout, Gemeente-Schout en de Leden van het Gemeentebestuur, of Raden zullen elkanderen niet mogen bestaan tot in den tweeden graad van Bloedverwantschap of Zwagerschap.

Zwagerschap gedurende het bekleeden dezer functien opkomende, zal niet hinderlijk zijn; zullende voor aan elkander Verzwagerden, te dezen opzigte niet gehouden worden, wier Huisvrouwen aan elkander in een der gezegde graden van Bloedverwantschap bestaan, terwijl de werkelijke Verzwagering zal gerekend worden op te houden, wanneer de Vrouw door welke dezelve was ontstaan, overleden is.

Van de Districts-Schouten.

art. 10.

Aan de Districts-Schouten, welke in het District met er daad moeten wonen, zijn in het bijzonder opgedragen de surveillance en het oppertoezigt over de administratie van de Gemeenten, uitmakende het Platte Land van de Provincie, ieder voor zoo veel zijn District aangaat; zullende derzelver verdere Werkzaamheden, bij een afzonderlijk Reglement door de Staten der Provincie te ontwerpen, en ter goedkeuring aan den Koning aan te bieden, nader worden bepaald; zij corresponderen direct met den Gouverneur en de Staten der Provincie, en dienen dezelven van berigt, consideratien en advies, op alle Stukken ten dien einde aan hun verzonden wordende.

Zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering der aan hun, door den Gouverneur en de Staten, gegeven bevelen.

art. 11.

Zij hebben, buiten en behalve de bijzondere voorschriften, welke in de instructie der Districts-Schouten zullen worden bepaald, in allen geval het toezigt over de uitvoering der algemeene en der Plaatselijke Verordeningen en Reglementen binnen elke Gemeente; zij zijn verpligt, Jaarlijks, in de maand Januarij, een algemeen verslag van den staat van hunne Districten, gedurende het afgeloopen Jaar te doen; dit verslag zal vergezeld moeten zijn van eene Statistieke opgave, te formeren overeenkomstig de daartoe te geven voorschriften.

art. 12.

Hun wordt de zorg en het toezigt opgedragen, dat de Plaatselijke Besturen, zich naar de gearresteerde begrootingen gedragen.

art. 13.

Zij dragen zorg, dat de misdaden en overtredingen der Wetten, in hunne Districten, ter kennis van de Justiële Ambtenaren, met het vervolgen derzelven belast, gebragt worden; in zaken van aanbelang, geven zij daarvan mede kennis aan den Gouverneur der Provincie.

art. 14.

Zij kunnen door de Staten der Provincie in hunne functien voor een zekeren tijd, mits niet langer dan zes weken, worden gesuspendeerd, edoch niet anders dan door den Koning worden gedemitteerd of gedestitueerd.

art. 15.

Zij gemeten een Jaarlijksch vast Traktement door den Koning te bepalen; de Fondsen waaruit hetzelve zal gevonden worden, zullen door den Koning nader worden aangewezen.

art. 16.

In het geval van vacature van den post van Districts-Schout, of deszelfs suspensie van zijne functien, wordt door Gedeputeerde Staten inmiddels in de waarneming van deszelfs post voorzien. In cas van absentie, geschiedt zulks door den Gouverneur, op voordragt van den Districts-Schout.

Het Traktement zal in de twee eerste gevallen door den genen, die de functien waarneemt, worden genoten, naar evenredigheid van den tijd, dat hij zal hebben gefungeerd; in het laatste geval, zal het Traktement alleen kunnen worden toegestaan, indien, de Districts-Schout langer dan drie maanden mogt absent blijven.

art. 17.

De Districts-Schouten zullen geen Leden van het Kollegie van Gedeputeerde Staten kunnen zijn, en, zonder uitdrukkelijk verlof van den Gouverneur der Provincie, op straffe van suspensie, niet langer dan drie opvolgende nachten buiten hun District mogen verblijven.

art. 18.

De Districts-Schouten het noodig vindende, zijn bevoegd de Gemeentebesturen te doen vergaderen, en presideren alsdan in dezelve, om, hetzij aan dezelve eenige voordragten te doen of zoodanige inlichtingen of informatien te vragen, als zij, naar gelang der omstandigheden, zullen noodig oordeelen; zij zullen echter in die gevallen alleen eene adviserende stem hebben.

Van de Gemeente-Schouten en het Plaatselijk-Bestuur

in het bijzonder.

art. 19.

De Gemeente-Schouten, welke in hunne Gemeenten met er daad moeten wonen, behalve in het geval, dat hun daarvan dispensatie door den Koning mogt zijn verleend, zijn in het bijzonder belast met de naauwkeurige nakoming van de Grondwet, en de onverwijlde uitvoering van alle Wetten en Bevelen, welke hun, door of van wege den Koning, den Gouverneur of door de Staten der Provincie onmiddlijk, of door den Districts-Schout worden gegeven; zij dienen dezelven, als ook alle andere Autoriteiten of Ambtenaren, welke, ambtshalve, de bevoegdheid hebben, om dit van hen te vragen, van berigt, consideratien en advies, en houden correspondentie met dezelven.

Indien zij van gemelde Autoriteiten, stukken mogten ontvangen, met aanschrijving om daarop binnen eenen onbepaalden of bepaalden tijd van berigt consideratien en advies te dienen, of om eenige andere bevelen ten uitvoer te brengen, zullen zij, in het eerste geval, binnen veertien dagen, en in het tweede geval, ten eersten of binnen den gestelden tijd daaraan voldoen, en wanneer gegronde reden hen daartoe buiten staat stellen mogten, zullen zij verpligt zijn, zich in tijds, met opgave dier redenen, tot verkrijging van diligent-verklaring te adresseren.

art. 20.

Zij hebben met de twee Leden van het Bestuur, ingevolge art. 29 te committeren, de superintendentie over al de Plaatselijke Ambtenaren en Geëmploijeerden, en vermogen dezelven, met concurrentie van den Raad der Gemeente, met uitzondering echter van die genen, welke hunne benoeming onmiddelijk van den Koning of van de Staten mogten hebben, in de uitoefening hunner functien, voor eenen tijd, doch niet langer dan zes weken, te schorsen, doch kunnen die Ambtenaren of Geëmploijeerden van hunne Posten niet ontslaan of ontzetten zonder autorisatie van de Staten, welken na daarop gehoord te hebben het berigt en advies van den Districts-Schout, dezelven zullen verleenen of weigeren, naar bevind van zaken; zij zullen van zoodanige suspensien onverwijld aan den Districts-Schout kennis geven, welke Districts-Schout den Gouverneur der Provincie daarvan zal informeren, die dezelve ter kennisse zal brengen der Staten, ten einde te beoordeelen of deze suspensie zal voortduren. Voor zoo verre echter de Plaatselijke Ambtenaren aangaat, welke hunne benoeming van de Staten mogten ontleenen, zullen alleen de Staten de tijdelijke suspensie, en des noods, de afstelling kunnen doen; terwijl met betrekking tot die genen welke onmiddelijk door den Koning mogten benoemd worden, door de Staten zoodanige tijdelijke suspensie ook zal kunnen worden gedaan, met bevoegdheid, om, daartoe termen vindende, de demissie of destitutie aan den Koning voor te dragen.

art. 21.

Geene betalingen hoegenaamd, het zij dan vaste of terugkeerende, het zij onzekere, of niet terugkeerende, vermogen anders dan op ordonnantie te geschieden. Deze ordonnantien moeten door den Gemeente-Schout en een der twee, ingevolge art. 29, speciaal te committeren Leden van het Bestuur geteekend zijn.

Ingevalle de Gemeente-Schout tevens de functien van Gemeente Ontvanger mogt uitoefenen, zullen de Ordonnantien niet door hem, maar door de twee zoo even genoemde te committeren Leden geteekend worden, aan welke hij dezelven, tot dat einde, zal aanbieden; blijvende niettemin zijne verantwoordelijkheid dezelfde als of hij de Ordonnantien mede geteekend had.

art. 22.

De Gemeente-Schouten zijn belast met het opmaken en afgeven der Acten van den Burgerlijken Stand, en het houden der noodige Registers tot dat einde, en zulks onverminderd de bepalingen, die bij het Burgerlijk Wetboek op dit onderwerp zullen worden daargesteld, in welke verrigtingen zij door den Secretaris geadsisteerd worden, voor zoo verre die Post door een afzonderlijk Persoon mogt bekleed zijn, genietende zij gemeenschappelijk met denzelven, de leges tot de uitgegevene Expeditien van de genoemde Acten staande.

Ingeval de Post van Gemeente-Schout met die van Secretaris mogt vereenigd zijn, assumeert zich de eerstgenoemde, ter zijne assistentie in deze, een Lid uit den Gemeente-Raad, het welk als dan het gemeenschappelijk genot der daartoe staande leges heeft.

art. 23.

De Gemeente-Schouten verpligt zijnde om voor alles, wat de goede orde, rust en veiligheid der Gemeente aangaat, te waken, en dezelven te handhaven, hebben daartoe, behalve over de Policie-Ambtenaren en Geëmploijeerden, mitsgaders de bevoegdheid om de assistentie der aldaar gestationeerde Marechaussee te requireren, ook des noods, en met concurrentie der twee, ingevolge art. 29, te committeren Leden, de beschikking over de Plaatselijke, het zij dienstdoende, het zij rustende Schutterij, in dit geval altijd schriftelijk bevelen gevende.

Zij zullen zich, in die gevallen concerteren met den kommanderenden Officier van zoodanige Schutterij in hunne Gemeente, behalve in zeer dringende en pressante gevallen, wanneer zij over dezelve alléén dispositie hebben.

Zij zullen, in allen gevalle, verpligt zijn, om van dit emplooi dadelijk kennis te geven aan de Staten en den Districts-Schout van hun District, met omstandige opgaaf der redenen, die hun tot de gebruikmaking bewogen hebben.

art. 24.

Zij doen alle misdadigers, op heeter daad binnen hunne Gemeente betrapt, voor zoo verre het misdrijf, ingevolge de Wet, eenige ligchamelijke straffe of gevangenis ten gevolge zoude kunnen hebben, arresteren en terstond alle zoodanige informatien en bescheiden inwinnen, als tot bevordering der goede Justitie kunnen strekken, ten einde dezelven, met den delinquant, aan den Regter worden overgeleverd, gevende daarvan dadelijk kennis aan den Districts-Schout; alles behoudens de bij het Wetboek te maken bepalingen.

Zij zijn voorts bevoegd en verpligt, om verdachte zwervende Personen, Vagebonden en Landloopers te doen aanhouden, en geven daarvan ten spoedigste kennis, volgens het voorschrift der Wet.

art. 25.

Zij visiteren, vergezeld van den Secretaris, of bij absentie van één der Leden van het Gemeentebestuur, van tijd tot tijd op het onverwachtst, de Ellen, en Maten en Gewigten, en doen ook op gelijke wijze onderzoek naar de hoedanigheid en het gewigt van het brood bij de Bakkers, handhavende de daaromtrent, gelijk mede de op het stuk van den IJk, bestaande verordeningen. Ingeval van contraventien of frauden, doen zij van hunne bevinding dadelijk een Proces-Verbaal opmaken, teekenen hetzelve met den Secretaris, of die hem vervangt, en bezorgen het wijders daar zulks behoort, ten einde de Wetten en Reglementen verder zouden kunnen worden gehandhaafd.

art. 26.

Zij zorgen tegen de onvoorzigtigheid in de behandeling van Vuur en Licht, en doen te dien einde meermalen 's Jaars eene schouw over de Smederijen, Ovens, Eesten en Schoorsteenen; zij handelen ten deze conform de bestaande, of nog ten eersten te formeren, Brand-Reglementen in hunne Gemeenten.

art. 27.

Van alle bijzondere voorvallen in hunne Gemeenten, als van besmettelijke Ziekten, Vee-Ziekten, Brand, Hagelslag, en al wat niet tot den dagelijkschen loop van zaken behoort, zenden zij direct berigt, zoo aan de Staten der Provincie als aan den Districts-Schout, waaronder de Gemeente ressorteert, onverminderd de berigten welke in sommige gevallen, volgens de bestaande of daar te stellen voorschriften, ook aan andere autoriteiten, Commissien of Ambtenaren zouden behooren te worden gegeven.

art. 28.

Zij kunnen, zoo als ook de Leden van den Gemeente-Raad en de Secretarissen, in gevalle zij hunne functien niet naar behooren mogten waarnemen, voor een tijd van niet meer dan zes weken, door de Staten, in hunne functien worden gesuspendeerd, en zelfs, des noods, geheel van hunne bedieningen worden ontzet, met uitzondering nogtans, wat dit laatste betreft, ten opzigte van de Gemeente-Schouten, als welke niet anders dan door den Koning zullen kunnen worden gedemitteerd of gedestitueerd, hetgeen ten opzigte der Secretarissen, indien zij hunne benoeming onmiddelijk van den Koning ontleenen mogten, evenzeer zal moeten worden geobserveerd.

art. 29.

De Gemeente-Schouten regelen, met twee Leden van het Bestuur, welke met hen daartoe speciaal door de Gedeputeerde Staten gecommitteerd worden, al hetgeen de Inkwartieringen betreft.

Zij regelen insgelijks met deze twee Leden alle Requisitien, welke binnen de Gemeente worden gedaan; gelijk ook het emplooi van gelden, wegens onderhoud van Werken en andere Objecten, die voor geene publieke Aanbesteding vatbaar zijn verklaard; en onderzoeken en teekenen eindelijk al de Rekeningen door Particulieren ten laste der Gemeente ingebragt.

art. 30.

De betrekkingen tusschen de Polder- en Gemeente-Besturen blijven geregeld, door de bestaande Polder-Reglementen, zoo lang daaromtrent geene andere voorziening zal zijn gemaakt.

art. 31.

De Gemeente-Schouten roepen den Raad der Gemeente zoo dikwijls te zamen, als de belangens der Gemeenten dit mogten vereischen.

Zij zitten in dezelve voor, besturen derzelver raadplegingen, en hebben in dezelve eene concluderende stem; geene zaak zal door hun ter conclusie mogen gebragt worden, ten zij ten minste de helft der Leden van den Raad daarbij tegenwoordig is; de Secretarissen assisteren deze Vergaderingen, en zijn gehouden, zoo bij deze als alle andere Gemeente-Zaken, de pen te voeren.

art. 32

Zij hebben een vast Jaarlijksch Tractement uit de kas der Gemeente, door de Gedeputeerde Staten te bepalen, en op de Jaarlijksche toetestane Begrootingen der Gemeente te brengen.

art. 33.

De Schout zal geen Lid kunnen zijn van het Kollegie der Gedeputeerde Staten.

Van de Raden der Gemeenten.

art. 34.

De Raad der Gemeente zal bestaan uit den Schout en Raden; het getal derzelve in iedere Gemeente zal, naar de Bevolking en andere locale omstandigheden, door de Staten worden bepaald.

art. 35.

Aan den Raad der Gemeente is bijzonder opgedragen, het beramen der Begrooting van de Plaatselijke Inkomsten en Uitgaven, het opnemen der Rekening en verantwoording der Plaatselijke Financien, mitsgaders van de Plaatselijke zoogenaamde algemeene Armen; zullende de finale sluiting der Rekeningen volgens de thans bestaande verordeningen geschieden, of door nadere Wetten of Reglementen worden gewijzigd.

art. 36.

De Gemeente-Raad delibereert en besluit op het vervreemden en verpanden van de Gemeente-Goederen en andere bezittingen, alsmede over het opnemen van Gelden ten behoeve van de Gemeente; deszelfs Besluiten dien aangaande worden ter overweging aan de Staten gezonden, welke daarop de goedkeuring des Konings verzoeken.

art. 37.

Ingeval er tot vinding der plaatselijke behoeften een Personeele-Omslag noodig is, zal het Kohier daarvan, door den Gemeente-Schout, met concurrentie van den Raad der Gemeente worden opgemaakt, hetzelve zal gedurende 14 dagen, ter visie liggen, waarvan de Gemeente door eene voorafgaande Publicatie zal worden kennis gegeven, ten einde die genen, welke zich daarbij bezwaard mogten oordeelen, zich binnen dien tijd, met hunne bezwaren schriftelijk zouden kunnen vervoegen bij den Raad der Gemeente, die het Kohier, met bijvoeging van hunne consideratien, omtrent de bezwaren, aan den Districts-Schout inzendt, ten einde door denzelven, met zijn rapport, aan de Staten ter goed- of afkeuring, verzonden te worden.

Wanneer echter de Omslagen over de Ingezetenen, in de gevallen waar zulks geoorloofd en toegestaan is, geheel of gedeeltelijk over het zoogenaamd reëel of de vaste Goederen mogten loopen, zorgt de Gemeente-Raad, dat door den Schout, een gelijk getal der voornaamste Ingezetenen en eigenerfden uit de Gemeente, als dat waaruit de Raad is samengesteld, in hunne vergadering worden geconvoceerd, ten einde, betrekkelijk dit ontwerp, hunne aanmerkingen en inlichtingen te geven.

art. 38.

Zij maken alle keuren, Reglementen en andere huishoudelijke verordeningen, welke voor de belangen hunner Gemeente zullen dienstig geoordeeld worden, mits niet strijdig met de algemeene wetten, of het algemeen belang der Ingezetenen; zij zenden echter van alle zulke verordeningen, dadelijk, authentieke afschriften aan de Staten der Provincie, ten einde deze zouden kunnen beoordeelen, of, en in hoe verre dezelve iets bevatten, strijdig met de Grondwet, de algemeene Wetten, of het algemeen belang der Ingezetenen, of wel de magt der Plaatselijke Besturen te boven gaan, alles overeenkomstig en behoudens de verdere bepalingen der Grondwet; gelijke afschriften worden door hen, ter informatie aan den Districts-Schout gezonden.

art. 39.

De Raad der Gemeente neemt Jaarlijks in de maand Mei de Rekening van den Plaatselijken Ontvanger op, en gedraagt zich daarin conform de bestaande Wetten en Reglementen, of zoodanige nadere verordeningen, als te dien opzigte, uit krachte der Grondwet, mogten worden voorgeschreven. De Ontvanger der Gemeente zal daarbij niet tegenwoordig zijn, ten zij daartoe gevraagd zijnde.

art. 40.

De Raad der Gemeente zal geene Besluiten dan bij meerderheid kunnen nemen; in geval de stemmen mogten staken, zal de Gemeente-Schout eene concludeerende stem bekomen, en alzoo de kwestie kunnen beslissen.

art. 41.

De Raad der Gemeente wordt door den Schout zoo dikwijls bijeen geroepen, als de zaken zulks komen te vereischen. Niet te min vergadert dezelve gewoonlijk eens in de drie maanden, kunnende daarbij geene zaken in deliberatie gebragt worden, wanneer niet de meerderheid der Leden, de Schout daaronder begrepen, tegenwoordig is.

art. 42.

Wanneer de meerderheid van den Raad, de Schout daar niet onder begrepen zijnde, eene Vergadering mogt oordeelen noodig te zijn, zal de Schout, op het te kennen gegeven verlangen dier meerderheid de Vergadering bijeenroepen.

art. 43.

De Raad der Gemeente vergadert Jaarlijks vóór of op den len Augustus, op convocatie van den Schout, ten einde, na raadpleging, eenen Staat van behoeften voor den dienst van het volgend Jaar te ontwerpen, met aanwijzing der middelen om daarin te voorzien, alles in overeenstemming, zoo met de Algemeene als Provinciale verordeningen, op dit stuk bestaande, of nog verder te emaneren.

art. 44.

Dezelve regelt de Conditien, waarop de Gemeente-Goederen en Bezittingen verpacht en verhuurd worden, als mede de Conditien van Aanbesteding van Werken en Leverancien.

art. 45.

Dezelve verleent, daartoe termen zijnde, aan de Pachters van Gemeente-Goederen, Veren, Tollen of andere Geregtigheden, wegens geheel buitengewone omstandigheden, van Rampen of Oorlogschaden zoodanige remissie, als in regten gegrond is, en waarop de Pachter, volgens de Wet of de Conditien, aanspraak maken kan.

Wanneer daarentegen den Raad niet volgens den letter der Wet, maar op grond van billijkheid, aan eenigen Pachter remissie wil verleenen, moet daartoe de goedkeuring der Staten worden gevraagd en verkregen.

art. 46.

Dezelve beoordeelt of eenige Processen door de Gemeente, het zij als aanlegger, het zij als verweerder, moeten worden ondernomen, en besluit dienaangaande, onder approbatie van de Staten.

art. 47.

Dezelve heeft de aanstelling van alle Gemeente-Ambtenaren en Bedienden, en voorziet dezelven van de vereischte Instructien, tevens zorgende voor het stellen van behoorlijke Borgtogten, door al die Gemeente-Ambtenaren en Bedienden te presteren, van welke zulks, uit hoofde van eenig Beheer of Administratie van Penningen, maar eenigzins vereischt wordt, zich regelende naar de Besluiten welke dienaangaande zouden mogen bestaan, en met kennisgeving daarvan, door tusschenkomst van den Districts-Schout, aan de Staten, aan dewelken, te dezen opzigte, wel bijzonder ook alle zorg wordt aanbevolen.

art. 48.

Het getal en bezoldiging van de Gemeente-Ambtenaren en Bedienden, wordt almede door den Gemeente-Raad voorgeslagen en door de Staten geregeld.

art. 49.

De Leden van den Raad genieten geene Traktementen; doch zullen aan hun, voor Presentie-Gelden, Vacatien of Verteringen, op de Plaatselijke Begrootingen, eenige Gelden kunnen worden toegestaan.

Van de Secretarissen en Plaatselijke Ontvangers.

art. 50.

De Secretarissen zullen, naar mate der omstandigheden en Localiteiten, voor meer dan ééne Gemeente kunnen worden aangesteld; zij zullen verpligt zijn, in de Gemeente waarvan zij Secretaris zijn, of indien zij voor meer dan ééne Gemeente als zoodanig mogten fungeren, in eene derzelve met er daad te wonen; ten ware daarvan, door den Koning dispensatie mogt zijn verleend.

art. 51.

Zij zullen de Gemeente-Schouten, in alle Gemeentezaken behulpzaam zijn.

art. 52.

Zij wonen al de Raadsvergaderingen bij, en houden een naauwkeurig Verbaal van het verhandelde bij dezelve, zoo als ook een afzonderlijk Verbaal van den Gemeente-Schout. De Secretaris contrasigneert alle stukken, die door den Schout als President van den Gemeente-Raad geteekend worden.

Alle Kopijen en Extracten van zoodanige, en van alle andere van het Bestuur of eenige Kommissien uit hetzelve, emanerende Stukken, worden door hem geauthentiseerd.

art. 53.

Hij is evenzeer als de Schout en de Leden van het Bestuur, verpligt eene stipte geheimhouding in acht te nemen, omtrent al dat geen, waarin hetzelve hem, door den Schout, zal worden opgelegd, of waartoe, uit den aard der zaak geheimhouding noodig is; zullende zelfs, in gewigtige gevallen, den Schout bevoegd zijn, om de Leden en den Secretaris den bijzonderen Eed van geheimhouding aftenemen.

art. 54.

De Secretaris zoowel als de Schout, kunnen door de Staten der Provincie, in overeenstemming van dit Reglement, en van andere bestaande of eventueel in te voeren algemeene verordeningen, van een nadere instructie worden voorzien.

art. 55.

Bij het afsterven van eenen Secretaris, of bij eene door anderen redenen veroorzaakte vacature, zullen alle boeken en verdere stukken, tot de Secretarij behoorende, gesteld worden, onder de bewaring van den Schout of President, om vervolgens door denzelven aan den opvolger in officia, onder inventaris, te worden overgeleverd.

In het geval dat de Schout mede de functien van Secretaris uitoefent, zal het archief van de Gemeente dadelijk gesteld worden onder bewaring van den tijdelijken President, die inmiddels den post van Secretaris zal waarnemen, of wel iemand anders der Leden, op zijne verantwoordelijkheid, daarmede zal belasten, tot dat in de vacature definitief zal zijn voorzien.

art. 56.

Zij genieten een Jaarlijks vast Traktement, het geen door de Staten nader zal worden bepaald.

art. 57.

De Secretarissen zijn verpligt om de Jaarlijksche Rekeningen van de algemeene Armen en van zoodanige Gestichten van Liefdadigheid, welke geen Amanuensis hebben, onder genot van zoodanig Traktement, als nader zal worden bepaald, intestellen, en in orde overteleveren.

art. 58.

De Administratie der geldmiddelen in iedere Gemeente, wordt opgedragen aan een Gemeente-Ontvanger, die zich in het ontvangen, uitgeven en verantwoorden der Gemeente-Gelden naar de Wetten en bepalingen, omtrent de comptabiliteit der Gemeenten reeds gemaakt, of nog te maken, en verder naar zijne Instructie, en de bepalingen in dit Reglement voorkomende, stiptelijk zal gedragen.

art. 59.

Dezelfde redenen van wering en uitsluiting, welke in art. 6, omtrent de Schouten en Secretarissen voorkomen, zijn mede op den Ontvanger van applicatie.

art. 60.

De Gemeente-Ontvanger wordt door den Schout en Gemeente-Raad, onder approbatie van de Staten, aangesteld.

art. 61.

Dezelve zal, naarmate der omstandigheden en localiteiten, voor meer dan ééne Gemeente kunnen worden aangesteld, en zal verpligt zijn in de Gemeente, waarvan hij Ontvanger is, of, indien hij voor meer dan ééne Gemeente als zoodanig mogt fungeren, in eene derzelven met er daad te wonen, ten ware daarvan door den Koning dispensatie mogt zijn verleend.

Hij zal in allen gevalle moeten zorgen op vastgestelde dagen binnen de Gemeente, of de onderscheidene Gemeenten te zijn, tot het doen der Ontvangsten en Uitgaven, zoodanig, dat door zijne afwezendheid geen hinder of ongerijf hoegenaamd aan de Ingezetenen worde toegebragt.

art. 62.

Deze Ambtenaar vermag geene betaling voor rekening van de Gemeente te doen, dan op behoorlijk schriftelijke Ordonnantien, ingerigt en geteekend, zoo als hier voor bij art. 21 is opgegeven, en verder bij zijne Instructie zal worden voorgeschreven, of volgens nog te nemene nadere Besluiten zal worden geregeld.

art. 63.

Hij geniet tot belooning een zeker percent van het bedrag van zijnen wezenlijken Ontvang, zonder meer, het welk nader door de Staten wordt bepaald.

art. 64.

Hij zal, alvorens in functie te treden, voldoende Borgtogt moeten stellen aan den Gemeente-Raad, en ten genoege van denzelven, waarvan het bedrag in zijne Instructie zal worden bepaald, in overeenstemming met de deswege bestaande Besluiten, of nader te formeren bepalingen.

art. 65.

Hij ontvangt zijne Instructie volgens een ontwerp van den Gemeente-Raad, geformeerd overeenkomstig de bepalingen van dit Reglement, of van andere bestaande of eventueel in te voeren verordeningen, en gearresteerd door de Staten.

art. 66.

De Gemeente-Ontvanger legt zoodanigen Eed of belofte in handen van den Schout en den Gemeente-Raad af, als nader bij zijne Instructie zal worden bepaald.

Van de schadevergoeding aan de Eigenaren

der Heerlijkheden en der Erf-Secretarijen te verleenen.

art. 67.

De eigenaren der Heerlijkheden en Erf-Secretarijen zullen het genot hebben van alle zoodanige regten en prerogativen als aan hen zijn, of bij vervolg van tijd zouden kunnen worden toegekend of terug gegeven, uitgezonderd alleen de voordragt of benoeming van eenige Administrative Plaatselijke Ambtenaren, doch zullen zij voor het gemis daarvan worden schadeloos gesteld, op de wijze in de volgende artikelen bepaald.

art. 68.

De Eigenaren der Heerlijkheden en Erf-Secretarijen zullen eene jaarlijksche uitkeering genieten van twintig percent van de Traktementen, welke door de Schouten en Secretarissen in Heerlijkheden en door Secretarissen in Erf-Secretarijen, respectivelijk zullen worden genoten.

art. 69.

Van zoodanige emolumenten, welke bij de definitieve daarsteling van de organisatie der regterlijke magt aan de Schouten en Secretarissen zouden kunnen toekomen, uit hoofde van de attributen, welken hen bij dezelve organisatie mogten worden toegekend, zullen de Eigenaren der Heerlijkheden en Erf-Secretarijen daar en boven een soortgelijk gedeelte genieten, of zoo veel meerder of minder, als door de Staten, onder goedkeuring van den Koning, zal worden bepaald.

art. 70.

Tot vinding der Fondsen waaruit de schadeloosstelling, over de vaste Traktementen der Schouten en Secretarissen berekend, zal gekweten worden, zullen de Gemeentebesturen ten Platten Lande acht percent storten van het bedrag der Administratie-Kosten, berekend tegen 25 Cents van iedere ziel. Indien er meer dan 25 Cents van iedere ziel moeten worden omslagen, zal van dit meerdere echter voorloopig niets in de kas van schadeloosstelling gestort worden.

art. 71.

De Ontvangers der respective Gemeenten zullen gekwalificeerd en gehouden zijn, deze acht percent van de Administratie-Kosten, zoo ras de Begrooting der Gemeente zal zijn gearresteerd, dadelijk over te maken, aan den Ontvanger-Generaal der Provincie, welke met de Administratie der kas van schadeloosstelling zal zijn belast.

art. 72.

De Districts- en Gemeente-Schouten, de Secretarissen, Ontvangers, en andere administrative Plaatselijke Ambtenaren, zullen Jaarlijks acht percent van hun vast Traktement uitkeeren, waaruit de Gemeente-Besturen zullen worden schadeloos gesteld voor de in art. 70 vermelde voorschotten; het overschot zal in de kas der schadevergoedingen gestort worden.

art. 73.

Bij aldien de ondervinding rnogt aantoonen, dat de uitkeering in het voorgaand artikel vermeld, te hoog ofte laag was, zullen de Gedeputeerde Staten bevoegd zijn, dezelve naar bevind te verminderen of te vermeerderen, edoch in het laatste geval niet anders dan onder goedkeuring van den Koning.

art. 74.

De wijze en tijd van betaling der schadeloosstelling aan de Eigenaren der Heerlijkheden en Erf-Secretarijen, zal bij een Reglement, door de Gedeputeerde Staten, onder goedkeuring van den Koning, te maken, bepaald worden.

art. 75.

Aan het Domein zal, voor zoo verre hetzelve Eigenaar van Heerlijkheden, of Erf-Secretarijen is, geene schadeloosstelling behoeven te worden verstrekt.

Algemeene bepalingen.

art. 76.

De Districts- en Gemeente-Schouten, zullen den volgenden Eed afleggen in handen van den Gouverneur, in de Vergadering der Staten, en voorts de Leden van het Gemeentebestuur en de andere Plaatselijke Ambtenaren, in handen van den Schout van elke Gemeente, en in de Vergadering van het Gemeentebestuur.

"Ik zwere (belove) dat ik mij van alle pligten, mij in mijne betrekkingen als ....... opgelegd, zal kwijten, overeenkomstig de Grondwet, de algemeene Lands Wetten, alsmede het geen mij, bij het Reglement van Bestuur van het Platte Land van Noord-Braband en mijne particuliere Instructie is voorgeschreven."

"Dat ik, om tot mijne benoeming of verkiezing te komen, aan niemand eenige giften of gaven beloofd of gegeven heb, beloven of geven zal; dat ik almede om iets hoegenaamd, in deze mijne Ambtsbetrekking te doen of te laten, van niemand eenige Beloften of Geschenken zal aannemen of ontvangen, directelijk of indirectelijk.",

"Zoo waarlijk helpe mij God almagtig." ("Dat belove ik.")

art. 77.

De Districts- en Gemeente-Schouten, de Raden en Secretarissen en Gemeente-Ontvangers, en al die genen, welke tot hunne Huisgezinnen behooren, zullen geen aandeel mogen hebben in Aanneming, Leverancien, Verpachtingen of dergelijke, waarbij de Plaatselijke Geldmiddelen of Administratie, of die van eenige 's Lands of Gemeenten-wege gesubsidieerde Administratien of Gestichten, eenigzins zouden mogen betrokken zijn.

art. 78.

Ingeval van twijfeling over het regt verstand van eenig artikel van dit Reglement, of wanneer daarover verschil mogt plaats hebben, of eenige verandering, of uitlegging daarvan noodig zijn mogt, zal dit een en ander door het Gemeentebestuur, behoorlijk gemotiveerd, door tusschenkomst van den Districts-Schout, ter kennis der Staten gebragt worden, ten eind door dezelven daaromtrent, onder bijvoeging hunner consideratien, de intentie van den Koning kan vernomen worden.

VERDEELING

van het

Platte Land der Provincie Noord-Braband, in Districts-Ambten en Gemeenten.

I. DISTRICTS-AMBT.

HOOFDPLAATS BOXMEER

namen der gemeenten.

Ravenstein.

Deursen en Dennenburg.

Dieden, Demen en Langel.

Haren en Macharen.

Megen.

Oijen en Teeffelen.

Berchem.

Schaijk.

Herpen.

Huisseling en Neerloon.

Boxmeer.

Sambeek.

Vierlingsbeek. Maashees en Over loon.

Oploo, St.Antonis en Ledeakker.

Wanroij.

Haps.

Cuijk en St. Agatha.

Oeffelt.

Beugen en Rijkevoort.

Escharen.

Gassel.

Beers.

Linden.

Mill en St. Hubert.

Uden.

Zeeland.

Reek.

Velp.

Boekel.

II. DISTRICTS-AMBT.

HOOFDPLAATS BOXTEL.

namen der gemeenten.

Boxtel.

Liempde.

St. Michiels-Gestel.

Cromvoirt.

Den Dungen.

Berlicum en Middelrode.

Oss.

Lith.

Lithoijen.

Alem, Maren en Kessel.

Empel.

Rosmalen.

Vugt.

Esch.

Nuland.

Geffen.

Heesch.

Nistelrode.

Heeswijk.

Dinther.

Oisterwijk.

Haren.

Udenhout.

Berkel, Enschot en Heukelom

Helvoirt.

Schijndel.

III. DISTRICTS-AMBT.

HOOFDPLAATS WAALWIJK.

namen der gemeenten.

Herpt en Bern.

Meeuwen, Hill en Babilonienbroek.

Oudheusden, Elshout en Hulten.

Hedikhuizen.

Bokhoven.

Werkendam.

De Werken en Sleeuwijk.

Woudrichem en Oudendijk.

Op- en Neer-Andel.

Giessen.

Rijswijk.

Veen.

Almkerk en Uitwijk.

Emmrikhoven en Waardhuizen.

Wijk en Aalburg.

Dussen, Munster en Muilkerk.

Loon-op-Zand.

Goirle.

Drongelen, Hagoort, Gansoijen en Doeveren.

Heesbeen, Eethen en Genderen.

Waalwijk.

Besoijen.

Raamsdonk.

Waspik.

Capelle.

Vrijhoeve Capelle.

Drunen.

Nieuwkuik en Onzenoort.

Vlijmen.

Engelen.

Sprang.

Baardwijk.

's Gravemoer.

Dongen

IV. DISTRICTS-AMBT.

HOOFDPLAATS HELMOND.

namen der gemeenten.

Gemert

Erp.

Leende.

Zes Gehuchten.

Beek en Donk.

Lieshout.

Bakel en Milheze.

Helmond

Aarle-Rixtel.

Stiphout.

Nunen Gerwen en Nederwetten.

Tongelre.

Geldrop.

Heeze.

Mierlo.

Asten.

Someren.

Vlierden.

Deurne en Liessel.

Badel.

Maarheeze.

Soerendonk, Sterkselen Gastel.

Lierop.

Veghel.

V. DISTRICTS-AMBT.

HOOFDPLAATS OIRSCHOT

namen der gemeenten.

Oirschot.

Best.

Oostel-, Westel- en Middelbeers.

Vessem, Wintelre en Knegsel.

Oerle.

Veldhoven en Mereveldhoven.

St. Oedenrode.

Son en Breugel.

Luiksgestel.

Valkenswaard.

Gestel en Blaarthem.

Strijp.

Stratum.

Aalst.

Waalre.

Riethoven.

Westerhoven.

Bergeijk.

Reusel.

Dommelen.

Zeelst.

Borkel en Schaft.

Hilvarenbeek.

Diessen.

Woensel en Eckart.

Bladel en Netersel.

Hoogeloon, Hapert en Kasteren.

Duizel en Steensel.

Eersel.

Hooge en Lage Mierde en Hulsel.

VI. DISTRICTS-AMBT.

HOOFDPLAATS PRINSENHAGE.

namen der gemeenten.

Prinsenhage.

Teteringen.

Alphen en Riel.

Baarle-Nassau.

Chaam.

Gilse en Rijen.

Ginneken en Bavel.

Rijsbergen.

Zundert en Wernhout.

Hooge en Lage Zwaluwe.

Zevenbergen.

Made en Drimmelen.

Terheijden.

Etten en de Leur.

VII. DISTRICTS-AMBT.

HOOFDPLAATS ROOSENDAAL.

namen der gemeenten.

Roosendaal en Nispen.

Rucphen en Voorenseinde.

teenbergen en Kruisland.

Klundert.

Fijnaart en Heiningen.

Ossendrecht.

Putten.

Woensdrecht, Hoogerheijden en Hinkelenoord.

Wouw.

Oudenbosch.

Standdaarbuiten.

Halsteren.

Huijbergen.

Nieuw Vosmeer.

Dinteloord en Prinseland.

Oud- en Nieuw-Gastel.

De Hoeven en St. Martens Polder.

 

Aldus gearresteerd bij Koninklijke Resolutie van den 8en Mei 1819, Litt. V2.

Mij bekend,

De Staatsraad, belast met de directie der Staats-Secretarij,

(geteekend) J. G. de Mey van Streefkerk.

Accordeert met deszelfs origineel,

De Griffier ter Staats-Secretarij,

(geteekend) D'Hamecourt, l. G.

Voor Kopij Conform,

De Griffier der Staten van Noord-Braband, A. J. Borret, l. G.

Bron: H.J.F. Smeets e.a. Bestuur en administratie der provincie Noordbrabant (Den Bosch s.d.) dl. 1

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave


Laatst bijgewerkt op 11 maart 2006 door Hein Vera