Ordonnantie op het begraven der doden (Woensel 1804)

Het gemeente bestuur van Woensel in ervaaring gekoomen synde dat veele ingeseetenen by het afsterven van hunne vrinden versloffen en nalaaten om zulx aan den koster en schoolmeester van dese gemeente aan te geven, niettegenstaande de wetten en placaaten van desen landen zulx ten sterkste gebieden en nademaal ook veele ingesetenen soo onbedagt en slorsig zyn dat zyn de doode lichaamen niet zoo als het behoord begraven, maar de graven al te ondiep maaken, het geen van zeer nadeelige en gevaarlyke gevolgen zoo van besmetting als andersints soude konnen worden indien daar inne niet by tyde voorsien worde en vermits al mede veele ingeseetenen de doodbaar gebruykende nalatig zyn, om deselve in de kerk of onder den toorn te rug te brengen, maar deselve op het kerkhof laaten staan,
zoo is 't dat het gemeente bestuur van Woensel in alle het geen voorschreeven willende voorsien goedgevonden heeft te ordonneeren, zoo als geordonneert en gestatueert wordt by deese:

1o dat een iegelyk by wien imand komd te overlyden verpligt sal zyn om aanstonds het overlyden met naam en toenaam van den overledenen aan den schoolmeester en koster deser gemeente op te geven op poene in geval van nalatigheid van 3 guldens,

2o dat een iegelyk het lyk of doodkist ter aerde bestellende, verplicht sal zyn het graft te maaken drie voeten diep op poene en boete van 3 guldens en

3o dat een iegelyk verplicht sal zyn om de doodbaar onder de toorn of in de kerk op de gewoone plaats te rug te brengen op poene en boete van 3 guldens, alle welke boetens by parate executie sullen werden ingevordert te verdeelen een derde voor den officier, een derde voor den armen en een derde voor den vorster of diender die de calange doet.
Aldus gepubliceert binnen Woensel den 226 february 1804

Bron: SRE AA Woensel voor 1811 7 26-2-1804

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 4 oktober 2009.