Ordonnantie inzake het molenaarsloon (Woensel 1807)

Het gemeentebestuur van Woensel doet te weeten dat daar van den eenen kant veele ingezetenen oncundig zyn door het veranderen van den pegge, hoe veel voor het maalloon van den tarwe, rogge en boekweit behoord te worden betaald en daar het van den anderen kant pligtmatig was, dat de molenaars als niet onkundig van de wet zynde, daar van de ingezetenen, welke op hunnen molen komen, onderrigten waar door de wet soms zeer dikwils niet word geobserveerd,
het als nu nodig en gebiedend is om andermaal de ingezetenen te herinneren de publicatie van het departementaal bestuur van Braband van dato 7e january 1803 inhoudende als volgd,
dat wanener de gelding van de rogge boven de f 18.0.0 het mudde bedraagd tot beneden de f 22.0.0 het maalloon daar van als dan is te 's Bosch
van een vat tarwe f 0.2.0
van een vat rogge f 0.1.4
van een vat boekweit f 0.0.15
dog wanneer het mudde rogge geld f22.0.0 of daar boven is het maalloon als dan:
van een vat tarwe f 0.2.4
van een vat rogge f 0.1.8
van een vat boekweit f 0.1.2.
En want de staande pegge van den rogge in 's Bosch beneden de f22.0.0 genoteerd staat, zoo is het maalloon van een vat 10 duyten en dus alhier by de 11 duyten.
Aldus gedaan en gepubliceerd den 13 december 1807.

Bron: SRE AA Woensel voor 1811 7 13-12-1807

Terugkeren naar Overzicht pagina costuymen etc.

Terugkeren naar Inhoudsopgave

Laatst bijgewerkt op 4 oktober 2009.