Filosofie der Vrijheid
in vogelvlucht door Jan Verhoeven

Wanneer we samen naar een kunstwerk kijken dan kunnen we elkaar allerlei details noemen die opvallen en indruk maken. Zo ook wil ik in vogelvlucht door de filosofie der vrijheid gaan. Later zal ik verbanden leggen. Nu beperk ik mij tot het aanstippen. Wat volgt is en reeks van aanhalingen uit de filosofie der vrijheid, met hier en daar een verbindende opmerking

1. Het bewuste handelen van de mens

Is de mens in zijn denken en handelen een geestelijk vrij wezen, of staat hij onder dwang van een onwrikbare noodzakelijkheid, die zuiver het karakter van een natuurwet vertoont?

En toch wordt door de tegenstanders van de vrijheid nooit gevragd, of de beweegredenen van mijn handeling, die ik met volledig inzicht ken en doorzie, voor mij eenzelfde dwang betekent, als het organisch proces, dat het kind om melk doet huilen.

Bestaat er verschil tussen een bewuste beweegreden voor mijn handelen en een onbewuste aandrift, dan zal de eerste ook een handeling ten gevolge hebben die anders moet worden beoordeeld dan het handelen uit een blinde drang

Wat wil zeggen, zich bewust zijn van de beweegreden van zijn handelen?

Het is niet van belang, of ik een genomen besluit ten uitvoer kan brengen, doch het gaat daarom, hoe het besluit in mij ontstaat.

Dat een handeling waarvan degene die haar verricht niet weet, waarom hij haar ten uitvoer brengt, niet vrij kan zijn, ligt voor de hand. Hoe staat het echter met die handeling, waarvan de beweegreden wordt geweten? Dit brengt ons op de vraag: Wat is de oorsprong en de betekenis van het denken? Immers zonder dieper inzicht in de denkverrichting van de ziel is het niet mogelijk tot een begrip - "weten van iets" - te komen; derhalve ook niet mogelijk tot het weten van een handeling te komen. Wanneer wij de betekenis van het denken in het algemeen doorgronden, dan zal het ook niet moeilijk zijn een helder inzicht te krijgen in de rol die het denken bij het handelen van de mens vervult.

Mijn hart wordt vervuld van medelijden, wanneer in mijn bewustzijn de voorstelling van een medelijdenwekkend persoon is opgetreden. De weg naar het hart gaat door het hoofd. Ook de liefde maakt hierop geen uitzondering. Wanneer de liefde niet slechts een uiting van de geslachtsdrift is, dan berust zij op de voorstellingen die wij ons van het geliefde wezen maken. En hoe idealistischer deze voorstellingen zijn, des te meer bezieling schenkt de liefde. Ook hier is de gedachte de vader van het gevoel.

Wij kunnen de zaak wenden en keren zoals wij willen, steeds duidelijker zal het worden, dat de vraag naar de aard van het menselijk handelen, voorafgegaan dient te worden door de andere vraag, naar de oorsprong van het denken. Ik stel daarom deze laatste vraag het eerst aan de orde.