Oefening in vrijheid
Jan Verhoeven, october 1997

Kunnen we vrijheid oefenen? Rudolf Steiner spreekt over deze eeuw als de eeuw waarin de mensheid als geheel de drempel naar de geestelijke wereld zal overschrijden. Vanzelf niet allemaal tegelijk en in dezelfde mate. Dit overschrijden is niet het gevolg van de individuele aktiviteit van de mens maar vloeit voort uit de ontwikkeling van de mensheid in haar geheel. Wie goed om zich heen kijkt kan waarnemen hoe er speciaal vanaf de veertiger jaren van deze eeuw een toenemend aantal mensen worden geboren die meer zien (of horen of ervaren) dan wat wij gewoonlijk als normaal beschouwen. Een aantal van deze mensen heeft het heel moeilijk en weten soms geen raad met wat hen overkomt. Niet zelden loop hun pad naar de medische wereld. Brengen we ons voor de ziel dat de mensheid als geheel in toenemende mate over deze nieuwe geestelijke vermogens zal beschikken, dan is het duidelijk dat we in onze opvoeding, in onze cultuur en in ons sociale leven met dit gegeven van de nieuwe helderziendheid zullen moeten leren omgaan. Doen we dat niet dan wordt een nieuw vermogen van de mens weggedrukt naar de marges van: gek, fantasterij, idioot, rijp voor de psychiater.

Nu heeft Rudolf Steiner vele oefeningen en inhouden gegeven die het leven van de ziel kunnen voorbereiden op deze nieuwe vermogens. Hier wil ik speciaal wijzen op een weg die Rudolf Steiner al op jonge leeftijd heeft beschreven, voorgeleefd en filosofisch doorgedacht in zijn Filosofie der Vrijheid. Op latere leeftijd spreekt hij daarover in de volgende bewoordingen: "in toenemende mate zal juist de weg zoals ik deze heb beschreven in mijn Filosofie der Vrijheid, de aangewezen weg zijn voor de mens van deze tijd. Een mens die moet leven te midden van natuurwetenschappelijke abstracties. De weg zoals ik deze in mijn Filosofie der vrijheid heb aangeduid is een veilige weg. Een weg die voor elk mens is te gaan omdat hier wordt uitgegaan van het denken van de mens. Niemand hoeft in te stemmen wat ik later als antroposofie heb gebracht om toch op vruchtbare wijze de weg van de Filosofie der Vrijheid te gaan."

Hoe ziet deze weg er uit? Het is een weg van de viervoudige transformatie van de ziel: 1. Waarnemen. 2. Voelen. 3. Voorstellen. 4. Zuiver denken.
Dit lijkt misschien abstract. Laten we daarom een concreet voorbeeld nemen. We beschouwen een schilderij. Liefst met twee of meer mensen zodat we onze waarnemingen onder woorden kunnen brengen, waardoor ze aan objectiviteit en vorm winnen.

1. Waarnemen
We vertellen elkaar wat we zien aan kleur, vorm, structuur, penseelvoering. We benoemen nog geen objecten. Belangrijk hierbij is het waarnemen van je eigen waarneming. Ben ik zomaar wat aan het staren of vraag ik mij werkelijk voortdurend af: wat heb ik nog niet gezien en gezegd?

2. Voelen
Als tweede stap vertellen we elkaar wat we beleven. Let op! de ander moet kunnen weten waarmee jouw gevoel verbonden is. Met welke waarneming dit gevoel is verbonden. Zinnen als: ik voel mij licht worden of stil, zijn niet aan de orde. Wel: die kleine gele vlek rechtsboven roept mij wakker. Ik voel de kracht van de penseelstreek in het rood. Boven alles gaat het hier om een bewust waargenomen dialogisch proces tussen subject en object. Wij hebben altijd wel gevoelens bij het waarnemen, maar meestal verdromen we de exacte samenhang.

3. Voorstellen
Als derde stap vertellen we elkaar de voorstellingen die we bij deze schildering hebben. Ook nu is het van wezensbelang om de ander te vertellen waar in de schildering hij of zij jouw aanknopingspunt kan vinden. We moeten hier een vrije associatie vermijden. Onze voorstellingen willen steeds meer in dialoog zijn met de schildering. Hoe denk ik dit schilderij. Welke begrippen verbind ik met deze schildering. Een zin als: 'het valt mij op dat die groene fles links geen schaduw werpt"; is zeker relevant in deze fase. Vooral ons oordeelsvermogen brengen we hier in.

4. Zuiver denken
Als vierde en laatste stap gaan we naar de waarnemer zelf: ik die waarneemt. We laten de schildering los en schouwen ons eigen ik zoals dat dialogisch leeft met de geestelijke wereld. Dit zuivere denken is tegelijk zuivere wil en zuiver gevoel. Wie ben ik is de vraag nu. Ook dit brengen we in het gesproken woord.

Dit is in het kort de weg die Rudolf Steiner in zijn Filosofie der Vrijheid geeft. Het moge duidelijk zijn dat we op elk moment en in elke levensomstandigheid deze viervoudige omvorming van de ziel kunnen oefenen. Aanvankelijk is het goed om voor de vier stappen samen ongeveer drie kwartier tot een uur te nemen. Na enige oefening is een mens in staat om, wanneer dit nodig is, dit geheel tijdloos te doen. Dan zijn we in staat om werkelijk tegenwoordigheid van geest te hebben met bewustzijn van onze waarnemingen, onze gevoelens, onze voorstellingen en onze wezenskern.

Als laatste nog een woord over de veiligheid van deze weg. Zij werkt harmoniserend en brengt de mens naar zijn midden. De mens die van nature snel 'uit zichzelf' is, zal door deze weg ervaren dat zijn ziel wat beter met de aarde verbonden blijft. De mens die van nature nog weinig open is voor de geestelijke wereld zal door deze weg ervaren dat zijn zieleleven langzaam, maar zeker, openbloeit voor de wereld aan gene zijde van de drempel. daarom mag deze weg terecht de gulden middenweg worden genoemd.