Wie de begrippen karma en reïncarnatie voor het eerst hoort kan daarbij hele verschillende gevoelens hebben. De een voelt van binnen uit een ja, de ander een duidelijk nee; nee dat is je reinste onzin, of ja zo moet het wel zijn.
Laten we zoeken naar aanknopingspunten in het dagelijks leven. Het heeft geen zin om te gaan leven met denkbeelden die niet bewaarheid worden door het leven dat wij leiden.
Wat verstaan we onder karma en reïncarnatie. Reïncarnatie is de gedachte dat de mens een geestelijk, eeuwig wezen is dat zich ontwikkeld door na de dood een tijdlang in de geestelijke wereld te verblijven om zich dan opnieuw te belichamen en in dit lichaam een ziel te vormen en te zijn tijdens het leven op aarde. Karma is de gedachten dat deze opeenvolgende reïncarnaties niet op zich staan maar een onderling verband hebben. Dat er een samenhang is tussen opeenvolgende aardelevens. Het zou overigens ongerijmd zijn te spreken over wederbelichaming wanneer er geen verband zou zijn tussen die verschillende aardelevens. Als karma gaat over verbanden tussen verschillende aardelvens dan kunnen we de vraag stellen naar het hoe en wat van die verbanden. Voor de geïnteresseerde lezer verwijs ik naar de voordrachten die Rudolf Steiner hier over heeft gehouden. Veel van deze voordrachten zijn recent in nederlandse vertaling verschenen. Hier gaat het enkel om het zoeken naar sporen in het dagelijks leven.
Sporen in het leven
Het eerste spoor vinden we wanneer we kijken naar een jong kind. Hoe dit leert spreken en lopen. Wie dit proces onbevangen gadeslaat en meemaakt zal zien dat hier geen sprake is van inprenting maar van een wakker roepen door de menselijke omgeving van iets dat al in het kind aanwezig is als vermogen. Waar dit vermogen is aangetast blijkt pas hoe moeilijk het is om in te prenten. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat al het leren van een jong kind een dialogische proces is tussen de omgeving en dat wat het kind van voor de geboorte meebrengt. Ik wil niet verklaren of bewijzen, enkel vragen en vooral verwondering wekken.
Het tweede spoor vinden we in het zogenaamde dubbele toeval. Elk mens kent in zijn of haar leven het toeval. We hoeven daar niet steeds iets achter te zoeken. Anders wordt het bij het dubbele toeval. Stel dat je wordt gebeld door een vriend die je uit het oog had verloren. Na jaren is er weer kontakt. Door dit gesprek mis je jouw trein. In de volgende trein ontmoet je iemand die verder een duidelijke rol in je leven gaat spelen. Hier mag je gaan denken aan karma. En zo kent iedereen wel dit dubbele toeval in zijn of haar leven.
Het derde spoor vinden we in de ontmoeting. We ontmoeten iemand met wie een haat/liefde verhouding ontstaat. Een gecompliceerde vriendschap waarbij de complicaties nauwelijks zijn te verklaren uit beider levensloop tot dan toe. Of neem een andere ontmoeting: met een mens die je van begin af aan volkomen vertrouwd is maar die toch een volledig raadsel voor jou is. In het eerste geval mag je denken aan een oude ontmoeting. Een elkaar terugvinden en een doorwerken vanuit een eerder leven. In het tweede geval mag je denken aan een nieuwe ontmoeting, een terugwerken vanuit een volgend leven.
Een vierde spoor is dat van het samenkomen van een hele reeks omstandigheden die maken dat je levenskoers fundamenteel verandert. Je raakt uitgeput, komt in therapie. Leest 'toevallig' een folder over een spirituele cursus. Ontmoet nieuwe mensen. Je gaat andere dingen doen. Anders denken. Terugblikkend blijkt dat een heleboel toevalligheden zich heben geconcentreerd in kort tijdsbestek. Ook hier mag je denken aan karma.
Een vierde spoor is het lot van een groep. Stel je een spirituele groep voor waar steeds nieuwe mensen komen en ook weer gaan. Dat er een kleine kern steeds blijft. Deze kern is ambivalent ten opzichte van elkaar. Ook hier mag je denken aan karma; verbonden karma.
De tijd
Soms wordt over karma gesproken in de trant van oorzaak en gevolg. Als je dit of dat doet in dit leven dan heeft dit die bepaalde gevolgen in een volgend leven. Deze manier van denken miskent wat karma is. Oorzaak en gevolg is enkel werkzaam op het stoffelijk nivieau, waar berekenbare natuurwetten gelden.
Een ziener kan verleden èn toekomst schouwen. Ook hier wordt de vergissing gemaakt dat het om een verleden en toekomstige tijd gaat. Ik wil proberen om dit wat duidelijker te maken.
In de geestelijke wereld, die de fysieke wereld doortrekt en daarop inwerkt, bestaat geen tijd zoals wij die uit het gewone leven kennen. Wat wij ervoor en erna zouden noemen is daar gelijktijdig aanwezig. Wat wij vroegere en toekomstige incarnaties noemen is daar werkelijkheid. Maar, en dat is wezenlijk, een werkelijkheid die in een dialogische verhouding staat tot ons fysieke leven op aarde. Het zou een verkeerde gedachte zijn te menen tot hierdoor alles al vaststaat. Alsof toekomstige incarnaties al vastliggen. Alsof al vastligt hoe vorige incarnaties in deze doorwerken. De relatie is dialogisch en het cruciale moment, de cruciale plaats is hier en nu. Hier en nu in jou is de plek waar verleden en toekomst samenkomen en in wisselwerking treden. En dit maakt dat wij vrij kunnen zijn. Zou dit punt ergens anders liggen dan zouden wij nooit vrij kunnen zijn. Ik besef dat dit geen gemakkelijke gedachte is.
Om hier toch enige grip op te krijgen zou je kunnen kijken naar jouw denken en willen. Zonder nog iets tr willen vastleggen of te bewijzen kun je kijken naar je gedachtebeweging: is die voornamelijk vanuit het verleden geimpulseerd of tref je daar ook een toekomststroom aan. Ik denk nu niet aan jouw voorstellingen van de toekomst maar aan iets wat je werkelijl nieuw invalt. Zo kun je ook kijken naar je wilsleven. Heb je het gevoel dat je een soort matje aan het uitrollen bent, het aflopen van een voorgebaand pad, of heb je juist het gevoel dat jij met jouw daden een nieuw pad aan het banen bent. Dit is iets wat je niet in vijf minuten doorhebt. Het vraagt soms jarenlange aandacht om hier meer gevoel voor te krijgen.