Vriendschap
door Jan Verhoeven, 19 november 2004

Nog niet zo lang geleden kwam in een filosofiegroepje waaraan ik deelneem de vraag aan de orde: wat is voor jou een centraal begrip?
Dit was het huiswerk voor de volgende keer.

Ik hoefde hier niet lang over na te denken: Vriendschap.

Op het eind van zijn leven spreekt Christus tot zijn leerlingen: schenk elkander uw vriendschap zoals ook Ik u mijn vriendschap heb geschonken. Ga heen naar alle volken en breng hen deze boodschap.

In het evangelie zul je deze woorden niet zo achter elkaar vinden. Toch is dit voor mij de essentie van wat Christus ons heeft geleerd.

Om vriendschap te kunnen schenken moet je ook bevriend kunnen zijn met je zelf. Niet alleen met je mooie kanten maar ook met je minder mooie of gebrekkige kanten.

Vriendschap is zoveel meer dan elkaar aardig vinden of goed met elkaar overweg kunnen. Jezus had vaak harde woorden voor zijn leerlingen, toch noemde Hij hen: mijn vrienden.

Vriendschap is niet blind. Vriendschap ziet dat de ander man of vrouw is; ziet het geslacht, het geloof, de geaardheid, de huidskleur en dat alles van de mens die voor hem staat.

Vriendschap kan genieten van of bevreesd zijn voor het andere in de mens die voor hem staat, maar uiteindelijk doet dat er niet toe.

In vriendschap vieren twee mensen de ontmoeting van het bijeen zijn, van het waarlijk mens zijn.

Christus zegt dan: waar twee of meer in mijn Naam bijeen zijn ben Ik in hun midden.

Dit is mijn diepste overtuiging:
Dit in Zijn Naam bijeen zijn is enkel mogelijk in vriendschap die uitstijgt boven geslacht, geaardheid, geloof, afkomst, uiterlijk....

Elk mens zal in zijn hart kunnen zien: ik schiet te kort. Ik ben niet moedig genoeg. Kan ik niet meer en beter doen.

Ik denk aan de woorden die Christus sprak over en tot de overspelige vrouw:
Tot de omstanders sprak Hij: wie zonder zonde is werpe de eerste steen.
Tot de vrouw sprak Hij: ga heen, zondig niet meer en beter je leven.

Zou Christus echt gedacht hebben dat de vrouw nooit meer zou zondigen?
Natuurlijk niet. Hij kende het hart van de mensen als geen ander. Hij wist hoe moeilijk en lang de weg was.

Als kind ontdekte ik dit: wie leeft om iets te bereiken zal nooit echt leven. Wie volmaakt wil worden zal het nooit worden.

Christus wijst de weg van de vriendschap. De vriendschap met de mens die mij aanziet, maar ook met alle schepselen en met de aarde zelf.
De vriendschap met mijn eigen kleine hart en de vriendschap met de gebreken in de mens die naast mij gaat.

De vriendschap ook met vandaag. Hoe kan ik vriendschap sluiten met vandaag, ook met de tegenvallers van vandaag, als ik voortdurend gericht ben op wat nog moet komen.

Fransiscus van Sales leert ons zachtmoedig te zijn naar ons zelf en naar onze medemens.
Hoe mooi dat in het nederlands beide aspecten in dit woord zijn verenigd. Om zachtmoedig te kunnen zijn moet ik zowel zacht als moedig zijn.

Wanneer de mens tegenover mij hard wordt dan is de verleiding groot om daar hard tegenover te staan.
Maar elke mens zal in het diepst van zijn hart weten dat dit een heilloze weg is. Enkel zachtmoedigheid kan een antwoord geven.

Zachtmoedigheid ligt in vriendschap besloten, zoals ook kritiek in vriendschap ligt besloten.
Kritiek is goed wanneer ik het doe vanuit een vriendschappelijk hart, met de bedoeling de ander nabij te zijn.
Kritiek is slecht wanneer ik het doe vanuit eigen angst, onzekerheid of om de ander klein te maken.

Soms hoor je in kleine kring mensen over een ander volk en een ander geloof spreken op een manier die de angst in hun eigen hart openbaart. Wie uit angst spreekt en door deze angst beheerst dreigt te worden doet altijd anderen en ook zichzelf te kort.
In mijn leven heb ik geleerd nooit met angst in discussie te gaan maar om de ander, ook de mens die in angst leeft mijn vriendschap te blijven aanbieden.

Zo is ook deze tekst geschreven: vanuit de vriendschap met Christus in mij en in jou.