|
|
||||||
|
|
|
|
|
|||
| Fabrikanten en bedrijven | Marktontwikkeling | Klimaatcrisis | English | |||
| Kleine Windmolens | Windparkenkaart | Molenproducties | Contact | |||
| Cijfers | Incidenten | FAQ | ||||
| Techniek | Kosten-Baten | Links | ||||
|
|
Subsidies Windenergie 2009
Stimulering Duurzame Energieproductie, SDE |
|
|
18 - 26 november 2009
Het geplande windpark op het land en in het water van Siemens, Enercon, Essent en vijftig boeren langs de dijken van de Noordoostpolder wordt bij realisatie in 2013 met zo'n 450 MW het op 2-3 na grootste van Europa * (volgens ondergetekende), erg innovatief (volgens de minister) en gebouwd met peperdure molens (volgens het 17-11 door de minister aangekondigde speciale subsidietarief). Zo duur dat het project, ondanks het zeer hoge windaanbod op de locatie, met de huidige SDE subsidieregeling 2009 (welke voor windrijke locaties zoals deze ook nog eens uiterst lucratief is) niet rendabel te exploiteren zou zijn. Na overleg met de initiatiefnemers en een advies van ECN / KEMA (i.v.m. bedrijfsvertrouwelijke gegevens niet openbaar) heeft minister van der Hoeven van Economische Zaken daarom besloten twee aparte categorieën SDE in te stellen waarmee nog dit jaar op grond van de SDE-2009 een hoger subsidieniveau kan worden toegezegd. Er worden twee aparte categorieën aangewezen. Voor de landmolens van totaal 285 MW geldt een basisbedrag van 9,6 cent per kWh (basisbedrag = kostprijs = waarde grijze stroom plus subsidie) gebaseerd op een productie welke overeenkomt met 3.095 "vollasturen". Voor de near-shore molens in het water van totaal 144 MW wordt dat 12,1 cent per kWh bij 3.118 "vollasturen". Volgens het rekenmodel van ECN/Kema voor de berekening van de basisbedragen betekent dit dat gerekend wordt met projectkosten van 2.000 Euro/kW voor de "landmolens" en 2.700 Euro/kW voor de "watermolens". Voor de SDE-2009 gold een basisbedrag van 9,4 cent/kWh bij projectkosten van 1.325 Euro/kW en een productie welke overeenkomt met 2.200 "vollasturen". Voor 2010 wordt het basisbedrag 9,6 Eurocent bij projectkosten van 1.350 Euro/kW en eveneens 2.200 "vollasturen".
Voor de landmolens gaat het om de E 126 van de Duitse fabrikant Enercon. De ontwikkeling begon als een turbine van 112 meter rotordiameter en 4,5 MW maar deze is nu doorontwikkeld naar 127 meter rotordiameter en 6 MW op een standaard ashoogte van 135 meter. Daar staan er nu zes van in Duitsland. Maar het vermogen wordt nog verder opgevoerd. In het Belgische Estinnes wordt nu gebouwd aan een park met 11 stuks van deze turbines. De eerste vijf draaien al en meten 6 MW maar de overige zes worden opgevoerd naar 7 - 7, 5 MW. De fabrikant geeft nog geen openbare informatie, de turbine is officieel nog niet in de verkoop. Het Belgische project kost rond de 125 miljoen Euro, dus ruim 11 miljoen per turbine. De Europese Unie steunt het project (m.n. de techniek naar groter vermogen, netinpassing, aanleg infrastructuur, transportoplossingen) met 3,3 miljoen Euro. Het windaanbod op de locatie, 80 kilometer onder Brussel, is erg matig. Er wordt een productie per turbine van ca. 17 miljoen kWh verwacht (bij de NOP-molens wordt dat tegen de 25 miljoen per stuk). Maar het lage windaanbod (en de dure turbines) wordt rendabel gemaakt door een riante kWh-vergoeding. In België wordt gewerkt met een groencertificatensysteem, in combinatie met een verplicht aandeel duurzaam voor de energiebedrijven. Dat stimuleringsmodel leidt, net als in Engeland en Italië, tot erg hoge kWh-vergoedingen. Momenteel ontvangt men bovenop de grijswaarde van de stroom ruim 10 cent per kWh aan certificaatwaarde (10 jaar), dus totaal 14-15 cent per kWh. De E-126 wordt speciaal ontwikkeld voor met name de minder windrijke gebieden in Duitsland en de fabrikant wil er mee aantonen dat Duitsland met "maar een paar van deze turbines" voor 25% op windstroom kan draaien (Duits doel voor 2020). De serieproductie komt pas over enkele jaren enigszins op gang. Zie ook Energeia en W.O.W. Turbines van 6 MW of meer worden momenteel (on-shore) alleen geleverd door Enercon en REpower, maar binnen een paar jaar zullen ook andere fabrikanten daar toe over gaan.
Dat windpark NOP een peperduur project wordt blijkt ook bij vergelijking met het Duitse Feed-in tarief. Als het project in 2012 in gebruik zou worden genomen bedraagt dat tarief (voor deze locatie, landmolens) 8,93 Eurocent per kWh over de eerste vijf jaar ("starttarief", vergelijkbaar met het basisbedrag van de SDE) en 5,02 cent voor de daaropvolgende 15 jaar. Met elk jaar vertraging van het startjaar wordt het starttarief 1% lager. De Duitse repowerpremie van 0,5 cent per kWh over de eerste vijf jaar is niet van toepassing op de vervanging van de 50 Essent-molens omdat het vermogen meer dan 5 maal zo groot wordt. Voor de near-shore turbines zijn de kosten natuurlijk hoger vanwege de fundering in het water maar of het basisbedrag van 12,1 cent redelijk is kunnen wij niet beoordelen. Voor deze turbines wordt de Siemens van 3,6 MW beoogd met een rotordiameter van 107 meter, maar meer waarschijnlijk de nieuwe versie met een rotor van 120 meter. De werkelijke productie zal in ieder geval aanzienlijk tot zeer veel hoger zijn (ruim 3.500 "vollasturen" bij 107 meter) dan waarmee het basisbedrag van 12,1 is berekend (3.118). Ook voor de "landmolens" is de kostprijs met een veel te lage productie berekend (3.095 in plaats van bijna 4.000 "vollasturen") zodat het tarief betiteld kan worden als een "veel te ruime subsidiering van Duitse prototypes", omdat het de fabrikant verleidt tot onnodig hoge prijzen (het is bekend dat fabrikanten hun prijzen afstemmen op het subsidieregime van het betrokken land).
In totaal wordt een subsidiebedrag van maximaal 880 miljoen Euro beschikbaar gesteld voor de looptijd van 15 jaar. Daarnaast wordt een investeringssubsidie vanwege het "innovatieve" karakter van het park beschikbaar gesteld van 104 miljoen Euro en maximaal 116 miljoen Euro., dus rond een miljoen per turbine. De minister geeft niet aan voor welke innovaties dit bedrag bedoeld is en waarom niet (een deel) gewoon in het basisbedrag is verwerkt. Het is een uitnodiging aan andere exploitanten om ook "nieuwigheidjes" te verzinnen. Om de toekenning nog dit jaar te kunnen doen wordt afgezien van het SDE-vereiste om een verleende bouwvergunning te hebben. Het is voldoende als de aanvraag milieuvergunning is ingediend en als er een voor het bevoegd gezag aanvaardbaar MER beschikbaar is. De turbinekeus hoeft voor de toekenning ook nog niet vast te staan. Omdat in het SDE-systeem de subsidie niet wordt uitgekeerd per geproduceerde kWh maar per geïnstalleerde kW turbinevermogen kan het subsidiebedrag dus nog verhoogd worden door een zwaardere turbine te kiezen (die niet altijd evenredig duurder hoeft te zijn). Het systeem lokt in principe dus het sjoemelen met de "naamplaatjes" op de generator uit. De landmolens dienen minimaal 6 MW te zijn en de near-shore turbines minimaal 3 MW.
Als de begrote vollasturen ook in de praktijk zullen worden gerealiseerd zal het project ruim 1,3 miljard kWh per jaar produceren. Dat is 1,1 % van de Nederlandse stroombehoefte.
Omdat het subsidieniveau voor dit project hoger is dan volgens de SDE-regeling , kan minder vermogen dan bedoeld was (2.000 MW) gesteund worden. Deze maand werden in een brief aan de Kamer de herschikte budgetten bekend gemaakt, samen met de plannen voor de SDE-2010 (zie SDE-2010 ) . Aangezien op het budget voor 2009 voor wind op land (1,5 miljard voor ruim 850 MW) nauwelijks beroep is gedaan (50 MW aangevraagd) is dit bedrag ruim voldoende voor het dijkenplan.
De minister meent dat zij nu voldoende haar best heeft gedaan en besluit haar brief met : "het is nu aan de Koepel Windenergie Noordoostpolder om tot realisatie over te gaan".
Branche-organisatie NWEA noemt de aanpassing "opmerkelijk omdat EZ tot nu toe strikt vasthield aan de regeling in de discussie over differentiatie naar regio" maar zij is "blij dat het project Noordoostpolder....... nu eindelijk door kan gaan", maar vindt het "wel opvallend dat juist in zo'n geval EZ bereid is de SDE aan te passen, terwijl er al langer een discussie loopt tot differentiatie, omdat duidelijk is dat veel (kleinere) projecten elders in het land niet van de grond komen, omdat de regeling te veel is afgestemd op kustgebieden".
Andere delen van de branche roeren zich en hebben het over concurrentievervalsing. Ontwikkelaar Eventus Duurzaam schrijft in een reactie in het Financiële dagblad: "Terwijl de rest van de branche het moet doen met een gedrocht van een stimuleringsregeling, de SDE, krijgt één project de hoofdprijs. Er komt geen project van de grond.... en om nu falend overheidsbeleid te maskeren door een project voor te trekken ter meerdere eer en glorie van het kabinetsbeleid is niet fair en onjuist" (meer hierover bij Polder PV)
Tenslotte mag de op zijn minst misleidende passage in het persbericht van Economische zaken niet onvermeld blijven: "Voor de totstandkoming van dit windpark stelt minister Van der Hoeven een subsidie op grond van de Subsidieregeling Duurzame Energieproductie (SDE) ter beschikking van (MAXIMAAL) rond 880 miljoen euro, waarmee de zogeheten onrendabele top van de elektriciteitsproductie van dit windpark via een bedrag per aan het elektriciteitsnet geleverde Kilowattuur wordt gecompenseerd."
Maar liefst drie zaken kloppen hierin niet: - het woordje "maximaal" ontbreekt want de werkelijke subsidie zal VEEL lager zijn - de subsidie dekt niet de "onrendabele top" maar is een vergoeding voor vermeden nadelen voor de samenleving die niet in de waarde van de "grijze stroom" tot uitdrukking komen - er wordt veel meer dan alleen de "onrendabele top" vergoed - de subsidie wordt niet uitbetaald als een bedrag per geleverde kWh maar als een bedrag per geïnstalleerde kW windturbine vermogen. (zie ook bericht hieronder).
Alle media meldden zonder commentaar dat er 1 miljard subsidie naar het park gaat en atoomactivist Kouffeld (Em. hoogleraar TU-Delft) kon het bedrag, door EZ-teksten gelegitimeerd, dan ook toevoegen aan zijn rijtje argumenten tegen windenergie in de NRC. van 5 december.
Afgezien van de ruim 100 miljoen "innovatiesubsidie" wordt het alleen 880 miljoen als de elektriciteitsprijs 15 jaar lang zo laag blijft als momenteel. En niemand zet er een vraagteken bij ! "Tja, windmolens en grote ook nog, groene stroom , zal wel duur zijn". In de praktijk zal het minder dan de helft zijn en misschien wel helemaal niets omdat de olieprijs naar 200 Dollar per vat gaat. En als er voor de landmolens normale turbines uit de serieproductie zouden worden toegepast, kunnen die dankzij het enorme windaanbod op deze locatie in ieder geval zonder een cent subsidie uit.
Regeling van 16-12-2009, nr. WJZ/9194006, 2 nieuwe SDE-categorien. Brief aan Tweede Kamer, 17-11-2009 Rekenmodel Wind op land ECN voor basisbedragen SDE (Excel) http://www.windparknoordoostpolder.nl/ Kritisch commentaar op Duurzaam.nl Idem van Peter Segaar op Polder PV Reactie NWEA en Brief NWEA aan Tweede Kamer Motie SP/GroenLinks voor 2nd opinion NOP-tarief verworpen PS Flevoland wil minder molens bij Urk
* In de noordelijke bossen van Zweden (Markbygden, gemeente Pitea) is eind 2008 begonnen met de bouw van verreweg het grootste windpark van Europa. Dit moet in 2020 ruim 3.500 MW omvatten. We kennen het bouwtempo niet maar in 2013 zal het zeker groter zijn dan windpark NOP. In Roemenië ("Dobrogea") wordt nu gebouwd aan de eerste fase van een project van 348 MW dat na de 2e fase in 2011 uitgroeit tot 600 MW. Onder Glasgow wordt het bestaande park "Whitelee" van 322 MW in 2012 uitgebreid tot 593 MW.
Het grootste windpark van Nederland staat in de Eemshaven met 264 MW. Het is een visueel aaneengesloten geheel maar wel van verschillende eigenaren, zoals bij de Noordoostpolder, zie: windpark Eemshaven. De drie grootste windparken ter wereld staan momenteel in Texas en meten 600-700 MW.
3 september 2009
Op de pagina van SenterNovem met informatie over de subsidieregeling voor wind
op land staat de volgende tekst:
Ook op de site van Economische Zaken wordt het systeem (voor wind op land)
onjuist beschreven: "Subsidiering binnen de SDE vindt plaats per
geproduceerde kilowattuur of m3 gas". Zie:
Ministerie van Economische Zaken - SDE.
Dat is voor bijvoorbeeld een turbine van 3.000 kW voor 2009 een subsidiebedrag
van Euro 211.200,- Die turbine produceert op een windrijke kustlocatie ongeveer
10 miljoen kWh per jaar. De subsidie per kWh bedraagt dus 2,11 cent en niet 4
cent . Het bedrag per
kW is voor alle locaties (met hetzelfde vermogen) gelijk. Op minder windrijke locaties is de subsidie per kWh
dan dus hoger. Exact gelijk aan 4 zal het echter nergens zijn omdat de locatie met
5.280.000 kWh per jaar (waarbij de subsidie exact 4 cent per kWh zou zijn) bij
het subsidieniveau van SDE - 2009 niet rendabel is te krijgen. In 2008 was het definitieve subsidiebedrag Euro 56,32 per kW geïnstalleerd vermogen; de geproduceerde kWh-en hebben op dat bedrag geen invloed. Alleen als de productie lager was dan overeenkomend met 1760 "vollasturen", wordt gerekend met het werkelijke aantal "vollasturen", maar dat komt eigenlijk niet voor.
Dit uitbetalingssysteem is bedacht om de exacte subsidiebehoefte te kunnen begroten (er geldt ook een maximaal correctiebedrag) maar beloont daardoor vermogen in plaats van energie en is dus niet stimulerend voor de toepassing van optimaal producerende windturbines omdat een grotere generator niet gelijk op gaat met een hogere stroomproductie.
Ook in de brief aan de Tweede Kamer van 23 november over de speciale SDE-categorie voor windpark Noordoostpolder staat weer dezelfde onzin: "De subsidie wordt tijdens de exploitatie van de windturbines uitbetaald als een bijdrage per daadwerkelijk aan het elektriciteitsnet geleverde kilowattuur". We kunnen niet anders dan concluderen dat Economische Zaken niet weet hoe de regeling werkt.
PS, 2-12-2010: Inmiddels heeft SenterNovem een formulering gevonden om de regeling beter te omschrijven. Bij de aankondiging van tarieven 2010 staat nu met een * bij het subsidiebedrag per kWh (onderstreping van WSH):
"Het genoemde bedrag is een indicatie van de gemiddelde subsidie over de gehele looptijd van de subsidie, gebaseerd op het basisbedrag verminderd met de lange termijn energieprijs. De werkelijke subsidie kan jaarlijks verschillen en wordt gebaseerd op de feitelijke subsidiabele productie en het basisbedrag, verminderd met het correctiebedrag." Onbegrijpelijk voor gewone stervelingen, maar het is juist en weerspiegelt de complexiteit van het systeem. Dat is overigens op zich geen probleem, elke goede regeling is ingewikkeld maar deze deugt dus niet. (De subsidiabele productie wordt berekend door 1.760 te vermenigvuldigen met het geïnstalleerde vermogen van het project / de turbine)
Zie: SenterNovem-SDE
3 juni 2009
Minister van der Hoeven gaat akkoord met de wens van coalitiepartijen CDA, PvdA
en CU om het subsidiebudget voor biomassa en zonne-energie in oktober met 250
miljoen te verhogen ten koste van het budget voor windenergie op land, waar tot
nu toe te weinig belangstelling voor is.
Die toezegging deed ze vandaag in een debat
met de Tweede Kamer over de SDE. PvdA
en Christenunie willen dat het geld eerder beschikbaar komt. Twee weken
geleden zei de minister nog geen aanleiding te zien om met de budgetten te gaan
schuiven.
Het liefst ziet het parlement dat het geld voor 1
juli, wanneer de loting plaatsheeft, wordt overgeheveld. Maar dat is volgens de
minister niet mogelijk. De SDE is tot eind oktober opengesteld en theoretisch
is het mogelijk dat er voor die tijd nog aanvragen voor subsidie op
windenergie binnenkomen. VVD en PVV dienden een motie in om alle subsidies SDE zo snel mogelijk af te schaffen.(De motie Samsom, 31 239 nr. 56 is op 9-6 aangehouden. Alle andere moties n.a.v. dit debat zijn verworpen.).
Op 16 juni is een iets gewijzigde motie aangenomen waarin gevraagd wordt de overheveling te doen plaatsvinden als op 30 oktober blijkt dat er voldoende "onderuitputting" bij wind op land is.
17 augustus 2009
Minister van der Hoeven meldt de Tweede Kamer dat zij 254 miljoen Euro overhevelt van wind op land (indien blijkt dat dit op 30 oktober is overgebleven van beschikbare 800 miljoen) naar de categorieën zon ("kleine"" en "grote" installaties) en naar biomassa. Dit zou het toe te kennen vermogen voor wind op land met 139,4 MW verlagen. Er is dit jaar voor wind op land voor ca. 830 MW subsidie beschikbaar, maar (waarschijnlijk) nog maar voor 12,5 MW aangevraagd.
18 mei 2009
Ruim een half jaar na de sluiting van de SDE-ronde 2008 en ondanks een verhoging van "het tarief" met 6,8% t.o.v. de ronde 2008, is er nog steeds nauwelijks belangstelling om aanvragen in te dienen voor SDE-subsidie wind op land.. Per kamerbrief maakte minister van der Hoeven op 15 mei de stand per 6 mei bekend. Er zijn 20 aanvragen voor totaal 2,7 MW ingediend. Waarschijnlijk gaat het dus om een paar aanvragen voor een solitaire grotere turbine en een stuk of 18 voor mini-molentjes. Er is dit jaar voor 830 MW beschikbaar. Het Kabinet wil in 2011 voor 2.000 MW beschikt hebben. Tot nu toe werd voor 90 MW toegekend (ronde 2008). Er zijn nog geen beschikkingen 2009 afgegeven. SenterNovem denkt minimaal de toegestane 13 weken nodig te hebben voordat de eerste beschikkingen kunnen worden afgegeven., dus niet voor 6 juli. Vijf van de tien SDE-categorieën zijn inmiddels overtekend: biomassa gas en elektriciteit, zonnepanelen "groot" en klein en elektriciteit uit AVI's (Afval Verbrandings Installaties). Hoewel een kamermeerderheid het budget voor zonnepanelen ten koste van wind op land wil verdubbelen geeft de minister in de brief aan dat de huidige stand geen aanleiding is om te gaan schuiven met de budgetten. Op herhaalde aandrang van de Kamer gaat zij daar in augustus toch toe over, zie Brief aan Tweede Kamer - 17-8-09.
Zie de Kamerbrief SDE-stand 6 mei 2009
20 april 2009
De elektriciteitsprijs was in 2008 gemiddeld vrij hoog. Windturbines met SDE-subsidie 2008 kregen aan de kust daardoor maar 1,7 cent subsidie per kWh.
Het definitieve correctiebedrag (electriciteitsprijs) 2008 voor SDE-projecten wind op land is vastgesteld op 7,8 cent per kWh. Zie: SenterNovem-correctiebedragen 2008. Vooral de zeer hoge olieprijs, die in de herfst opliep tot bijna 150 Dollar per vat, dreef de stroomprijs op. Vakblad Windpower Monthly becijferde dat op dat moment windenergie veruit de goedkoopste optie was, voor kolen, gas of atoom. De kostprijs van windstroom (omgerekend naar het "basisbedrag" bij 1.760 "vollasturen") is 11 cent per kWh (8,8 bij 2.200 "vollasturen") voor de looptijd van 15 jaar van projecten welke in 2008 een SDE-beschikking kregen. De subsidie (11-7,8) vult het correctiebedrag (de elektriciteitsprijs) aan tot het basisbedrag. Projecten krijgen een subsidiebedrag van: 1.760 * (11,0-7,8) * projectvermogen in kW uitbetaald, dus € 56,32 per kW. Een turbine van bijvoorbeeld 3 MW (3.000 kW) ontvangt dus in 2008, ongeacht het windaanbod of de werkelijke productie: 1.760 * 0,032 * 3.000 = € 168.960,-.
Omgerekend over alle kWh-en van een turbine van 3 MW resulteert dat op een kustlocatie (Harlingen, Maasvlakte) met een productie van 10 miljoen kWh (10.000,000 / 3.000 = 3.333 "vollasturen") in een gemiddelde subsidie van 1,7 cent per kWh. Op een locatie met een half zo laag windaanbod van 5.280.000 kWh (1.760 vollasturen, Drachten, Tiel, Roozendaal) zou dat gemiddeld 3,1 cent per kWh zijn.
Overigens gelden bovenstaande bedragen voor een theoretische turbine die het hele jaar in bedrijf zou zijn geweest (1.760 is het maximum voor een jaar). Vorig jaar was er nog geen enkele SDE-gesteunde turbine het hele jaar in bedrijf.
Publicatie correctiebedragen met toelichtingen in De Staatscourant.
31 maart 2008
Gisteren zijn de ministeriele uitwerkingsregelingen voor de SDE 2009 gepubliceerd.
Wind op land Het "gemodificeerde" van toepassing zijnde basisbedrag (na vermenigvuldiging met 1,25) voor maximaal 1.760 te compenseren "vollasturen" bedraagt 11,8 Eurocent per kWh (2008 was 11,0) en de gecorrigeerde "basiselektriciteitsprijs" bedraagt 4,9 cent/kWh (na vermenigvuldiging met 1,25). Voor wind op land kan in 2009 maximaal voor 1,512 miljard Euro toegekend worden. Dat is het bedrag dat maximaal nodig is aan subsidie voor 15 jaar looptijd per project, indien de elektriciteitsprijs gedurende die 15 jaar nooit hoger dan 3,92 cent/kWh is (4,9 / 1,25). Een nog lagere elektriciteitsprijs wordt niet door meer subsidie gecompenseerd. Bij die basiselektriciteitsprijs moet dan 11,8-4,9=6,9 cent per kWh subsidie betaald worden over maximaal 1.760 "vollasturen". Zo kan berekend worden dat het gereserveerde bedrag goed is voor 830 MW aan toe te kennen windvermogen. (1.512.000.000/15) / 0,069 / 1.760). Hoe hoger de elektriciteitsprijs hoe lager het benodigde subsidiebedrag.
Het vermogen van 830 MW is bij een gemiddelde productie van 2.200 "vollasturen" goed voor een jaarproductie van 1.826.000.000 kWh (ongeveer 1,6% van de Nederlandse stroombehoefte).
Projecten dienen binnen 4 jaar na subsidiebeschikking in gebruik te zijn genomen. De termijn voor aanvragen is voor alle categorieën opengesteld van 6 april 2009 t/m 30 oktober 17.00 uur.
Een rekenvoorbeeld 2009 staat bij SenterNovem-Rekenvoorbeeld SDE.
Ook Windunie maakte een rekenmodel, zie een voorbeeld: SDE Windunie (pdf)
De rekenbladen van ECN voor de berekening van de productiekosten en basisbedragen voor de diverse jaren vindt u via Concept SDE-basisbedragen ECN/KEMA.
-------------------------------
Wind op zee Voor wind op zee is nog geen regeling van kracht en er kunnen geen aanvragen worden gedaan. Eerder werd al een (voorlopige) maximale kostprijs (basisbedrag) van 18,6 Eurocent per kWh vastgesteld. Dit bedrag wordt nog herzien als in de loop van dit jaar een tender voor totaal 950 MW op de Noordzee wordt uitgeschreven. Het bedrag wordt in ieder geval lager als de netaansluiting alsnog voor rekening van TenneT komt en er komt een "aftrekpost" bij de rangschikking van de biedingen voor de extra kosten voor grotere afstanden tot de kust.
Zonnepanelen Wij betuigen wederom onze deelneming aan de liefhebbers van zonnepaneeltjes. Ook dit jaar is er slechts een fooi beschikbaar voor totaal 20 MW, wat goed is voor een jaarproductie van 17 miljoen kWh, evenveel als een flinke windmolen op een aardige locatie. Het beschikbare budget was op 7 april vele malen overtekend. Loting moet de gelukkigen aanwijzen. Zie voor uitgebreide bespreking en kritiek over de afdeling zonnepanelen bij: Polder PV.
Alle SDE-regelingen, ook voor biomassa, waterkracht en afvalverbranding staan o.a. bij SDE-SenterNovem.
25 maart 2008
In het crisisakkoord van het Kabinet staat: "Om een schone en zuinige energievoorziening voor de toekomst veilig te stellen, zal de SDE in zijn huidige vorm blijven bestaan, maar zal deze ruimer en robuuster worden gefinancierd uit een opslag op het elektriciteitstarief. Zo wordt langjarige zekerheid gegeven over de beschikbaarheid van voldoende middelen om de ambitie van 20% duurzame energie in 2020 te realiseren. Bij de uiteindelijke vormgeving zullen de koopkrachteffecten en de budgettaire beheersbaarheid worden meegewogen. De vrijvallende middelen op de EZ-begroting worden aangewend voor lastenverlichting".
Tijdens overleg met de Tweede Kamer op 7 april meldde de minister dat het nieuwe systeem niet voor 2011 wordt ingevoerd en de huidige SDE-systematiek met pafonds per categorie blijft gehandhaafd, ook na 2011. Alleen de financiering wijzigt. Volgens Diederik Samsom betekent de zinsnede "langjarige zekerheid gegeven over de beschikbaarheid van voldoende middelen om de ambitie van 20% duurzame energie in 2020 te realiseren" in het crisisakkoord wel dat er van 2012 tot 2020 6 - 8 miljard Euro beschikbaar moet komen.
De gewijzigde financiering van de subsidies heeft voor landlocaties pas over een aantal jaren tot gevolg dat geleidelijk de subsidielast verschuift van de Rijksbegroting naar burgers en bedrijven, mede omdat de bouw dit jaar zo goed als stil is komen te liggen en ook volgend jaar nog niet veel zal voorstellen. Maar misschien is het wel de bedoeling dat ook de al bestaande projecten op de nieuwe wijze worden gefinancierd. De opmerking dat de vormgeving van de financiering zal afhangen van de effecten op koopkracht en de budgettaire beheersbaarheid doet het ergste vermoeden. Net als bij de SDE zullen er wel weer degelijke deksels op de te subsidiëren vermogens worden gezet. Minister van der Hoeven heeft niet voor niets keer op keer gezegd dat zij de financiering door een opslag op consumententarieven verwerpt vanwege de koopkrachteffecten.
3 maart 2008
Tijdens de behandeling vandaag van de voortgang van de SDE-regelingen voor duurzame energie in de Tweede Kamer doemde een derde probleem op voor windenergie op land. Door de problemen met het lokale draagvlak en een ondeugdelijke SDE-regeling gaat de ontwikkeling nu zo langzaam dat kamerleden sterk gaan twijfelen aan de haalbaarheid van de doelstelling van vermogensverdubbeling. Die twijfels zijn nu al zo groot dat sommigen suggereren om delen van het budget maar naar een andere categorie over te hevelen. Woordvoerder ten Hopen van het CDA, de opvolger van Jos Hessels, was het felst daarin en stelde voor om het resterende budget voor wind op land maar over te hevelen naar zonne-energie. Het liefst al na de zomer. Hij werd weliswaar terecht gewezen door Paulus Jansen (SP) die opmerkte dat dan de duurzame doelstellingen heel erg zeker niet gehaald gaan worden omdat zonne-energie per kWh vele malen duurder is. Maar ook hij ("dramatisch slecht SDE-resultaat in 2008") stelde voor om geld bij wind op land weg te halen, ditmaal ten gunste van wind op zee. Hij had goed geluisterd naar "de tegenstanders" van windenergie en is van mening dat het gedoe met het vergunningentraject en de weerstand op landlocaties ook tot hoge kosten leidt. "Dan kunnen we net zo goed op zee meer doen, daar is wel breed draagvlak voor", was zijn stelling. Voor landlocaties bepleitte hij helderder regelgeving en betere wettelijke bescherming voor omwonenden.
Ten Hopen drong tot drie maal toe bij collega's aan om hem te volgen in het schuiven van geld van wind op land naar andere categorieën. Voor Samsom (PvdA) was dat nog veel te vroeg maar toch reageerde hij dat voor hem "alles bespreekbaar is als de doelstellingen maar gehaald worden". Alleen Kees Vendrik (Groen Links) reageerde uiterst fel en zei dat windenergie op land met het minste geld verreweg het meest kan bijdragen aan de duurzame doelstellingen. Hij drong aan op het oplossen van de problemen en wil wind op land zo snel mogelijk vlot trekken. Hij pleitte voor garantstellingen bij de financiering, een feed-in tarief en een "rapid reaction force" voor projectondersteuning. Minster van der Hoeven kon hem met dat laatste direct bedienen met de al geformeerde "windteams". De verwachtingen van de kamerleden voor wind op land werden er niet beter op toen men zich realiseerde dat het resultaat van 2009 (geld gereserveerd voor 830 MW) voor 70% (580 van de 830 MW) afhankelijk is van het afgeven van vergunningen voor twee grote projecten (Noordoostpolder en Zuidlob Zeewolde). Het NOP_project zal er zeker niet bijhoren zo werd meegedeeld bij een presentatie van het dijkenplan in Lelystad. Volgend jaar subsidie aanvragen en 2012-2013 bouwen, is het schema nu.
Van der Hoeven moest de projectontwikkelaars op zee teleurstellen. Er leefde enige tijd hoop dat bovenop de 450 MW van de "tweede ronde" er extra geld zou komen voor nog eens 450 MW maar dat gaat niet gebeuren. "Na de 450 MW in deze kabinetsperiode gaan we in een volgende periode verder met het reserveren van geld voor wind op zee", was de nogal terloopse mededeling. Van der Hoeven kondigde verder nog aan dat de"winterslaap" van de SDE-aanvraagperiode (nu 4 maand) in 2010 verkort gaat worden naar 2 maanden met de opening op 1 januari. De Kamer moet dan voor de Kerst van dit jaar praten over de voorgenomen wijzigingen.
PS: Op 15 maart werd bekend dat in het kader van de 6 miljard crisispakket investeringen het geplande windpark op zee toch ruim verdubbeld wordt naar 950 MW met een extra budget van 160 miljoen Euro per jaar.
3-3-2008
Branchevereniging NWEA is bijzonder somber over de mogelijkheden van de SDE subsidieregeling wind op land 2009. Bij het huidige basisbedrag van 9,4 cent kan de helft van het aantal projecten in de pijplijn niet gerealiseerd worden.
NWEA baseert dit op een door derden uitgevoerd onderzoek naar 16 concrete projecten met een totaal vermogen van 280 MW en met een windaanbod dat overeenkomt met 2.000 tot 3.300 "vollasturen". De projecten zijn op dezelfde wijze doorgerekend als ECN/KEMA deed voor de berekening van het advies voor het basisbedrag. Deze projecten zijn kwa investering wat duurder maar naar windaanbod wat beter gesitueerd dan is aangenomen bij de berekening van het basisbedrag door ECN. De resulterende gemiddelde kostprijs per kWh is nagenoeg gelijk.
Bij een nog lager windaanbod dan met 2.000 "vollasturen" is geen enkel project mogelijk. Realisering van deze projecten is echter ook nodig om de kabinetsdoelstelling (comittering van 2.000 MW voor 2011) te halen. Los van het te lage basisbedrag voor de overige projecten vindt NWEA dat voor binnenlandprojecten een aparte oplossing gevonden moet worden.
Als de investeringskosten bij de berekening zouden worden verhoogd van 1.325,- Euro/kW naar het gemiddelde van de onderzochte groep (1.430 Euro per kW) dan zou het basisbedrag 0,56 eurocent per kWh hoger worden en het percentage projecten dat een lagere kostprijs heeft zou toenemen van 44% naar 63%.
NWEA verzoekt om overleg met de minister om de regeling zodanig aan te passen dat een groter aantal projecten gerealiseerd kan worden. "NWEA gaat daarbij uit van een gedifferentieerder regeling, waarbij beter rekening wordt gehouden met kust- en binnenlandlocaties". Concrete voorstellen worden niet gedaan.
De Tweede Kamer vergadert dinsdag 3 maart vanaf 16.00 u. o.a. over de SDE 2008 en 2009.
Brieven en het rapport staan bij NWEA.
Commentaar
Een jaar en acht maanden na het stopzetten van de MEP subsidieregeling voor windenergie in augustus 2006, werd op 1 april vorig jaar de nieuwe regeling SDE (Stimulering Duurzame Energieproductie) opengesteld voor aanvragers. De systematiek voor wind op land was en is een gedrocht dat nooit geboren had mogen worden en is voortgekomen uit de wens van Economische Zaken om budgetoverschrijdingen, zoals de vele over de balk gesmeten honderden miljoenen van de MEP-regeling, te voorkomen. Bevordering van de efficiënte ondersteuning van windenergie is nooit zelfs maar een nevendoel geweest. Vandaar o.a. de funeste maximering op 1.760 uit te betalen "vollasturen" en andere niet uit te leggen details. De regeling resulteerde vorig jaar in subsidietoezeggingen voor 90 MW terwijl budget voor 500 MW was gereserveerd. Er is tot nu toe 16 MW SDE vermogen in bedrijf genomen. Het jaarlijks opnieuw vaststellen van de kostprijs van windenergie (en daarmee de te betalen subsidie) en dalende kostprijzen van turbines leidde o.a. tot uitstel van aanvragen en investeren.
Brancheorganisatie NWEA heeft zich vanaf het begin op het standpunt gesteld dat we "het er maar mee moeten doen". Ze wilde niet tornen aan de systematiek en kon daardoor alleen "verbeteringen" aandragen, zoals het verlagen van het aantal "vollasturen" naar 2.000 en het verhogen van het basisbedrag, die over de hele linie het rendement verbeteren maar tegelijkertijd kustlocaties nog meer bevoordelen. De systematiek leidt tot teveel subsidie op kustlocaties en te weinig in het binnenland. En het systeem beloont niet de productie van kWh-en maar het installeren van vermogen, hetgeen leidt tot toepassing van niet optimaal gedimensioneerde turbines. Overigens gemakkelijk op te lossen door het aantal uit te betalen kWh-en niet te relateren aan het vermogen maar aan het rotoroppervlak.
Het is dezelfde situatie als in 1988 toen er investeringssubsidies werden verstrekt per kW geïnstalleerd vermogen. De Nederlandse fabrikanten gingen direct over tot de fabricage van turbines met gigantische generatoren en tekenden daarmee tegelijk hun doodvonnis, wat zich inmiddels al enige jaren geleden heeft voltrokken. We zitten alleen nog met wat restanten ondeugdelijke turbines. (zie voor alle bezwaren tegen de SDE-regelling bij SDE-systeem)
NWEA heeft zich in het systeem klem laten zetten en is inmiddels het spoor volledig bijster. Ze is niet in staat nog voorstellen te doen (anders dan een hoger basisbedrag) en vraagt om overleg over "meer differentiatie". Het onderzoek naar 16 lopende projecten toont slechts het voor de hand liggende feit aan dat geen project gelijk is. De kostprijs per kWh varieert rond een gemiddelde (en is overigens gemiddeld exact gelijk aan die in de ECN-aannamen) en dus is de helft niet rendabel, ook al scheelt het maar een paar honderdsten van een eurocent per kWh. Om een punt te kunnen maken wordt aangenomen dat alle projecten met een hogere kostprijs dan het gemiddelde niet gerealiseerd kunnen worden. Dit zou alleen vermeden kunnen worden door voor elk project een aparte SDE-regeling (basisbedrag per project ?) te componeren. Wordt dat bedoeld met "meer differentiatie"? Het zou het verzoek zijn om elk project maar even hapklaar neer te zetten. De kunst van ondernemen is nu juist om binnen bepaalde randvoorwaarden projecten zo vorm te geven dat ze haalbaar worden. Echter, de randvoorwaarden (SDE) deugen niet, maar ook de ondernemers (NWEA) deugen niet. Niet omdat zij niet in staat bleken om werkbare randvoorwaarden te realiseren maar omdat zij er nog steeds niet eens om gevraagd hebben.
20-2-2008
Minster van der Hoeven heeft in een brief aan de Tweede Kamer de regelingen SDE - 2009 aangekondigd en de belangrijkste subsidietarieven bekendgemaakt. Er wordt voor de diverse categorieën in totaal 1.000 MW subsidiabel gesteld, een vermogen dat volgens EZ een investering vergt van 1,5 miljard Euro. De ministeriële regelingen worden in de tweede helft van maart gepubliceerd en de regeling zal in de eerste week van april worden opengesteld en voor alle categorieën geopend zijn t/m 30 oktober (dat is voor windprojecten een maand korter dan vorig jaar).
Wind op land Exploitanten die vorig jaar in afwachting van betere tarieven gewacht hebben met aanvragen dan wel aanvragen hebben ingetrokken, worden dit jaar beloond. Conform het advies van ECN wordt in 2009 het basisbedrag over 15 jaar met 6,8% verhoogd van 8,8 naar 9,4 cent per kWh bij 2.200 "vollasturen". (Het aantal "vollasturen" is een maat voor het windaanbod en dus de productie van een molen). Om redenen van budgetbeheersing wordt dit vertaald naar 11,8 cent/kWh voor maximaal 1.760 "vollasturen" per jaar. De elektriciteitsprijs die een eigenaar voor zijn stroom zou kunnen ontvangen (die wordt voor elk jaar achteraf berekend op basis van de APX), wordt afgetrokken van het basisbedrag van 9,4 cent. Het subsidiebedrag per jaar wordt dan verkregen door het restant te vermenigvuldigen met maximaal 1.760 en met het vermogen van de turbine. Als de elektriciteitsprijs ("correctiebedrag" genoemd in de regeling) bijvoorbeeld 6 cent was, ontvangt men met een turbine van 3 MW dus maximaal (0,094 - 0,06) * 1.760 * 3.000 = Euro 179.520,- Alleen in vrij extreem windarme jaren met nog minder dan 1.760 "vollasturen", kan het bedrag wat lager zijn. Het windaanbod op de locatie speelt verder geen rol bij de hoogte van het subsidiebedrag. Iedereen krijgt, bij gelijk vermogen en hoe hard het ook waait op de locatie, hetzelfde bedrag.
Het persbericht van Economische zaken is overigens over een en ander bijzonder misleidend en onduidelijk. Na de inleidende zin over de categorieën die voor subsidie in aanmerking komen, staat dat "het tarief" voor wind op land 9,4 cent per kWh bedraagt "bij 2.200 draaiuren". Iedereen zal hierbij denken dat het gaat om een subsidie van 9,4 cent per kWh en zo is het ook in het ANP-bericht en bijna alle kranten terecht gekomen. Ook gaat het niet om "draaiuren" maar "vollasturen" (dat zijn er veel minder). (Zie het EZ-bericht) . Zie voor terminologie bij: Basics .
De basiselektriciteitsprijs is vastgesteld op 3,92 cent per kWh. Bij dit bedrag is de subsidie maximaal (9,4 - 3,92 = 5,48). Als de elektriciteitsprijs hieronder daalt , stijgt de subsidie niet meer mee. Het maximale subsidiebedrag voor een turbine van 3 MW in enig jaar is dus 0,0548 * 2.200 * 3.000 = 361.680,-
Er is voor toezeggingen 2009 een budget gereserveerd voor een totaal van 830 MW. Daarin is circa 580 MW meegenomen voor twee zeer grote projecten (Noordoostpolder en Zuidlob Zeewolde). Vorig jaar was voor 500 MW beschikbaar maar er wordt in totaal slechts 90 MW van gebruikt. Voor de gehele periode 2009 t/m 2011 is subsidiebudget gereserveerd voor totaal 2.070 MW aan toezeggingen. Dat vergt een bedrag van maximaal (afhankelijk van de elektriciteitsprijs) 2,389 miljard Euro gedurende de subsidielooptijd van 15 jaar per project. Dat is 476 miljoen Euro (20%) meer dan eerder aan de Kamer werd gemeld als zijnde nodig voor 2.070 MW.
Wind op zee Aan het eind van dit jaar zal voor vergunde projecten (te verlenen voor 1 november) een tender worden uitgeschreven voor een vermogen van 950 MW op de Noordzee. Daarvoor is ruim 4,5 miljard Euro begroot en gereserveerd over de looptijd van 15 jaar. Er is een voorlopig maximaal tenderbedrag vastgesteld van 18,6 cent per kWh voor 15 jaar (gebaseerd op 2.897 "vollasturen"). Kort voor opening van de tender zal ECN een definitief maximaal basisbedrag vaststellen. Dat wordt overigens lager als besloten mocht worden om de netaansluiting voor rekening van TenneT te laten komen.
Zie brief Tweede Kamer en de bijlage met de gegevenstabel . Meer details bij de uitvoerder van de SDE-regeling: SenterNovem.
15-12-2008
Na reacties uit de markt en aanvullend onderzoek heeft ECN/KEMA de definitieve adviezen opgesteld voor de basisbedragen van de SDE subsidieregeling 2009. Het basisbedrag voor wind op land is verhoogd naar 9,4 cent per kWh, dat is 0,3 cent meer dan in het concept van oktober en 0,6 cent meer dan van toepassing was voor de regeling in 2008. In het concept voor de regeling van 2008 was het nog maar 6,7 cent. Hogere turbineprijzen zijn de belangrijkste oorzaak voor de hogere tarieven. De kostprijs van windenergie is nu 9,12 cent/kWh bij een windaanbod overeenkomend met 2.200 "vollasturen".
De oorzaak van de verhoging t.o.v. het concept is een verhoging van de investeringskosten met 25 Euro per kW naar 1.325 Euro/kW (in 2008 was dat nog 1.200,- Euro per kW) en een verhoging van de kosten voor service en onderhoud met 0,1 ct/kWh naar 1,1 ct/kWh. Alle andere parameters zijn gelijk gebleven aan die van het concept. ECN/Kema merken op dat er bij "windenergie nog steeds krapte in de gehele productieketen heerst, waardoor een prijsdaling vooralsnog uitblijft". De kredietcrissis lijkt echter nog de nodige tijd aan te houden zodat lagere prijzen toch nog wel te verwachten zijn. Projectontwikkelaars zouden na subsidietoezegging wel eens kunnen wachten met de aanschaf van de turbines. Volgens de regeling hoeft pas binnen 4 jaar na de toezegging te worden gebouwd.
In de SDE wordt de subsidie berekend door het basisbedrag te verminderen met de elektriciteitsprijs (= "correctiebedrag", het bedrag dat men door verkoop van de "grijze" stroom ontvangt). Dus hoe hoger de olieprijs hoe hoger de elektriciteitsprijs en hoe lager de subsidie, en andersom. ECN/Kema merken op dat het SDE-systeem is berekend op basis van elektriciteitscontracten die in de praktijk nog niet bestaan. Aanbieders zouden nog steeds niet volledig zijn ingespeeld op de SDE-regeling die in 2008 op 1 april van kracht werd voor de ronde van 2008.
De adviezen van ECN/KEMA over de MEP en SDE-regeling zijn tot nu toe altijd integraal door het Ministerie van EZ overgenomen.
Het advies staat bij ECN-SDE-2009. Hieronder staat info over het concept.
5 december 2008 Het is dat het er echt staat, op de website van SenterNovem , maar je gelooft toch eigenlijk je oren niet als je zou horen dat de subsidieregeling duurzame energie (SDE) in Nederland voor 4 maanden in winterslaap gaat. Hieronder de tekst bij SenterNovem-SDE.
"De SDE regeling is voor 2008 gesloten. Het is daarom niet meer mogelijk om voor dit jaar nog aanvragen in te dienen. De verwachting is dat op 1 april 2009 de nieuwe ronde voor de SDE-regeling opent. Het is nog niet bekend onder welke voorwaarden dit zal zijn. Meer informatie hierover komt in het eerste kwartaal van 2009".
PS: Inmiddels is de ronde 2009 op 9 april van start gegaan (t/m 30 oktober) en zal de ronde 2010 openen op 1 januari 2010. In december 2009 wordt daarvoor de regelgeving en de tarieven vastgesteld.
24-10-2008 Economische Zaken heeft de Kamer ingelicht over wijzigingsvoorstellen voor de regeling SDE. Het gaat o.a. om:
De wijzigingen en begeleidende brief staan hier: SDE-brief wijzigingsvoorstellen en de wijzigingen .
13-10-2008
Op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken hebben ECN en KEMA een concept-advies opgesteld voor de productiekosten van windenergie op land (en andere duurzame energiebronnen in de SDE subsidieregeling) met projecten welke in 2009 - 2010 gerealiseerd worden (subsidietoekenningen in 2009). Voor wind op zee en meestook van biomassa zijn nog geen adviezen opgesteld. Het basisbedrag voor wind op land (niet helemaal hetzelfde als de productiekosten) is verhoogd van 8,8 cent per kWh in de regeling voor 2008 naar 9,1 cent/kWh in 2009 (+ 3,8%). (In het definitieve advies van 12-12-08 is het basisbedrag 9,4 cent/kWh geworden.) De productiekosten zijn 8,9 Eurocent/kWh geworden (was 8,6). De verhoging ontstaat door een verwachte toename van de investeringskosten met 50 Euro naar 1.300 Euro per kW ( + 4%) en een verhoging van de onderhoudskosten van 24 naar 25 Euro per kW (+4,2%). Alle overige kostenaspecten zijn gelijk gehouden aan de regeling voor 2008.
Brancheorganisatie NWEA zag haar wens om de elektriciteitsproductie bij de berekening van de kostprijs te verlagen van 2.200 naar 2.000 vollasturen niet gehonoreerd. Dat was voorgesteld als oplossing voor het probleem dat de SDE met name voor locaties in windarme gebieden te laag is. Daarmee zou echter tegelijkertijd ook het subsidieniveau op windrijke locaties, die al relatief teveel subsidie krijgen, extra worden verhoogd.
De jaarlijkse subsidie wordt (achteraf) berekend door het basisbedrag te verminderen met de gemiddelde verkoopwaarde ("correctiebedrag") van de windstroom in een jaar. Die wordt bepaald met de waarde op de beurs (APX). Het basisbedrag geldt voor de gehele subsidielooptijd van 15 jaar voor de projecten die in 2009 een subsidietoekenning krijgen.
Men kan tot 1 november reageren op het concept. Daarna zal Economische Zaken het advies verwerken in de regeling voor 2009.
Met het doel om budgetoverschrijdingen te voorkomen zijn de maximaal op te voeren bedragen per kW voor windenergie vanaf 2005 verlaagd. Voor de maximaal op te voeren investeringsbedragen per kW geïnstalleerd vermogen wordt een onderscheid gemaakt naar turbines op land, op zee en mini-molentjes kleiner dan 25 kW.
Hieronder staan de maximaal in aanmerking komende investeringsbedragen. (Euro/kW)
In 2009 is het niet meer vereist dat op het moment van aanvragen van EIA het project over een verleende bouw- en milieuvergunningen dient te beschikken. Voor Wind op Zee is dat wel vereist, evenals een beschikking voor een SDE-subsidie van meer dan 0 Euro/kWh.
De regeling wordt uitgevoerd door uitvoeringsinstantie SenterNovem van het Ministerie van Economische Zaken. Alle info bij: E.I.A. bij SenterNovem.
Alles over de start van de SDE in 2008: SDE-2008 (Systeem uitleg - achtergronden - MEP- beleid - kritiek - reacties)
|
Stand van zaken subsidieaanvragen SDE, wind op land
6 januari 2010
Per brief over het SDE-beleid 2010 aan de Tweede Kamer werd bekend gemaakt (Zie Brief Tweede Kamer 23-11 over SDE 2008-2011) dat de verwachting is dat t/m ronde 2009 in totaal 542 MW wind op land gecommitteerd zal zijn. Na aftrek van het vermogen voor windpark Noordoostpolder (429 MW) en 90 MW van de ronde 2008 kan dus berekend worden dat er voor 23 MW in de "normale" ronde 2009 zal worden gecommitteerd. SenterNovem voegt desgevraagd toe dat per 25 november het aangevraagde vermogen in de ronde 2009 50 MW bedraagt. Er is voor 21 MW toegekend en nog voor 26 MW in behandeling.
SDE-resultaten, per 25 november 2009
Voor turbines groter dan 50 kW zijn zestien aanvragen ingediend met een totaal vermogen van 50 MW. 19 aanvragen voor kleine molentjes tot 50 kW werden ingetrokken. De ronde 2009 sloot op 31 oktober.
Ronde 2010 Basisbedrag: 9,6 eurocent/kWh
Ronde 2009 Basisbedrag: 9,4 eurocent/kWh Budget gereserveerd (1.512 miljoen) voor totaal 830 MW Ingediende aanvragen (16): 50 MW Toekenningen (10) : 24 MW In behandeling (6) : 26 MW Gerealiseerd: 0,85 MW In aanbouw: 0 MW De eerste positieve beschikking werd op 19 juni afgegeven.
Ronde 2008 Basisbedrag: 8,8 Eurocent/kWh Beschikbaar budget (796 miljoen) voor: 500 MW Nog beschikbaar: 0 (restant verhuisd naar 2009) Totaal toegekende aanvragen: 90 MW Gerealiseerd: 27 MW Overige toekenningen: 63 MW In behandeling: 0 In aanbouw: 0 De eerste positieve beschikking werd op 5 juni afgegeven (Heerhugowaard)
Er zijn bovendien nog niet gerealiseerde projecten met een totaal vermogen van 26 MW waarvoor MEP-subsidie is toegekend. Zie ook tabel "in aantocht" bij WSH - Statistieken
6 mei 2009 Er zijn voor de ronde 2009 20 aanvragen ingediend voor in totaal 2,7 MW wind op land. Waarschijnlijk dus een paar aanvragen voor een solitaire molen en een stuk of 18 voor mini-molentjes. Er zijn nog geen beschikkingen afgegeven. De eerste beschikkingen worden pas na 6 juli verwacht. Zie de Kamerbrief SDE-stand 6 mei 2009.
2 april 2009 Er is voor totaal 90 MW aan beschikkingen afgegeven en er zijn geen aanvragen meer in behandeling (ronde 2008).
9 januari 2009 In een brief aan de Tweede Kamer meldt minister van der Hoeven dat per 9-1-2009 voor 85,7 MW subsidie aan windprojecten is toegezegd. Er is nog voor 9,7 MW in behandeling. Van het beschikbare budget voor 2008 (500 MW) is nog voor 404,5 MW over. De minister gaat nauwelijks in op de oorzaken van het sterk achterblijven van de toekenningen en noemt alleen "vertragingen van de aanvraag van vergunningen" maar "het vergroten van het draagvlak is echter ook van belang". In Dagblad Trouw zegt ze dat zij daarom blij is dat de Eerste Kamer de Rijkscoördinatieregeling heeft goedgekeurd. "Dit geeft mij meer bevoegdheden bij lokale problemen". Deze regeling (een soort spoedwet die net als bij wegenaanleg procedures kortsluit) geldt voor windparken van meer dan 100 MW en geldt momenteel alleen voor het dijkenplan in de NOP van rond de 450 MW (grootste windpark van Europa)
13 oktober 2008 Er is voor 74 MW toegekend verdeeld over 24 projecten. Er loopt nog voor 38 MW aan nog niet beoordeelde aanvragen, nadat voor 28 MW aan aanvragen werd ingetrokken. Er zijn nog geen toezeggingen voor minimolentjes gedaan.
9 juli 2008 Er is voor 48 MW aan windprojecten toegekend. Het aantal lopende aanvragen staat ongewijzigd sinds mei op 32 voor totaal 79,8 MW, waaronder 53 aanvragen voor minimolentjes met een totaal vermogen van 100 kW en na aftrek van de 48 MW aan toekenningen.
22 mei 2008 Er zijn nu 53 aanvragen voor minimolentjes kleiner dan 20 kW ingediend (totaal 100 kW) en 32 aanvragen voor grotere projecten (totaal 127,8 MW). Zie ook: Kamerbrief EZ over budgetverhoging-23-5.
11 april 2008 Er zijn 26 aanvragen voor totaal 126 MW windvermogen ingediend (grote projecten plus mini-molens). Er is dit jaar voor 500 MW beschikbaar.
------------------ De Nederlandse S.D.E. en het Duitse E.E.G.
Allebei "feed-in", maar grote verschillen
In essentie is een "feed-in" systeem voor duurzame energie niets anders dan een bepaalde, gegarandeerde vergoeding voor geleverde stroom door een windmolen, zonnepaneel of andere duurzame installatie aan het openbare net. We hebben het hieronder alleen over windenergie op landlocaties.
Het "feed-in"systeem wordt onderscheiden van andere systemen zoals: - investeringssubsidies, wordt nauwelijks nog gedaan (In 1987 in NL, sinds 2009 weer in de VS) - belastingaftrek (VS) - quoteringssystemen, waarbij de overheid oplegt dat een bepaald percentage van de stroom duurzaam opgewekt moet worden met daaraan verbonden een verhandelbaar certificatensysteem (Engeland en Italië ) - tendersysteem (aanbieders krijgen door prijsconcurrentie een project toegewezen, zoals voor de nieuwe offshore projecten in Nederland) In sommige landen komen systemen gecombineerd voor.
Uit diverse onderzoeken is gebleken dat een "feed-in" systeem, mits goed uitgewerkt, verreweg de beste resultaten geeft, zowel naar omvang als naar kosten van het te installeren duurzame vermogen.
De officiële term voor een "feed-in" is REFIT (Renewable Energy Feed-in Tariff). Heb het niet over "terugleververgoeding" (dat was 20 jaar geleden de term voor het "overschot" aan stroom van een molentje bij de boer die aan het eigen bedrijf levert), ook niet over "subsidie" (windenergie is voor de maatschappij goedkoper dan fossielenstroom !) en al helemaal niet over "onrendabele top" (een grove belediging voor windenergie) maar over een "kostendekkende vergoeding voor geleverde stroom (aan het openbare net)". In Duitsland wordt het "feed-in" een "Mindestpreissystem" (Minimum prijsgarantie) genoemd, de wettelijke regeling er voor is de "Erneuerbaren Energieën Gesetz", E.E.G., ooit, in 1996 gestart als "Einspeisegesetz". Zie voor de nieuwe Duitse windtarieven vanaf 2009 bij: Wind-EEG-2009 en alle details: Feed-in-Duitsland.
Heel veel landen hebben een feed-in systeem, waaronder Duitsland, Spanje, Frankrijk, Tsjechië, Turkije, sinds kort Zuid-Afrika, Iran en de Canadese provincie Ontario. Ook Nederland heeft een soort feed-in tarief. De vormgeving loopt echter vaak sterk uiteen. Soms gaat het om een kostendekkende totaalvergoeding van de opwekkosten (zoals in Duitsland en Frankrijk) en soms om een aanvulling op de marktprijs (Nederland). Verder kan de looptijd verschillen (Duitsland 20 jaar, Nederland 15 jaar per project), de financiering, de correctie voor windaanbod, de wijze van uitbetaling, etc. etc.
Soms kan de exploitant ook kiezen uit het feed-in tarief of alleen verkopen op de markt zoals in Spanje (o.a. omdat dat soms meer oplevert, zoals momenteel in Turkije, waar het feed-in van 6 cent als een bodem functioneert). In Duitsland is het sinds januari 2009 ook mogelijk om de stroom tegen marktprijs te verkopen. Per maand kan gekozen worden tussen "feed-in" en markt. Als de olie binnenkort weer boven de 150 Dollar komt wordt de marktprijs hoger dan het feed-in tarief.
Duits tarief lager dan in NL Uiteraard kan de hoogte van het tarief uiteenlopen. Ook de wijze waarop rekening wordt gehouden met het windaanbod op de locatie is vaak zeer verschillend en beslissend voor het succes van een regeling. In Duitsland (9,2 cent per kWh voor de eerste 5 jaar, daarna t/m jaar 20 minder, naarmate het harder waait op de locatie) is het tarief in 2009 lager dan in Nederland (de subsidie voor projecten die in 2009 worden toegekend vult in NL de marktprijs aan tot 9,4 cent per kWh, voor 15 jaar). Duitsland heeft wel aanvullend goede faciliteiten m.b.t. kredietgaranties en een Nationale Bank (KFW) die lage rentes geeft op 40-80% van de investering. Nederland heeft aanvullend nog een investeringsaftrek en met "groen financieren" kan ook een lagere rente bedongen worden.
"Vast tarief" Er wordt vaak gesproken over de voordelen van het zogenaamde "vaste tarief" in Duitsland. Daar is echter geen sprake van. Alleen het starttarief van 9,2 cent voor de eerste 5 jaar, voor projecten die in 2009 in bedrijf komen, staat vast (gedurende de looptijd van de wet, 4 jaar). Maar daarna wordt het voor nieuwe projecten elk jaar 1% lager. Dus hoe eerder je bouwt hoe hoger het starttarief voor de eerste 5 jaar. Dit is gedaan om de branche te dwingen tot kostenverlaging en om de bouw te versnellen. Tot 2009 was de daling 2% per jaar, hetgeen leidde tot een "startbedrag" van 8,0 cent in 2008. Dat werd in 2007-2008 problematisch als gevolg van sterk stijgende turbineprijzen. Momenteel zorgen dalende turbineprijzen voor uitstel van investeringen, dus die 2% had misschien toch wel gehandhaafd kunnen worden (de nieuwe wet met 1% regressie werd vorig jaar juli vastgesteld)
Een groot knelpunt in Nederland is dat het basisbedrag (9,4 cent voor toezeggingen in 2009) jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld op basis van een kostenberekening door ECN. Het bedrag voor 2009 is 0,6 cent hoger dan voor 2008, dus misschien wordt het volgend jaar wel weer hoger. Alle redenen dus om aanvragen en investeringen uit te stellen, zoals in 2008 en ook in 2009 weer is gebeurt. Vele tientallen MW's liggen compleet vergund klaar maar er worden geen aanvragen voor gedaan omdat het tarief wel eens hoger zou kunnen worden. Ook dalende molenprijzen is momenteel augustus 2009) waarschijnlijk een verklaring voor het uitblijven van subsidieaanvragen.
Financiering Grote verschillen zijn er met betrekking tot de dekking van de tarieven. De Nederlandse subsidiebehoefte (de aanvulling met subsidie tot het basisbedrag van 9,4 cent) wordt gedekt uit de algemene middelen (Rijksbegroting) en in Duitsland met een heffing door energiebedrijven op de elektriciteitsprijs. In Duitsland is het een open einde regeling, dus bouw maar raak, er is altijd een vergoeding beschikbaar. En dat is nodig ook om tijdig overgeschakeld te zijn op een duurzame energievoorziening want er zijn nog genoeg andere factoren die het bouwtempo afremmen. Als er meer gebouwd wordt, gaat gewoon de opslag wat omhoog (in 2008 was dat in Duitsland ongeveer 30 Euro per gezin per jaar, voor alle duurzame stroom, ruim 15% in 2008). In Nederland worden niet alleen jaarlijks het tarief maar ook de beschikbare budgetten en te subsidiëren vermogens vastgesteld (dus duurzame energie op rantsoen !). Nieuw kabinet, nieuw beleid, nieuwe budgetten en prioriteiten. Zelfs tijdens een lopend jaar wordt er nu al aan de budgetten per categorie gesleuteld! Onvoldoende zekerheid voor investeren dus, want een windpark ontwikkelen kost vele jaren.
Idioot uitbetalingssysteem in Nederland
Omdat het gaat om stroomproductie (en niet de installatie van vermogen) wordt in een goed systeem zoals in Duitsland, uitsluitend de geproduceerde stroom uitbetaald. Bij de uitwerking van de SDE in Nederland wordt echter de fundamentele fout gemaakt door de uitbetaling te "versleutelen" naar een maximaal bedrag per jaar dat is gekoppeld aan het geïnstalleerde vermogen (bedrag = 1.760 maal het generatorvermogen maal het subsidiebedrag per kWh). Er wordt een theoretisch aantal kWh-en uitbetaald, dus geen centen per geproduceerde kWh maar in feite een bedrag per kilowatt geïnstalleerd vermogen! Hoe "dikker" de generator, hoe meer subsidie ! Het gevolg is de bouw van inefficiënte turbines met te grote generatoren en oversubsidiëring van turbines op windrijke locaties. Generatoren die stilstaan produceren namelijk niets, maar op windrijke kustlocaties wordt zelfs bij 40-50% molenstilstand in een jaar, toch nog het volledige subsidiebedrag uitbetaald! Slecht onderhoud wordt zo ook nog eens onvoldoende gestraft want de exploitant mist bij stilstand geen subsidie maar alleen de waarde van de grijze stroom. De fout wordt in feite voor de tweede keer gemaakt want in 1987 startte het eerste subsidiesysteem voor windenergie met een investeringssubsidie per kW geïnstalleerd vermogen. De fabrikanten installeerden onmiddellijk grotere generatoren en verloren daarmee de slag met de buitenlandse concurrentie omdat die werden gestimuleerd tot het ontwerpen van efficiënte molens door de stroomproductie per kWh te subsidiëren.
Het zou al een hele verbetering zijn de uit te betalen kWh-en niet te koppelen aan het geïnstalleerde vermogen maar aan het bestreken rotoroppervlak. Dat is een veel betere maat voor de productie en geeft de juiste stimulans want hoe groter de rotor hoe hoger de stroomproductie.
Wordt de SDE beter ? De Nederlandse variant van een feed-in tarief is de SDE-regeling. (Stimulering Duurzame Energieproductie). Misschien is het niet bestaande woord "energieproductie" wel symbolisch voor de kwaliteit van de regeling. Ze is in ieder geval bijzonder slecht vorm gegeven en dreigt een grote mislukking te worden
De aankondiging van het Kabinet in het crisisakkoord over de gewijzigde financiering heeft weinig of niets te maken met de "invoering van het Duitse Systeem", zoals vele media berichtten. Er komt een gewijzigde financiering door "een opslag op het elektriciteitstarief" (in 2012). In die zin gaat het systeem iets meer op het Duitse lijken. Maar de budgetteen en maxima per categorie en dus maxima aan de opslag blijven bestaan. EZ blijft aan de knoppen draaien, want "koopkrachteffecten en budgetbeheersing zullen bij de vormgeving worden meegewogen", zo staat in het crisisakkoord. Het effect is dus een bezuiniging op de Rijksbegroting maar lastenverzwaring voor de burger (ook bedrijven ?) die men waarschijnlijk ten koste van het afknijpen van het tempo van de duurzame ontwikkeling beperkt wil houden. Het grote nadeel van de lange termijn onzekerheid blijft dus ook bestaan. Het nieuwe financieringssysteem gaat overigens pas in 2012 in en minister van der Hoeven zei in de Tweede Kamer op 7 april dat er plafonds aan budgetten per categorie zullen blijven bestaan. Duurzame energie is broodnodig maar blijft in Nederland dus voorlopig op rantsoen.
Alle details over de gebreken van het Nederlandse SDE-systeem voor windenergie op land staan bij: Waarom de SDE wind op land niet deugt .
Atoom- en anti-windlobby reageert op heffing via energierekening in: NRC, 1 april 2009.
--------------
"Mini-feed-in" in Ierland
De Ierse energieminister maakte in maart bekend dat er een "feed-in" tarief komt voor locale productie van stroom uit wind , zon, waterkracht en wkk bij huishoudens en boerderijen. Voor elke aan het net geleverde kWh wordt tot een maximum van 4.000 kWh per jaar en over een periode van 3 jaar 19 cent per kWh betaald. Zie: Iers mini-feed-in.
Ook feed-in in Zuid-Afrika
In Zuid-Africa is na vele jaren onderhandeling een feed-in van 9,6 Eurocent/KWh voor 20 jaar voor windenergie vastgelegd.
Hoger feed-in tarief Iran De Iraanse regering heeft het feed-in tarief voor windenergie verdubbeld naar 9,6 cent per kWh, te betalen over een periode van 20 jaar per project. Iran heeft nu 120 MW, er staat 420 MW onder contract en het energieministerie schat het potentieel op 10-40 GW. Het ministerie werkt aan een wettelijk kader voor private investeringen en volgende maand wordt een windconferentie gehouden, o.a. gesponsord door Suzlon en een lokale licentienemer voor bladen en torens van Vestas. (Windpower Monthly, april 2009) |
||||||||||||||||||||
|
|
Jaap Langenbach Dwerssteech 8 8551 SB Wâldsein Fryslân, Nederland, Tel. + 31 514 - 592 536
Member of WWEA
|