Alles over Windenergie

 

 

 

 

 

 

 

 

Laatste Nieuws

  Member of WWEA    
Fabrikanten en bedrijven Marktontwikkeling Klimaatcrisis English
Kleine Windmolens Windparkenkaart Molenproducties Contact
 Cijfers Incidenten FAQ
  Techniek Kosten-Baten Links

 

"Subsidies" windenergie 2010

 

en verder

 

 

 

Stimulering Duurzame Energieproductie, SDE

 

 

 

 

 

SDE op 1 maart voor aanvragen geopend

 

25 januari 2010

 

Vier maand duurde de winterslaap van de SDE maar vanaf 1 maart, twee maand later dan de bedoeling, is "het" weer zover. Het ministerie van Economische Zaken maakte bekend dat de subsidieregeling SDE 2010 dan voor aanvragen wordt geopend. De regelingen voor de diverse categorieën zijn inmiddels gepubliceerd, evenals de gewijzigde algemene uitvoeringsregeling. Voor wind op land duurt de aanvraagperiode tot en  met 1 november (lijkt heel wat langer dan de 31 oktober van vorig jaar).

 

Er wordt een maximaal subsidiebedrag beschikbaar gesteld van 937 miljoen Euro voor de looptijd van 15 jaar van de gehonoreerde projecten. Projecten moeten binnen 4 jaar na de positieve subsidiebeschikking in gebruik genomen zijn.

Ook dit jaar worden de subsidies niet betaald als een bedrag per geproduceerde kWh maar uitsluitend als een jaarlijks variërend bedrag per jaar per geïnstalleerde kW vermogen. (Zie: De bezwaren van het SDE-systeem).

 

Berekening subsidiebedragen

Voor alle turbines is een gemiddelde kostprijs per kWh van 9,6 Eurocent per kWh berekend bij een gemiddelde stroomproductie van 2.200 "vollasturen" voor turbines tot 6.000 kW en 3.095 "vollasturen" voor grotere turbines. (Stroomproductie = windturbinevermogen * aantal vollasturen). In de toelichting staat dat kleinere en grote turbines nagenoeg even kosteneffectief zijn. Dat is in vele gevallen echter beslist niet het geval, maar als dat wel zo is, dan is het een raadsel waarom grote turbines 41% meer vollasturen uitbetaald moeten krijgen, mede omdat de regeling voor turbines kleiner dan 6 MW voor kustlocaties toch al veel te lucratief was en is. De categorie 6 MW+ is volgens de toelichting ingevoerd "om A-locaties de gelegenheid te bieden de wind optimaal te benutten". Wat A-locaties zijn wordt niet aangegeven, maar waarschijnlijk worden de windrijke er mee bedoeld en dan is er dus alle reden om daar minder in plaats van meer subsidie te geven.

 

De subsidie vult de marktprijs van de stroom (op basis van de APX-beurs) aan tot de kostprijs, dus hoe lager de marktprijs hoe hoger de subsidie. Er wordt echter maar een maximum van 80% van het aantal standaard vollasturen vergoed. Ter compensatie wordt daarom de kostprijs evenveel verhoogd naar 12 cent per kWh (125%)

Het subsidiebedrag in Euro's voor een bepaald jaar kan dan als volgt berekend worden:

 

Turbines tot 6.000 kW

(0,12 - marktprijs *1,25) * 1.760 * turbinevermogen in kW.

 

Turbines van 6.000 kW en groter:

(0,12 - marktprijs *1,25) * 2.476 * turbinevermogen in kW.

 

De marktprijs wordt ieder jaar achteraf vastgesteld. In 2008 was dat gemiddeld 6,2 Eurocent/kWh (6,2 * 1,25= 7,8 in te vullen in bovenstaande formule), Daaraan voorafgaand wordt met voorschotten gewerkt, zie  Nauwelijks subsidie nodig in 2008.

Voor 2009 is het voorschotbedrag (="correctiebedrag") 4,2 cent (in te vullen in bovenstaande formule als marktprijs) voor turbines kleiner dan 6 MW en 4,3 cent voor grotere turbines. Zie ook de Subsidieschatter 2010 van Agentschap NL (Excel rekenbladen).

 

Als uitsluitend turbines kleiner dan 6 MW worden gebouwd is het beschikbare subsidiebedrag (937 miljoen voor 15 jaar) goed voor de toekenning van 500 MW. Turbines van 6 MW en groter krijgen aanzienlijk meer subsidie per kW (41%) zodat bij uitsluitend benutting van turbines van 6 MW en groter slechts 360 MW toegekend kan worden. Het verschil van 140 MW is 2 procentpunt kleiner dan 41% omdat de basiselektriciteitsprijs * voor grote turbines 1 cent (2%) hoger is, zodat het maximaal benodigde subsidiebedrag per kW wat lager is.

 

* Als de marktprijs verder daalt onder de basiselektriciteitsprijs, dan wordt deze verdere daling niet gecompenseerd door meer subsidie. Op deze wijze (en in combinatie met het betalen van een maximaal subsidiebedrag per kW) is het mogelijk om een maximaal benodigd subsidiebudget vast te stellen, dat nooit overschreden kan worden, hoe laag de marktprijs ook wordt. Het maximale subsidiebudget is alleen nodig als de marktprijs 15 jaar lang onder de basiselektriciteitsprijs zou liggen.

 

Hieronder meer over SDE-2010

Persbericht ministerie EZ

Regeling "Aanwijzing categorieën SDE 2010"

Regeling "Wijziging algemene uitvoeringsregeling SDE 2010"

 

Voor uitgebreide bespreking, cijfers, kritiek en cijfers over het onderdeel zonnepanelen,

zie Polder- PV - SDE 2008-2010

 

 

 

Windsubsidies verder onder druk

 

8 en 22 januari 2010

 

Het nieuwjaarsartikel van Secretaris Generaal Chris Buijink van Economische Zaken in Economisch Statistische Berichten (ESB) roept scherpe kritiek op. Buijink wil af van de eigen Nederlandse klimaatdoelen; Nederland moet in de pas met de EU. De SDE moet op de schop, de subsidie op windenergie moet fors omlaag en we moeten af van het taboe op kernenergie.  Het Financiële Dagblad noteert reacties en vindt dat "EZ opschuift naar de kantlijn van het economisch-maatschappelijke debat".

De Volkskrant onderzocht 16 januari op grond van investeringsplannen van de energiebedrijven de haalbaarheid van het verhogen van het duurzame stroomaandeel van de huidige 8% naar de noodzakelijke 35% in 2020 en concludeert dat dat niet gaat lukken. Frans Rooyers van het CE sluit zich aan bij een groeiend leger tegenstanders van het huidige subsidiesysteem en vindt dat subsidies vervangen moeten worden door een verplicht aandeel duurzaam voor energiebedrijven. Hans Alders van EnergieNed is daar nog niet uit maar Eneco wil de subsidies (voor wind op zee) handhaven en verbeteren.

 

Artikel Buijink in ESB

Berichten en commentaren over artikel ESB bij Energieraad

Onderzoek van De Volkskrant

Frans Rooyers in De Volkskrant

Reactie Eneco  in De Volkskrant

 

 

Grote projecten moeten (later) wind op land redden

 

24 november - 4 december 2009

 

In de nieuwe cijferopstelling voor de beschikbaar te stellen SDE-budgetten voor wind op land komt het totaal voor 2008 t/m 2011 op 1.265-1.559 MW met een te reserveren bedrag van 937 miljoen Euro voor de SDE-ronde 2010 (maximaal benodigd voor de subsidieperiode van 15 jaar). De verdubbelingdoelstelling (2.000 MW bestaand plus 2.070 MW te committeren in 2011)  is dus losgelaten. Maar de stroomproductiedoelstelling van het totale SDE-programma is verhoogd van ruim 8 miljard naar ruim 10 miljard kWh. De toename wordt vooral veroorzaakt door de toevoeging van 700-1.000 MW op de Noordzee met een veel hogere stroomproductie per MW.  Het lagere windvermogen wordt o.a. veroorzaakt door het verschuiven van 139,4 MW wind op land in het budget voor 2009 naar zonnepanelen en biomassa.

 

Van het SDE-doel voor wind op land van (oorspronkelijk) 2.070 MW is tot nu toe 28 MW gerealiseerd en er is voor nog eens 86 MW aan projecten gecommitteerd (subsidie toegekend) , zie kolom rechts met de stand van zaken. De minister schrijft dat de hoeveelheid aanvragen in 2009 "in eerste instantie tegenviel" en stelt dat dit "onder andere te maken heeft met de vergunningverlening". De Rijkscoördinatieregeling voor grote projecten zoals "Urk" (429 MW, nog in 2009 te committeren, zie aparte SDE-categorie voor windpark NOP), "Zuidlob" (ca. 100 MW) en mogelijk andere grote locaties als de Wieringermeer en de Maasvlakte, alsmede de verplichte provinciale coördinatieregeling voor projecten van meer dan 10 MW uit de crisis- en herstelwet, moeten het proces versnellen. Een analyse (al maanden geleden beloofd door de minister) van de oorzaken van de tot stilstand gekomen molenbouw (zie statistieken) en de uitblijvende belangstelling voor de SDE-subsidies is in geen velden of wegen te bekennen.

 

Dik doen

De minister vermeldt in de kamerbrief van 23 november dat eind dit jaar 800 MW duurzame energie zal zijn gecommitteerd (subsidie toegezegd), goed voor 2,9 miljard kWh/jaar, waarmee 900.000 huishoudens van duurzame stroom kunnen worden voorzien. Het lijkt heel wat maar er wordt niet gespecificeerd dat bijna de helft (429 MW, ca. 1,3 miljard kWh) voor rekening moet komen van windpark Noordoostpolder, dat niet eerder dan in 2013 operationeel kan zijn. (op z'n vroegst, zie planning NOP).

En 2,9 miljard kWh is slechts 2,6% van onze landelijke stroombehoefte. Samen met de 7% van vandaag is dat 10% terwijl het duurzame stroomaandeel in 2020 zo'n 35% moet worden om de 20% duurzame energie van "Schoon en Zuinig" te kunnen halen. Windenergie moet daarvan het leeuwendeel opleveren. We weten het al een tijdje maar dit maakt nog eens glashelder dat dat niet gaat gebeuren met dit beleidsinstrumentarium. Het zal o.a. afhangen van de hoogte van de SDE-heffing, die in 2012 wordt ingevoerd als alternatief voor de financiering van de SDE uit de begroting, en van de kwaliteit van een nieuw subsidiesysteem, hoe dicht we in de buurt kunnen komen. Maar evenals de noodzakelijke daling van de wereldwijde CO2-uitstoot zal het effect van nieuw beleid vrijwel zeker te laat komen.

 

Geen systeemwijziging voor ronde 2010

Voor de ronde 2010 wordt gestreefd naar de subsidietoezegging van 355-500 MW (1,1 miljard kWh) voor wind op land. Het te honoreren vermogen hangt af van het aandeel "grote molens" (6 MW of meer) waarvoor een aparte categorie (met hetzelfde basisbedrag, maar met meer "draaiuren") wordt ingesteld. Volgens de minister produceren deze per MW meer dan kleinere molens (Tja, vaak wel, maar hangt erg af van windaanbod op de locatie en ook van de ashoogte en de rotordiameter)

 

Basisbedragen "groot" en "klein"

Het basisbedrag (=kostprijs) wind op land 2010 bedraagt 9,6 Eurocent/kWh, bij 2.200 vollasturen voor molens kleiner dan 6 MW. Dat is 0,1 eurocent hoger dan in het ECN conceptadvies van juni en 0,2 cent hoger dan in de ronde 2009.

Voor turbines groter of gelijk aan 6 MW is het basisbedrag ook 9,6 cent maar worden maximaal 3.095 "vollasturen" vergoed.

Bij de berekening van het basisbedrag zijn ten opzichte van 2009 de investeringskosten met 25 Euro per kW gestegen naar 1.350 Euro/kW en de vaste O&M - kosten (verzekeringen e.d.) met 0,8 Euro naar 25,8 Euro/kW.

 

Ontwikkeling kostprijs windenergie 2008-2010

 

SDE-toekenningsjaar

NL,

Basisbedrag *

Projectkosten

Euro / kW

Productie in

"vollasturen" ***

Duitsland,

Feed-in **

2008

8,8

1.200

2.200

8,0

2009

9,4

1.325

2.200

9,2

2009-NOP - land

9,6

2.000 ****

3.095 *

9,2

2009-NOP - near-shore

12,1

2.700 ****

3.118 *

9,2

2010 < 6 MW

9,6

1.350

2.200

9,1

2010 6 MW+

9,6

2.000 ? *

3.095

9,1

 

* Basisbedrag: dit is de kostprijs van windstroom berekend over 15 jaar bij een productie overeenkomend met 2.200 "vollasturen" (1 "vollastuur" windstroom is gelijk aan het geïnstalleerde vermogen van een turbine in kW; dus 2.200 "vollasturen" van een turbine van 3.000 kW (3 MW) is gelijk aan een jaarproductie van 6,6 miljoen kWh), zoals berekend door ECN en altijd overgenomen door EZ. Volgens het ministerie is windenergie sinds 2008 dus flink duurder geworden (in 2010 maar liefst 9,1% duurder dan in 2008). Dit strookt niet met de globale marktontwikkeling. In Duitsland daalde de kostprijs (feed-in tarief) van 2001 t/m 2008 met 2% per jaar, daarna met 1% per jaar.

De kostprijs van turbines steeg tot de kredietcrisis in najaar 2008 o.a. door grote vraag en stijgende grondstofprijzen. Dit leidde o.a. tot de correctie van het Duitse feed-in in 2009 naar 9,2 cent. Maar daarna stagneert de prijsstijging. Marktonderzoekers (E.E.R., BTM-Consult, Make-Consulting en NEF, zie hieronder bij lager, e.a. ) constateren sinds de kredietcrisis een daling van de turbineprijzen door verminderde vraag, dalende grondstofprijzen en het vrijvallen van grote raamovereenkomsten van voor de crisis waardoor een soort "tweede-hands circuit" van goedkopere turbines beschikbaar komt. De prijsdaling zal aanhouden door een toenemende prijsdruk als gevolg van een sterk toenemende productie door concurrerende Chinese producenten van windturbines en Chinese onderdelenproducenten. Ook in andere Zuidoost-Aziatische landen ontstaan veel concurrerende producenten (Korea, Vietnam).

Een essentieel verschil tussen Duitsland en Nederland is verder dat het subsidieniveau in Nederland wordt bepaald door het jaar van toekenning SDE (de start van het project mag daarna nog 4 jaar uitblijven) en in Duitsland op het moment van de start van de stroomproductie van het project.

** Duits feed-in: Starttarief voor de eerste vijf jaar, daarna 5,01 eurocent per kWh voor de jaren 6 t/m 20. De starttariefperiode kan verlengd worden naarmate het minder hard waait op de locatie. Er is een bonus van 0,5 Eurocent per kWh op het starttarief voor sommige repower-projecten en voor "netvriendelijke" molens.

*** De kostprijs is berekend met de productie  van het genoemde aantal vollasturen (=aantal vollasturen maal geïnstalleerd generatorvermogen)

**** door WSH geschat op basis van het rekenmodel ECN voor de onrendabele top. Advies van ECN hierover aan EZ is niet openbaar wegens bedrijfsvertrouwelijke gegevens.

* De werkelijke productie op de locatie NOP is aanzienlijk hoger zodat de berekende kostprijs flink lager zou kunnen zijn (systematische oversubsidiering met SDE op windrijke locaties)

* Geen advies-berekening door ECN over bekend

 

Er komt geen differentiatie van het tarief naar windaanbod. Het huidige systeem geeft te veel subsidie voor windrijke en te weinig voor windarme locaties (zie De bezwaren van het SDE-systeem). Brancheorganisatie NWEA dringt al geruime tijd aan op differentiatie maar onderzoek van ECN/KEMA "wijst uit dat hier geen noodzaak voor is", aldus de minister. De enige uitzondering is (tot nu toe ?) het dijkenplan voor de Noordoostpolder (zie: aparte SDE-categorie voor windpark NOP).

 

Geen centen per kWh maar Euro's per kW

Ook de "versleuteling" van het basisbedrag naar de uitbetaling van een bedrag per kW geïnstalleerd turbinevermogen verandert niet.  De basisbedragen en vollasturen worden met 1,25 vermenigvuldigd, respectievelijk gedeeld omdat de "vollasturen" voor maximaal 80% worden uitgekeerd. Op deze wijze kan het maximaal benodigde subsidiebudget worden vastgesteld. Het windaanbod op de locatie en de stroomproductie van de turbine spelen geen rol bij de hoogte van het subsidiebedrag per jaar. De formule daarvoor:

Turbines kleiner dan 6 MW: 1.760 * turbinevermogen (kW) * (0,12 - energieprijs)

Turbines van 6 MW en groter: 2.476 * turbinevermogen (kW) * (0,12 - energieprijs)

 

Verspilling gaat door

Een voorbeeldberekening maakt de absurditeit van de regeling het beste duidelijk.

Een turbine van 5,9 MW met SDE-2010 ontvangt in 2011, als de achteraf vast te stellen elektriciteitsprijs (waarde grijze stroom) volgens de APX b.v. 8 cent is geweest, een bedrag van 1.760 (maximaal) * 5.900 * (0,12 - 0,08) = € 415.360,- . Alleen op zeer windarme locaties en in windarme jaren wordt het maximum van 1.760 "vollasturen" een enkele keer niet helemaal gehaald. Een dergelijke turbine kan op een windrijke kustlocatie 20 miljoen kWh per jaar leveren (Harlingen b.v., = 3.390 "vollasturen") en ontvangt daar dan dus een subsidie van omgerekend 41.536.000 / 20.000.000 = 2,07 Eurocent/kWh.

 

Voor een turbine van 6 MW worden het maximaal 2.476 uit te betalen "vollasturen" en een bedrag van € 693.280,-. Als de rotordiameter van deze turbine gelijk is aan die van 5,9 MW zal de stroomproductie in Harlingen ook nagenoeg 20 miljoen kWh bedragen. Maar het subsidiebedrag per kWh bedraagt dan 3,46 Eurocent per kWh. Het gevaar van "sjoemelen" met het "naamplaatje" op de generator ligt op de loer.

Ernstiger is dat deze bedragen ook worden uitbetaald op windrijke locaties, zoals deze in Harlingen, maar ook op de Maasvlakte, bij Urk, en op de Zeeuwsche dammen waar dat volstrekt overbodig is omdat de exploitatie dankzij het hoge windaanbod ook zonder subsidie uitkan. (ook bij de rondes 2008 en 2009 was dat al zo). De oversubsidiëring van de MEP , welke door het nieuwe SDE-systeem voorkomen had moeten worden, is dus weer in volle omvang aan de orde.

Het 6 MW+ -regime is alleen geschikt voor de windrijke locaties want 2.476 "vollasturen" zijn elders alleen in (zeer) windrijke jaren te realiseren, of in geen enkel jaar (Enschede).

 

De eerder beoogde start van de aanvraagtermijn voor de ronde 2010 op 1 januari wordt niet gehaald.  Dit wordt waarschijnlijk eind januari , vier weken na publicatie in de Staatscourant, zodat het aanvraagsysteem weer 3 maanden stil ligt sinds 31 oktober 2009. De termijn sluit weer op 1 november.

 

Wind op zee

Er wordt t/m 2011 een budget van 4,5 miljard Euro gereserveerd (3,7 miljard kWh) ten behoeve van de uit te schrijven tender, waarbij een maximaal basisbedrag van 18,1 Eurocent per kWh kan worden geoffreerd. Met het bedrag kan afhankelijk van de aard van de aanbiedingen 700-1.000 MW gehonoreerd worden.

 

De Tweede Kamer vergaderde op 2 december  over de SDE-2010 en bracht geen wijzigingen aan in het beleid voor wind op land.

 

Brief aan Tweede Kamer over SDE 2008-2011

Eindadvies basisbedragen 2010 - ECN/KEMA

Rekenmodel Wind op land ECN voor basisbedragen SDE (Excel)

Brief NWEA aan Tweede Kamer (SDE-2010 en Windpark NOP)

Tenderregeling categorie wind op zee (staatscourant)

Persbericht tender wind op zee van EZ, 25-11-09

 

 

Voor bespreking van de categorie zonnepanelen zie: Peter Segaar op Polder PV

 

Zie ook hieronder bericht over concept-advies SDE-2010- ECN/KEMA.

 

 

SDE-heffing vanaf 2012

 

 

 In het crisisakkoord van het Kabinet (maart 2009) staat:

 

"Om een schone en zuinige energievoorziening voor de toekomst veilig te stellen, zal de SDE in zijn huidige vorm blijven bestaan, maar zal deze ruimer en robuuster worden gefinancierd uit een opslag op het elektriciteitstarief. Zo wordt langjarige zekerheid gegeven over de beschikbaarheid van voldoende middelen om de ambitie van 20% duurzame energie in 2020 te realiseren. Bij de uiteindelijke vormgeving zullen de koopkrachteffecten en de budgettaire beheersbaarheid worden meegewogen. De vrijvallende middelen op de EZ-begroting worden aangewend voor lastenverlichting".

 

Als uitvloeisel daarvan heeft de minister op 26 november in een brief aan de Tweede Kamer "de contouren geschetst" van de voornemens m.b.t. een nieuwe financiering van de SDE. Maar liefst 2 velletjes papier ! telt het stuk en daarmee moet een programma van vele miljarden Euro's overheidsinkomsten gereguleerd worden.

De opmerking dat de vormgeving van de financiering zal afhangen van de effecten op koopkracht en de budgettaire beheersbaarheid deden al doen  nog steeds het ergste vermoeden.  Duurzame energie zal met degelijke deksels op de te subsidiëren vermogens op rantsoen blijven. Minister van der Hoeven heeft keer op keer gezegd dat zij de financiering door een opslag op consumententarieven verwerpt vanwege de koopkrachteffecten. Zij zal dus gemotiveerd zijn om de heffing zo laag mogelijk te houden. Het CDA heeft bij monde van Liesbeth Spies al laten weten dat het beoogde bedrag, dat via de SDE-heffing binnen zou moeten komen (2,5 miljard in 2020) te hoog is. Media schrijven over "misschien wel 200-300 Euro per jaar per gezin", maar Samsom (PvdA) ontkent dit. Het is niet duidelijk waar die 300 Euro per jaar vandaan komt maar het zou ons niet verbazen dat het ministerie zelf daarvan de sterk overdrijvende bron is. Waarmee ze maar wil zeggen dat windenergie wel leuk is maar toch wel verschrikkelijk duur. Minister van der Hoeven zei dat op het journaal ook met zoveel woorden: "u wilt duurzame energie, o.k. maar daar hangt wel een prijskaartje aan".

 

In Duitsland bedraagt de toeslag ("E.E.G. Umlage") op de energierekening in 2009 1,1 cent per kWh (ca. 30 Euro per jaar per gezin) waarmee de "meerkosten" van ruim 15% duurzame stroom gefinancierd  kan worden. zie o.a. BWE: EEG-Umlage.

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat dit feed-in systeem het beste werkt: omvangrijke resultaten tegen de laagste prijs.

In Nederland wordt nu ruim 7 % duurzame stroom geproduceerd. Volgens het Kabinetsplan voor 20% duurzame energie moet dat in 2020 35% worden. Dat kan alleen met erg veel windturbines, waarbij (dure) offshore turbines waarschijnlijk het meeste werk zullen moeten doen omdat het op landlocaties door beroerd draagvlak en een slecht subsidiesysteem voor geen meter loopt.

 

Duurzame energie heffing (EEG- Umlage) in Duitsland

 

 

Diverse links naar teksten over de SDE-heffing bij de energieraad

Veel achtergrond en commentaar over de SDE-heffing bij Peter Segaar

Atoom- en anti-windlobby reageert op heffing via energierekening: NRC, 1 april 2009.

 

 

 

CDA wil hogere SDE-budgetten

 

4/5 november 2009

 

Binnenkort worden de voorwaarden en bepalingen voor de SDE-subsidie 2010 bekend. Het definitieve ECN-advies over de basisbedragen is nog steeds niet bekend maar er worden voor 2010 geen belangrijke wijzigingen verwacht in de regelgeving. Deze maand moet de Kamer er over debatteren zodat de regeling op 1 januari 2010 weer van start kan. Op 11 november wordt er over de voorgang van "zeewindenergie" gepraat in de EZ-commissie. De SDE-regeling voor 2009 is op 31 oktober gesloten.

 

Belangrijker is echter wat er gaat gebeuren met het subsidiesysteem in de 8 jaar nadat de financiering vanaf 2012 uit een opslag op de energierekening komt en niet langer uit de Rijksbegroting. Hoe hoog worden dan de budgetten en dus de opslag ? En wat wordt dan het subsidiesysteem ? Minister van der Hoeven wijst er bij herhaling op dat dit systeem niets zal veranderen aan de budgetplafonds en het CDA is een erkend tegenstander van lastenverzwaringen.  Diederik Samsom van de PvdA heeft naar aanleiding van de crisis- en herstelwet (waarin de nieuwe financiering werd aangekondigd, zie tekst crisisakkoord) verklaard dat de SDE-budgetten zodanig opgekrikt moeten worden (10 miljard) dat de doelstelling (20% duurzame energie in 2020) gehaald kan worden. Blijkens evaluaties van het ECN/PBL en anderen komt het zelfs met 6,7 miljard extra niet verder dan 15%, zelfs als alle beschikbaar gestelde budgetten benut worden, en niet, zoals bij wind, in kas blijven, zie 30-20-2 niet haalbaar.

 

Uit een interview met Liesbeth Spies (woordvoerder en specialist energie van de Tweede Kamerfractie van het CDA en vice-voorzitter daarvan) in "Energie Nederland" blijkt dat het CDA zich bij Samsom gaat aansluiten. Spies erkent dat "de overheid weinig consistent is geweest in de manier waarop de overheid duurzame energie financieel aantrekkelijk heeft gemaakt" en, hoewel ze niet aangeeft wat de aard van het fiasco was  (veel te hoge subsidies) spreekt ze wel als illustratie over "het fiasco van de MEP subsidieregeling".

En met betrekking tot de doelstellingen voor 2020 stelt zij:  "vriend en vijand geven aan dat we er bij ongewijzigd beleid niet in slagen de doelstellingen te halen". Zo ver is het Kabinet nog niet. Dat houdt nog vast aan de evaluatie in voorjaar 2010 en zal  daarna bekijken of er (eventueel) aanvullend beleid nodig is. Overigens wordt er al wel aan gewerkt om dat aanvullende beleid "startklaar" te leggen zodat het snel in werking kan komen.

Spies heeft echter haar conclusies al getrokken. Zij is het eens met de criticasters van de SDE-regeling en vindt nu dat de regeling robuuster moet worden. En niet alleen robuuster (zoals al in het crisisakkoord stond) maar ook ruimer. "We zouden die belasting zo hoog moeten maken dat de doelstelling van 20% duurzame energie in 2020 wel binnen bereik komt" en voegt er aan toe "er alle vertrouwen in te hebben dat dit eind jaar handen en voeten gaat krijgen, maar het besluit daartoe moet nog wel genomen worden".

 

Minister van der Hoeven herhaalde op 29-10 bij de behandeling van de begroting nog eens dat er met de nieuwe financiering uit een opslag geen feed-in tarief  komt: "Wij hebben als kabinet met de Kamer ook afgesproken dat er geen feed in-systeem komt à la Duitsland, met een open eind. Er moet vastgelegd worden dat dit niet de bedoeling is". Het blijft dus bij een (gecompliceerde) premie op de grijswaarde. "Binnen enkele weken" komt er een brief aan de Kamer "met de contouren" van het nieuwe financieringssysteem na 2011. Eind november wordt de SDE-regeling voor 2010 besproken.

 

EZ zaait verwarring over de SDE-subsidie

 

3 september 2009

 

Op de pagina van SenterNovem met informatie over de subsidieregeling voor wind op land staat de volgende tekst:

"Subsidie SDE-Wind op Land 2009
Een 'Wind op land'-project komt in 2009 in aanmerking voor een voorlopig vastgestelde SDE subsidie van 4 €cent per kWh elektriciteit".
Zie:  SenterNovem-SDE.

Ook op de site van Economische Zaken wordt het systeem (voor wind op land) onjuist beschreven:  "Subsidiering binnen de SDE vindt plaats per geproduceerde kilowattuur of m3 gas".  Zie: Ministerie van Economische Zaken - SDE.

Dit is niet juist. De hoogte van het (voorlopige) subsidiebedrag SDE wordt weliswaar voor een deel bepaald door het verschil tussen de kostprijs ("basisbedrag") en marktwaarde ("correctiebedrag") per kWh van de geproduceerde stroom  maar het uit te betalen bedrag is niet een bedrag per kilowattuur (kWh) geproduceerde stroom maar een bedrag per kilowatt (kW) geïnstalleerd turbinevermogen. Dat bedrag wordt verder bepaald door een maximaal aantal THEORETISCH geproduceerde kWh-en. Het is gelijk aan 1.760 maal het turbinevermogen in kW maal 4 cent. De (voorlopige) subsidie bedraagt dus in 2009 Euro 70,40 per kW. In april 2010 wordt het definitieve correctiebedrag vastgesteld aan de hand van de prijs op de APX-beurs en vervolgens het definitieve subsidiebedrag. 

Dat is voor bijvoorbeeld een turbine van 3.000 kW voor 2009 een subsidiebedrag van Euro 211.200,- Die turbine produceert op een windrijke kustlocatie ongeveer 10 miljoen kWh per jaar. De subsidie per kWh bedraagt dus 2,11 cent en niet 4 cent . Het bedrag per kW is voor alle locaties (met hetzelfde vermogen) gelijk. Op minder windrijke locaties is de subsidie per kWh dan dus hoger. Exact gelijk aan 4 zal het echter nergens zijn omdat de locatie met 5.280.000 kWh per jaar (waarbij de subsidie exact 4 cent per kWh zou zijn) bij het subsidieniveau van SDE - 2009 niet rendabel is te krijgen.
 

In 2008 was het definitieve subsidiebedrag Euro 56,32 per kW geïnstalleerd vermogen; de geproduceerde kWh-en hebben op dat bedrag geen invloed. Alleen als de productie lager was dan overeenkomend met 1760 "vollasturen", wordt gerekend met het werkelijke aantal "vollasturen", maar dat komt eigenlijk niet voor.

 

Dit uitbetalingssysteem is bedacht om de exacte subsidiebehoefte te kunnen begroten (er geldt ook een maximaal correctiebedrag) maar beloont daardoor vermogen in plaats van energie en is dus niet stimulerend voor de toepassing van optimaal producerende windturbines omdat een grotere generator niet gelijk op gaat met een hogere stroomproductie.

 

Ook in de brief aan de Tweede Kamer van 23 november over de speciale SDE-categorie voor windpark Noordoostpolder staat weer dezelfde onzin: "De subsidie wordt tijdens de exploitatie van de windturbines uitbetaald als een bijdrage per daadwerkelijk aan het elektriciteitsnet geleverde kilowattuur". We kunnen niet anders dan concluderen dat Economische Zaken niet weet hoe de regeling werkt.

 

P.S.  2-12-2009:

Inmiddels heeft SenterNovem een formulering gevonden om het karakter van de "subsidie" te omschrijven. Bij de aankondiging van tarieven 2010 wind op land staat nu een * bij het subsidiebedrag per kWh (onderstreping van WSH):

 

"Het genoemde bedrag is een indicatie van de gemiddelde subsidie over de gehele looptijd van de subsidie, gebaseerd op het basisbedrag verminderd met de lange termijn energieprijs. De werkelijke subsidie kan jaarlijks verschillen en wordt gebaseerd op de feitelijke subsidiabele productie en het basisbedrag, verminderd met het correctiebedrag." 

(Zie SenterNovem: SDE Wind op land 2010 )

Onbegrijpelijke tekst voor gewone stervelingen, maar het is juist en weerspiegelt de complexiteit van het systeem. Dat is overigens op zich geen probleem, elke goede regeling is ingewikkeld, maar deze deugt niet.

(De subsidiabele productie wordt berekend door 1.760 te vermenigvuldigen met het geïnstalleerde vermogen van het project / de turbine. Zie ook rekenvoorbeeld hierboven bij rekenvoorbeeld)

 

 

Ook 20% bezuinigingen voor "Energie en Klimaat".

 

28 september 2009

 

"Energie en Klimaat" is een van de 19 thema's waarvoor het Kabinet ambtelijke werkgroepen heeft ingesteld die moeten uitzoeken hoe hierop structureel bezuinigd kan worden. Minstens 1 variant moet minstens 20% opleveren. Het gaat in dit thema om "uitgaven voor duurzame energie en energie-efficiency en fiscale voordelen die niet-duurzame prikkels met zich meebrengen. Bovendien worden de uitgaven voor mitigerend (internationaal) klimaatbeleid onder de loep genomen". Voor zover we het begrijpen is de fossiele sector, met uitzondering van de CO2-opslag, geen item.

De onderdelen waar de werkgroep uit kan "kiezen" hebben een totaal begrotingsbedrag wat oploopt van 1,8 miljard in 2008 naar 2,2 miljard in 2014.  Het aandeel voor subsidies SDE en MEP daarin loopt op van 41 % in 2010 tot 53% in 2014. Fiscale regelingen als EIA, VAMIL en MIA, waarvan ook een substantieel deel naar windenergie gaat, maken ongeveer 15% van het totaal uit. Het lijkt moeilijk voorstelbaar dat windenergie niet een heel belangrijke veer zal moeten laten. "Van de subsidies wordt toch nauwelijks gebruik gemaakt" en "aan de kust redt windenergie zich zonder subsidie ook wel" en "in het binnenland is het zonde van het geld", zal de werkgroep kunnen melden.

In april 2010 moeten de werkgroepen de rapporten presenteren welke aan de Tweede Kamer worden gezonden. Bij de voorjaarsnota 2010 maakt het Kabinet bekend voor welke opties zij kiest.

De stukken staan o.a. bij de Energieraad.

 

 

 

Basisbedrag wind op land in 2010 weer wat hoger ?

 

30 juni 2009

 

Op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken hebben ECN en KEMA een concept-advies opgesteld voor de productiekosten van windenergie (en andere duurzame energiebronnen in de SDE subsidieregeling) met projecten welke in 2010 subsidiebeschikkingen SDE krijgen.

 

Het basisbedrag voor wind op land (niet helemaal hetzelfde als de productiekosten) is 0,1 Eurocent hoger geworden ten opzichte van 2009 en bedraagt nu 9,5 Eurocent per kWh. Het basisbedrag is het bedrag per kWh tot waar de elektriciteitsprijs (de waarde van de grijze stroom) wordt aangevuld met subsidie.

De stijging komt door verhoging van de projectkosten met 25 Euro per kW naar 1.350 Euro per kW en een verhoging van de vaste bedrijfskosten met 0,8 Euro per kW naar 25,8 Euro per kW. Het aantal van 2.200 "vollasturen" blijft het uitgangspunt voor de stroomproductie van een project.

 

De opstellers van het advies constateren dat "er knelpunten worden waargenomen in de vergunningverlening, bij de hoogte van de SDE-vergoedingen en in de SDE-systematiek zelf ........ en de bewegingen aan de financieringskant maken het duiden van de trage ontwikkeling (het geen gebruik maken van de subsidieregeling) er niet makkelijker op. Dit concept gaat evenwel uit van dezelfde uitgangspunten als die die in het advies van vorig jaar gebruikt zijn". Vrij vertaald: het SDE-systeem deugt voor geen meter, maar wij weten ook nog niet hoe het moet, dus modderen we nog maar een jaartje door met wat we gewend waren.

(zie onze SDE-kritiek bij: Waarom de SDE niet deugt en op deze pagina, rechter kolom de verschillen Duits en Nederlands systeem)

 

In voorgaande jaren werden de basisbedragen naar aanleiding van reacties van marktpartijen in het definitieve advies nog wat hoger. Het ligt voor de hand dat ontwikkelaars daar nu ook op zullen speculeren en bijgevolg door dit concept nog minder geneigd zullen zijn om aanvragen in te dienen voor de lagere bedragen in de nog lopende ronde 2009.

 

Ook dalende prijzen van turbines zullen leiden tot uitstel van subsidieaanvragen en vertraging van het bouwtempo (na subsidietoekenning heeft men vier jaar voor projectrealisering). Een vandaag gepubliceerd onderzoek van NEF (New Energy Finance) stelt dat de prijzen van turbines in contracten welke eind 2008 en begin 2009 werden afgesloten gemiddeld 18% zijn gedaald. De piek lag medio 2008 op 1.260 Euro per kW door een grote vraag en stijgende prijzen van grondstoffen. (turbineprijs = 70-80% van de projectkosten). Pas in de loop van 2011 verwachten de deelnemende kopers  weer een prijsstijging (de sample omvatte 11 kopers bij 12 fabrikanten en 60 contracten).

 

Het ministerie heeft al aangekondigd dat de regeling voor 2010 op 1 januari 2010 voor aanvragen geopend zal worden. Voor de Kerst dit jaar zal de Kamer spreken over de voorgenomen details van de regelingen.

 

 

12 augustus 2009

Brancheorganisatie NWEA bepleit in haar reactie op het concept basisbedragen SDE 2010 een hoger basisbedrag. Er zou o.a. van hogere investeringskosten ( € 1.580 in plaats van 1.350 per kW) en hogere kosten voor onderhoud en service moeten worden uitgegaan. Ook wordt er nogmaals op aangedrongen dat het tarief (meer) naar windaanbod wordt gedifferentieerd en met name wordt verhoogd voor de niet kustlocaties.

Er wordt geen gewenst basisbedrag genoemd en er worden ook geen voorstellen voor een differentiatiesysteem bekend gemaakt maar NWEA is van oordeel dat met het huidige systeem de regeringsdoelstellingen (verdubbeling van windvermogen naar 4.000 MW) niet gehaald worden.

 

Concept SDE-basisbedragen 2010 - ECN/KEMA

 

Reactie NWEA

 

------------------------

 

 

     SDE rekenmodellen

 

Een rekenvoorbeeld 2009 staat bij SenterNovem-rekenvoorbeeld SDE.

 

Ook Windunie maakte een rekenmodel, zie een voorbeeld: SDE Windunie (pdf)

 

De rekenbladen van ECN voor de berekening van de productiekosten en basisbedragen voor de diverse jaren vindt u via Concept SDE-basisbedragen ECN/KEMA.

 

---------------------------------------------------------

 

 

Alles over de start van de SDE in 2008: SDE-2008

Systeem uitleg - achtergronden - MEP- beleid - kritiek - reacties, en Waarom de SDE-wind op land niet deugt .

 

 

SDE 2009

 

 

  Agentschap NL is de uitvoeringsinstantie van de SDE  Voor meer informatie: www.senternovem.nl/sde of neem contact op met de SDE helpdesk: 038 - 455 34 50. U vindt daar alle documenten en aanvraagformulieren.

 

 

 

E.I.A. (Energie Investerings Aftrek)

 

Met het doel om budgetoverschrijdingen te voorkomen zijn de op te voeren bedragen per kW voor windenergie vanaf 2005 verlaagd.

Voor de maximaal op te voeren investeringsbedragen per kW geïnstalleerd vermogen wordt een onderscheid gemaakt naar turbines op land, op zee en mini-molentjes kleiner dan 25 kW.

 

Hieronder staan de maximaal in aanmerking komende investeringsbedragen. (Euro/kW)

 

 

  2008-2009

  2005-2007

  2004

 Aftrek percentage

44

44

 55

 Windturbines op land

600

1.100

 geen

 Windturbines op zee

1.000

2.250

 geen

 Mini-molentjes kleiner dan 25 kW

3.000

5.000

 geen

 

 

 

 

 

 

In 2009 is het niet meer vereist dat op het moment van aanvragen van EIA het project over een verleende bouw- en milieuvergunningen dient te beschikken. Voor Wind op Zee is dat wel vereist, evenals een beschikking voor een SDE-subsidie van meer dan 0 Euro/kWh.

De regeling wordt uitgevoerd door uitvoeringsinstantie SenterNovem van het Ministerie van Economische Zaken. Alle info bij: E.I.A. bij SenterNovem.

 

 

 

Meer over stimuleringssystemen windenergie

 

Kaders SDE-regeling (AmvB-2008).

   MEP-evaluatie Algemene Rekenkamer

 

MEP op nul

   Tarieven feed-in Frankrijk
   Tarieven feed-in Spanje
   Tarieven feed-in Duitsland
   De bezwaren van het SDE-systeem voor wind op land
   ECN-vergelijking tariefsystemen Nederland, Duitsland en Spanje
   ECN-adviezen SDE
   Wat is een feed-in ?, verschillen SDE-NL en E.E.G.-Duitsland

 

 

 

  Naar begin pagina

 

 

Stand van zaken subsidieaanvragen SDE, wind op land

 

4 januari 2010

 

Per brief over het SDE-beleid 2010  aan de Tweede Kamer werd bekend gemaakt (Zie Brief Tweede Kamer 23-11 over SDE 2008-2011) dat de verwachting is dat t/m ronde 2009 in totaal 542 MW wind op land gecommitteerd zal zijn. Na aftrek van het vermogen voor windpark Noordoostpolder (429 MW) en  90 MW van de ronde 2008 kan dus berekend worden dat er voor 23 MW in de "normale" ronde 2009 zal worden gecommitteerd.

SenterNovem voegt desgevraagd toe dat per 25 november het aangevraagde vermogen in de ronde 2009 50 MW bedraagt. Er is voor 21 MW toegekend en nog voor 26 MW in behandeling.

 

SDE-resultaten, per 25 november 2009

 

Per 25-11-2009 zijn voor turbines groter dan 50 kW zestien aanvragen ingediend met een totaal vermogen van 50 MW.

19 aanvragen voor kleine molentjes tot 50 kW werden weer ingetrokken. De ronde 2009 sloot op 31 oktober.

 

Ronde 2010

Basisbedrag: 9,6 eurocent/kWh

Gereserveerd budget: 937 miljoen (max. 500 MW)

Uit te betalen:

kleiner dan 6 MW: 1.760 "vollasturen"

6 MW en groter: 2.476 "vollasturen"

 

Ronde 2009

Basisbedrag: 9,4 eurocent/kWh (voor 1.760 "vollasturen")

Budget gereserveerd (1.512 miljoen) voor totaal 830 MW

Ingediende aanvragen (16): 50 MW

Toekenningen (10) : 24 MW

In behandeling (6) : 26 MW

Gerealiseerd: 0,85 MW

In aanbouw: 0 MW

De eerste positieve beschikking werd op 19 juni afgegeven.

 

Ronde 2008

Basisbedrag: 8,8 Eurocent/kWh

Beschikbaar budget (796 miljoen) voor: 500 MW

Nog beschikbaar: 0 (restant verhuisd naar 2009)

Totaal toegekende aanvragen: 90 MW

Gerealiseerd: 27 MW

Overige toekenningen: 63 MW

In behandeling: 0

In aanbouw: 0

De eerste positieve beschikking werd op 5 juni afgegeven (Heerhugowaard)

 

Er zijn bovendien nog niet gerealiseerde projecten met een totaal vermogen van 26 MW waarvoor MEP-subsidie is toegekend. Zie ook tabel "in aantocht" bij WSH - Statistieken

 

per 6 mei 2009

Er zijn voor de ronde 2009 20 aanvragen ingediend voor in totaal 2,7 MW wind op land. Waarschijnlijk dus een paar aanvragen voor een solitaire molen en een stuk of 18 voor mini-molentjes. Er zijn nog geen beschikkingen afgegeven.

Zie de Kamerbrief SDE-stand 6 mei 2009.

 

per 2 april 2009

Er is voor de ronde 2008 totaal 90 MW aan beschikkingen afgegeven en er zijn geen aanvragen meer in behandeling.

 

9 januari 2009

In een brief aan de Tweede Kamer meldt minister van der Hoeven dat per 9-1-2009 voor 85,7 MW subsidie aan windprojecten is toegezegd. Er is nog voor 9,7 MW in behandeling. Van het beschikbare budget voor 2008 (500 MW) is nog voor 404,5 MW over.

 

13 oktober 2008

Er is voor 74 MW toegekend verdeeld over 24 projecten. Er loopt nog voor 38 MW aan nog niet beoordeelde aanvragen, nadat voor 28 MW aan aanvragen werd ingetrokken. Er zijn nog geen toezeggingen voor minimolentjes gedaan.

 

9 juli 2008

Er is voor 48 MW aan windprojecten toegekend. Het aantal lopende aanvragen staat ongewijzigd sinds mei op 32 voor totaal 79,8 MW, waaronder 53 aanvragen voor minimolentjes met een totaal vermogen van 100 kW en na aftrek van de 48 MW aan toekenningen.

 

22 mei 2008

Er zijn nu 53 aanvragen voor minimolentjes kleiner dan 20 kW ingediend (totaal 100 kW) en 32 aanvragen voor grotere projecten (totaal 127,8 MW). 

Zie ook: Kamerbrief EZ over budgetverhoging-23-5.

 

11 april 2008

Er zijn 26 aanvragen voor totaal 126 MW windvermogen ingediend (grote projecten plus mini-molens). Er is dit jaar voor 500 MW beschikbaar.

 

------------------

De Nederlandse S.D.E.

en het Duitse E.E.G.

 

Allebei een soort "feed-in", maar van onvergelijkbare kwaliteit

 

In essentie is een "feed-in" systeem voor duurzame energie niets anders dan een bepaalde, gegarandeerde vergoeding voor geleverde stroom door een windmolen, zonnepaneel of andere duurzame installatie aan het openbare net. We hebben het hieronder alleen het feed-in tarief over windenergie op landlocaties.

 

Het "feed-in"systeem wordt onderscheiden van andere systemen zoals:

- investeringssubsidies. Wordt nauwelijks nog gedaan (In 1987 en vanaf 2008 weer in NL, sinds 2009 weer in de VS)

- belastingaftrek (VS)

- quoteringssystemen, waarbij de overheid oplegt dat een bepaald percentage van de stroom duurzaam opgewekt moet worden met daaraan verbonden een verhandelbaar certificatensysteem (Engeland en Italië )

- tendersysteem (aanbieders krijgen na inschrijving en door prijsconcurrentie een project toegewezen, zoals voor de  nieuwe offshore projecten in Nederland)

In sommige landen komen systemen gecombineerd voor.

 

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat een "feed-in" systeem, mits goed uitgewerkt, verreweg de beste resultaten geeft, zowel naar omvang als naar kosten van het te installeren duurzame vermogen.

 

De officiële term voor een "feed-in" is REFIT (Renewable Energy Feed-in Tariff).

Heb het niet over "terugleververgoeding" (dat was 20 jaar geleden de term voor het "overschot" aan stroom van een molentje bij de boer die aan het eigen bedrijf levert), ook niet over "subsidie" (windenergie is voor de maatschappij goedkoper dan fossielenstroom !) en al helemaal niet over "onrendabele top" (een grove belediging voor windenergie) maar over een "kostendekkende vergoeding voor geleverde stroom" of "een vergoeding voor vermeden maatschappelijke schade welke niet tot uitdrukking komt in de grijswaarde van fossielenstroom".

 

In Duitsland wordt het "feed-in" een "Mindestpreissystem" (Minimum prijsgarantie) genoemd, de wettelijke regeling er voor is de  "Erneuerbaren Energieën Gesetz", E.E.G., in 1996 gestart als "Einspeisegesetz".

Zie voor de nieuwe Duitse windtarieven vanaf 2009 bij: Wind-EEG-2009 en alle details: Feed-in-Duitsland en BMU (Duits Milieuministerie) over Windenergie en EEG-Umlage is maar een beetje.

 

Heel veel landen hebben een feed-in systeem, waaronder Duitsland, Spanje, Frankrijk, Tsjechië, Turkije, sinds kort Zuid-Afrika, Iran en de Canadese provincie Ontario. Ook Nederland heeft een soort  feed-in tarief maar het is wel zeer afwijkend vorm gegeven.

De vormgeving loopt ook elders wel wat uiteen. Soms gaat het om een kostendekkende totaalvergoeding van de opwekkosten (zoals in Duitsland en Frankrijk) en soms om een aanvulling op de marktprijs (Nederland). Verder kan de looptijd verschillen (Duitsland 20 jaar, Nederland 15 jaar per project), de financiering, de correctie voor windaanbod, de wijze van uitbetaling, etc. etc.

 

Soms kan de exploitant ook kiezen uit het feed-in tarief of alleen verkopen op de markt zoals in Spanje (omdat dat soms meer oplevert, zoals momenteel in Turkije, waar het feed-in van 6 cent als een bodem functioneert). In Duitsland is het sinds 2009 ook mogelijk om de stroom tegen marktprijs te verkopen. Per maand kan gekozen worden tussen "feed-in" en markt.

 

Duits tarief lager dan in NL

Uiteraard kan de hoogte van het tarief uiteenlopen. Ook de wijze waarop rekening wordt gehouden met het windaanbod op de locatie is vaak zeer verschillend en beslissend voor het succes van een regeling.

In Duitsland ("starttarief" 9,2 cent per kWh voor de eerste 5 jaar, daarna 5,02 ct/kWh t/m jaar 20, maar de starttariefperiode kan verlengd worden naarmate het minder hard waait op de locatie) is het tarief in 2009 lager dan in Nederland (de subsidie vult in NL de marktprijs aan tot 9,4 cent per kWh, voor 15 jaar).

Duitsland heeft wel aanvullend goede faciliteiten m.b.t. kredietgaranties en een Nationale Bank (KFW) die lage rentes geeft op 40-80% van de investering. Nederland heeft nog een investeringsaftrek (EIA) en met "groen financieren" kan een lagere rente verkregen worden.

 

"Vast tarief"

Er wordt vaak gesproken over de voordelen van het zogenaamde "vaste tarief" in Duitsland. Daar is echter geen sprake van. Alleen het starttarief van 9,2 cent voor de eerste 5 jaar, voor projecten die in 2009 in bedrijf komen, staat vast (gedurende de looptijd van de wet, 4 jaar). Maar daarna wordt het voor nieuwe projecten elk jaar 1% lager. Dus hoe eerder je bouwt hoe hoger het starttarief voor de eerste 5 jaar. Dit is gedaan om de branche te dwingen tot kostenverlaging en om de bouw te versnellen. Tot 2009 was de daling 2% per jaar, hetgeen leidde tot een "startbedrag" van 8,0 cent in 2008. Dat werd in 2007-2008 problematisch als gevolg van sterk stijgende turbineprijzen. Momenteel zorgen dalende turbineprijzen voor uitstel van investeringen, dus die 2% had misschien toch wel gehandhaafd kunnen worden (de nieuwe wet werd vorig jaar juli vastgesteld)

 

Een groot knelpunt in Nederland is dat het basisbedrag  (9,4 cent voor toezeggingen in 2009) jaarlijks wordt vastgesteld op basis van een kostenberekening door ECN. Het bedrag voor 2009 is 0,6 cent hoger dan voor 2008, dus misschien wordt het volgend jaar wel weer hoger. Alle redenen dus om aanvragen en investeringen uit te stellen, zoals vorig jaar massaal gebeurd is en ook dit jaar weer zal gebeuren. Vele tientallen MW's liggen compleet vergund klaar maar er worden geen aanvragen voor gedaan omdat het tarief wel eens hoger zou kunnen worden. Na de subsidietoekenning heeft men nog 4 jaar om het project in gebruik te nemen, dus ook mooi veel tijd om te wachten met bouwen op dalende turbineprijzen.

 

Financiering

Grote verschillen zijn er met betrekking tot de financiering. De Nederlandse subsidiebehoefte (de aanvulling met subsidie tot het basisbedrag van 9,4 cent) wordt gedekt uit de algemene middelen (Rijksbegroting) en in Duitsland met een heffing door energiebedrijven op de elektriciteitsprijs.

In Duitsland is het een open einde regeling, dus bouw maar raak, er is altijd een vergoeding beschikbaar. En dat is nodig ook om tijdig overgeschakeld te zijn op een duurzame energievoorziening want er zijn nog genoeg andere factoren die het bouwtempo afremmen. Als er meer gebouwd wordt, gaat gewoon de opslag wat omhoog (in 2008 was dat in Duitsland ongeveer 30 Euro per gezin per jaar, voor alle duurzame stroom, ruim 15% in 2008).

In Nederland worden niet alleen jaarlijks het tarief maar ook de beschikbare budgetten en te subsidiëren vermogens vastgesteld (dus duurzame energie op rantsoen !).

Nieuw kabinet, nieuw beleid, nieuwe budgetten en prioriteiten. Zelfs tijdens een lopend jaar wordt er nu al aan de budgetten per categorie gesleuteld! Onvoldoende zekerheid voor investeren dus, want een windpark ontwikkelen kost meer dan vier jaar.

 

Idioot uitbetalingssysteem in Nederland

 

Omdat het gaat om stroomproductie (en niet de installatie van vermogen) wordt in een goed systeem zoals in Duitsland, uitsluitend de geproduceerde stroom uitbetaald. Bij de uitwerking van de SDE in Nederland wordt echter de fundamentele fout gemaakt door de uitbetaling  te "versleutelen" naar een maximaal bedrag per jaar dat beppald wordt door het geïnstalleerde vermogen (bedrag = 1.760 maal het generatorvermogen maal "theoretisch verschil tussen grijze opbrengst en opwekkosten per kWh").

Hoe "dikker" de generator, hoe meer subsidie ! Het gevolg is de bouw van inefficiënte turbines met te grote generatoren en oversubsidiëring van turbines op windrijke locaties. Generatoren die stilstaan produceren namelijk niets, maar op windrijke kustlocaties wordt zelfs bij 40-50% molenstilstand in een jaar, toch nog het volledige subsidiebedrag uitbetaald! Slecht onderhoud wordt zo ook nog eens onvoldoende gestraft want de exploitant mist bij stilstand geen subsidie maar alleen de waarde van de grijze stroom.

Het zou al een hele verbetering zijn de uit te betalen kWh-en niet te koppelen aan het geïnstalleerde vermogen maar aan het bestreken rotoroppervlak. Dat is een veel betere maat voor de productie en geeft de juiste stimulans want hoe groter de rotor hoe hoger de stroomproductie.

 

Wordt de SDE beter ?

De Nederlandse variant van een feed-in tarief is de SDE-regeling. (Stimulering Duurzame Energieproductie). Misschien is het niet bestaande woord "energieproductie" wel symbolisch voor de kwaliteit van de regeling.

De aankondiging van het Kabinet in het crisisakkoord over de gewijzigde financiering heeft niets te maken met de "invoering van het Duitse Systeem", zoals vele media berichtten.

Er komt een gewijzigde financiering door "een opslag op het elektriciteitstarief" (in 2012). In die zin gaat het systeem iets meer op het Duitse lijken. Maar de budgetteen en maxima per categorie  en dus maxima aan de opslag blijven bestaan. EZ blijft aan de knoppen draaien, want "koopkrachteffecten en budgetbeheersing zullen bij de vormgeving worden meegewogen", zo staat in het crisisakkoord.

Het effect is dus een bezuiniging op de Rijksbegroting maar (direc te) lastenverzwaring voor de burger die men waarschijnlijk ten koste van het afknijpen van het tempo van de duurzame ontwikkeling beperkt wil houden.

Het nieuwe financieringssysteem gaat overigens pas in 2012 in en minister van der Hoeven zei in de Tweede Kamer op 7 april 2009 dat er plafonds zullen blijven bestaan. Iedereen weet dat alles uit de kast moet om tijdig voldoende duurzame energie te kunnen benutten maar in Nederland blijft het dus gewoon kunstmatig op rantsoen.

 

  Alle details over de gebreken van het Nederlandse SDE-systeem voor windenergie op land staan bij: Waarom de SDE niet deugt .

Zie ook presentatie Jos Beurskens, ECN, over de "desastreuze vollasturenregeling" en door David Molenaar van Siemens op:

Presentaties We@Sea workshop 24-11-2009.

 

Atoom- en anti-windlobby reageert op heffing via energierekening in: NRC, 1 april 2009.

 

 

  Citaat van het Duitse Milieuministerie, BMU, n.a.v. de voorgenomen verlaging van de tarieven voor zonnepanelen: (onderstreping WSH)

 

"Dem großen Erfolg der Photovoltaik in jüngster Vergangenheit – nämlich dass sie schneller gewachsen ist und zu niedrigeren Kosten produzieren kann – müssen wir jetzt Rechnung tragen. Die bestehende Überförderung muss vermieden werden, um insgesamt das positive Image der erneuerbaren Energien nicht zu beschädigen."

Zie BMU

--------------

 


 

 

Wind Service Holland

Jaap Langenbach

Dwerssteech 8  8551 SB Wâldsein

Fryslân, Nederland,

Tel. + 31 514 - 592 536

 

Member of  WWEA