|
|
Nieuws Buitenland
2006 |
![]() |
|
22 december 2006 Het Californische energiebedrijf Southern California Edison (SCE) heeft contracten getekend met Alta Windpower Development voor de levering van 1.500 MW windenergie met een looptijd van 20 jaar vanaf de ingebruikname van elk project. Alta is een dochterbedrijf van het Australische Allco Financial Group. De baas van Allco, Nick Bain, zegt van windenergie te houden omdat het een aantrekkelijk item is voor institutionele beleggers. "Windenergie wordt bij energiebedrijven steeds populairder als de meest kosteneffectieve stroombron. En beleggers houden van gestage cash-flows en de lange termijn zekerheid door de 20-jarige looptijd van de contracten". Het aandeel van Allco steeg dit jaar met 54%. De parken worden met steun van Oak Creek Energy Systems gebouwd in de periode tot 2012 en komen in het Tehachapi gebied ten noordoosten van Los Angeles. Daar staan sinds de tachtiger jaren al enige duizenden turbines, waarmee de Deense windindustrie groot is geworden. SCE is al de grootste verkoper van duurzame energie en verdubbelt met de opdracht haar windstroomproductie. De contracten konden getekend worden nadat SCE de benodigde vergunningen had gekregen voor de bouw van een groot aantal nieuwe hoogspanningsleidingen die een transportcapaciteit van 4.500 MW en de bouw van diverse geplande windparken in de regio mogelijk moeten maken. Californië telt momenteel 2.500 MW windvermogen. (bron: Bloomberg.com)
21 december 2006 Windenergie blijkt in Denemarken een prijsdrukkend effect te hebben op de stroomprijs op de Scandinavische energiebeurs Nordpool. Dat blijkt uit een vorige maand gepubliceerd onderzoek door universiteiten, het Energieministerie, onderzoeksbureau Risø en de Deense windenergieorganisatie DWIA. De hoogte van de besparing hangt af van de vraag naar elektriciteit, het vraagpatroon, het windaanbod, het opgestelde windvermogen, waterkrachtreserves en transportcapaciteit. Al die factoren zijn voor het jaar 2005 gesimuleerd en vergeleken met het prijsverloop op de beurs. Er bleek een totale besparing op de elektriciteitsprijs van jaarlijks 130 miljoen Euro. De opwekking van de windstroom kostte aan subsidies 190 miljoen Euro. De waarde van het geëxporteerde gedeelte windstroom naar Noorwegen en Zweden werd niet onderzocht maar ook op ca. 130 miljoen Euro geschat. Voor 2006 wordt verwacht dat de besparing aanzienlijk hoger zal zijn dan de subsidies omdat steeds meer windturbines uit de subsidieperiode lopen en omdat de marktprijs voor energie nog steeds stijgt, waardoor het aandeel subsidie ook relatief daalt. Een paar maand eerder werden dezelfde effecten van windstroom op de prijsvorming al gedocumenteerd in Duitsland. Zie hieronder bij Windstroom verlaagt stroomprijs. (WPM, december '06)
10 december 2006 In Italië is de prijs voor een certificaat per kWh windstroom op 12,5 Eurocent gezet. In 2005 was dat nog maar 10,8 en in 2004 slechts 9,7 cent. Voor de grijze stroom wordt nog eens 6,5 cent verkregen. De totaalprijs is nog weer aanzienlijk hoger dan de ca.15 cent in Engeland. Mede door de verhoging van de looptijd van 8 naar 12 jaar is er in Italië volgens adviseur Garrad Hassan nu sprake van een "extreem goed tarief". Molenaars kunnen de certificaten verkopen aan bijvoorbeeld energiebedrijven die daarmee kunnen voldoen aan de gestelde verplichtingen voor duurzame stroomproductie. Voor 2006 is het percentage gesteld op 3,05%. De landelijke windenergieorganisatie kritiseert het systeem vooral omdat de lange termijn zekerheid ontbreekt. Voor 2007 zijn de tarieven en verplichte percentages nog steeds niet vastgesteld. Vermogen levert het wel op: Engeland en Italië staan met elk rond de 2.000 MW nu 3 en 4 op de Europese ranglijst na Duitsland en Spanje. (WPM december 2006)
10 oktober 2006 Onder Glasgow is Scottish Power deze week begonnen met de bouw van windpark Whitelee. Voor een bedrag van 300 miljoen Engelse Pond zullen 140 windturbines van Siemens met een totaal vermogen van 322 MW gerealiseerd worden. Dat vermogen is goed voor 12% van de nagestreefde 40% duurzame Schotse stroom in 2020 en goed voor 200.000 gezinnen. De Britse energieminister Alistair Darling gaf bij de eerste spade in de grond tevens het startsein voor de discussie over het nieuwe energiebeleid dat o.a. gericht is op 20% duurzame stroom in 2020 door hervormingen van het veel te dure "Renewable Obligation" systeem. Het nieuwe beleid moet in 2009 van kracht worden. Scottisch Power is bang dat de ondersteuning voor onshore wind door lagere vergoedingen zal worden beperkt ten gunste van nog onvoldoende uitontwikkelde vormen van duurzame energie zoals offshore wind, golfenergie en zonne-energie. Sommigen vinden dat meer grote parken op het land niet meer kunnen, maar minister Darling zei dat "het licht uitgaat" als er niet meer grote parken op land bijkomen. Op het eiland Lewis werkt Scottisch Power aan de planningprocedures voor een nog veel groter windpark met 200 turbines (Dat werd in 2009 afgeblazen doro de Schotse regering) (Independent / Scotsman)
5 oktober 2006 Acht bedrijven hebben toegezegd dat zij gezamenlijk de komende 7 jaar ruim 10 miljard Dollar gaan investeren in de ontwikkeling van windparken in Texas. Voorwaarde is wel dat de Texaanse overheid een paar honderd miljoen Dollar gaat investeren in de aanleg van transportleidingen. Betrokken bedrijven zijn o.a. het Ierse Airtricity, Babcock & Brown, Horizon Wind Energy, RES, PPM en het Spaanse Gamesa Energy. Meer bedrijven zijn welkom en dan kan de 10 miljard (goed voor ruim 7.000 MW) overschreden worden. Texas beschikt in het westen en langs de Golf van Mexico over een uitstekend windklimaat en heeft inmiddels al 2.500 MW windvermogen in bedrijf.
31 juli 2006 De Franse regering streeft naar 21% elektriciteit uit duurzame bronnen in 2010. Er moet dan o.a. 10.000 MW windvermogen zijn opgesteld. Er staat nu bijna 1.000 MW. Voor het vervolg zijn de vergoedingen voor windstroom (en ook voor zonnestroom, biomassa en waterkracht) aanzienlijk verhoogd. De looptijd van het basistarief voor alle windturbines is verlengd van 5 naar 10 jaar en verhoogd tot 8,2 Eurocent per kWh. Daarna geldt nog een periode van 5 jaar met een tarief dat lager is naarmate het windaanbod hoger is. Bij 2.400 vollasturen en minder geldt het tarief van 8,2 ct/kWh voor 15 jaar. Bij 2.800 vollasturen is het 6,8 ct/kWh in de laatste 5 jaar en bij meer dan 3.600 vollasturen zakt het tot 2,8 ct/kWh in de laatste vijf jaar. Vanaf 2008 daalt het basistarief met 2% (was 3,3%) per jaar. De grens dat het tarief geldt tot een maximaal totaal opgesteld vermogen van 1500 MW is vervallen. Uit het onderzoek dat ten grondslag ligt aan het tariefsysteem blijkt dat de rentabiliteit van windprojecten op land met 10 tot 20 procentpunten (afhankelijk van het windaanbod op de locatie) stijgt t.o.v. het vorige tariefsysteem. Vooral windrijkere locaties gaan er op vooruit. Voor offshore windenergie is het basistarief verhoogd naar 13,0 ct/kWh voor de eerste 10 jaar, waarna een verlaagd vervolgtarief van nog eens 10 jaar geldt. Tot 2.800 vollasturen geldt het basistarief voor 20 jaar. Bij 3.900 vollasturen en meer daalt het tarief voor de laatste 10 jaar naar 3 cent/kWh. Voor boeren met biogas is het tarief verdubbeld naar 10,3 ct/kWh. De tarieven voor zonnestroom zijn ongeveer verdubbeld naar 30 cent per kWh voor losse panelen op het dak en een investeringssubsidie van 50%. De vergoedingen zijn gebaseerd op de uitgespaarde opwekkosten met traditionele bronnen en de externe kosten daarvan volgens de studie van de Europese commissie (ExtrenE).
31 maart 2006
Volgens het jaarlijkse energie-rapport van Instituut ISET van de Universiteit van Kassel voor de Duitse regering gingen de kosten van windstroomopwekking sinds 1990 met 53% omlaag. De verbetering van het rendement maakt de jaarlijkse verlaging van de Duitse minimumvergoeding voor windstroom met reëel 4% mogelijk. Oude windturbines welke nu een vergoeding krijgen van 6,1 cent draaien al onder de prijs voor conventionele stroom op de Leipziger Beurs van 6,6 cent (1e kwartaal 2006). Investerings- en exploitatiesubsidies van de Bondsregering en de deelstaten werden al halverwege de jaren negentig overbodig. Zakelijk leider van de BWE (Bundesverband Windenergie) Ralf Bishof en het Duitse Milieuministerie stellen dat windstroom in ieder geval voor 2015 concurrerend zal zijn. Het onshore windstroomaandeel in Duitsland kan volgens de BWE oplopen naar 15% in 2015 en 20% in 2020, hetgeen een investering van 50 miljard Euro vergt. De BWE dringt aan op een gedetailleerd scenario van de regering voor de snelle uitbouw van het stroomnet en investeringen in flexibele centrales. Veel meer over windstroomkosten in Duitsland op B.W.E. .
6 februari 2006
Vorige maand werd nog vrij algemeen verwacht dat China voor de uitbreiding van
windenergie (30.000 MW in 2020) zou kiezen voor een systeem van minimum
vergoedingen voor windstroom, zoals in Duitsland en Spanje. Maar deze
Fabrikanten die bezig zijn met het opzetten van productiefaciliteiten in China (70% van de turbine moet in China geproduceerd worden) zoals Vestas, Nordex, Repower, GE, Gamesa en Suzlon, zeggen hiermee volgens planning door te gaan. Sommigen menen dat vooral de wetgeving van doorslaggevend belang is en ook de transparantie van het biedings- en gunningproces. Een onderzoek van de Europese Commissie naar diverse stimuleringssystemen voor windenergie gaf onlangs aan dat een minimum vergoedingensysteem (feed-in tariff) veruit de beste en snelste resultaten geeft. (Windpower Monthly)
Windpark in China
3 februari 2006 In de West-Europese landen tot de Russische grens, inclusief Oekraïne en Turkije, werd in 2005 in totaal een nieuw windvermogen van 6.310 MW gerealiseerd, een toename met 18% naar een totaal van 40.900 MW.
In de EU-25 kwam het totaal op 40.504 MW door een toename met 6.183 MW, goed voor een jaaromzet van 6 miljard Euro. De geschatte jaarproductie bedraagt 83 miljard kWh, dat is 2,8% van de stroombehoefte van de EU in 2004. Buiten de EU-25 landen is eigenlijk alleen Noorwegen van enig belang met nu 267 MW en de Oekraïne met 82 MW. Er zijn nog slechts vijf Europese landen met geen enkele windturbine: Cyprus, Malta, Slovenië, IJsland en Liechtenstein. De belangrijkste windmarkten waren wederom Duitsland (1.808 MW nieuw in '05) en Spanje (1.764 MW). De subtop bestaat uit Portugal (500), Engeland (446), Italië (452) en Frankrijk (367). Daarachter volgen Oostenrijk (218), Ierland (157), Nederland (140) en Griekenland (100). EWEA maakte deze cijfers bekend. President Arthouros Servos stelt tevreden vast dat het streefdoel van de Europese commissie (40.000 MW in 2010) dus nu al bereikt is. Alle cijfers en links bij WSH-Statistieken-World-Wide .
|
|
|
|
Jaap Langenbach Dwerssteech 8 8551 SB Wâldsein Fryslân, Nederland, Tel. + 31 514 - 592 536
Member of WWEA |