De Romeinse pentagon-dodecaëder: 

mythe en enigma

Robert Nouwen

GR-nieuws, nr. 45

Tongeren (B.), 1993

 

Algemeen

 

Vorm : pyrietkristal (mineraal met metaalglans, in de oudheid gebruikt als vuurslag).

 

Openingen: zeer grote verscheidenheid zonder dat men er een zekere regelmaat in kan waarnemen. Wel kan men bij een significante meerderheid vaststellen dat de twee grootste gaten tegenover elkaar liggen (en soms even groot zijn).

 

Tot nog toe zijn er geen twee identieke dodecaëders gevonden.

 

Aantal gevonden: 76.

 

Gebied: grosso modo overeenkomend met de vroegere Keltische beschaving. Bij slechts 9 is de archeologische context goed bekend. Van 22 is de herkomst volledig onbekend. 34 zijn gaaf of licht beschadigd. 11 zijn sterk fragmentarisch.

 

Sites: militaire kampen, stads-insula, thermen, theater, graven, muntschat. Niet in heiligdommen gevonden.

 

Datering: herzien in vergelijking met J. de Saint-Venant: een exemplaar van Augst kon op basis van de aanwezige keramiek en de stratigrafie tussen 30 een 110 na Chr. gedateerd worden.

 

Documentatie: er is geen enkele afbeelding, tekening of beeldhouwwerk uit de oudheid bekend.

 

Bolletjes: zijn niet echt rond maar vrij onregelmatig gevormd. Ze werden met een pinnetje in gaatjes op de hoeken geplaatst en vervolgens vast gesoldeerd.

 

Dodecaëder van Tongeren, 1939

 

Afmetingen: Hoogte 81 – 66 mm. Diameter van de tegenover elkaar liggende gaten zijn (mm):

10,6

-

13,0

13,8

-

14,0

25,2

-

27,0

23,0

-

26,3

15,6

-

17,8

20,3

-

20,5

 

Gewicht: 172 g

 

Archeologische context: losse vondst onder het gazon langs de Leopoldwal, 50 cm diep, buiten de stadswallen. Mogelijk hebben we hier te maken met een grafvondst (er zijn laat-Romeinse graven in dit deel van het noordoost grafveld).

 

Toestand: gaaf, 4 bolletjes ontbreken.

 

Versiering: lijnversiering langs de 5 zijden van iedere vijfhoek. De lijnen raken elkaar niet in de hoeken.

 

De icosaëder van Arloff

 

Verblijfplaats: Rheinisches Landesmuseum Bonn.

 

Archeologische context: grafvondst.

 

Vorm: slechts twee tegenover elkaar liggende vlakken bevatten een gat.

 

Datering: derde eeuw.

 

Interpretaties

 

Ø              scepterknop of knop van een commandostaf

Ø              wapenknots

Ø              speeltuig

Ø              worp, met gepunte stok opvangen

Ø              dobbelsteen

Ø              kaarsenhouder

Ø              kalibermeter van de castellarius

t.b.v. waterleidingen; breedte bepaalt afname; breedte als veelvoud van de scrupulous, d.i. 1,03 mm = 1/24 uncia = 1/12 voet).

Ø              meesterwerk

Ø              mythisch of religieus symbool

12 vlakken = 12 maanden

30 zijden = 30 dagen per maand

gaten = zon (onregelmatig, seizoensafhankelijkheid)

dodecaëder = orde, universum

20 hoeken = basis van het Keltische getallenstelsel (Druïden)

 

De dodecaëder, gemaakt uit regelmatige vijfvlakken, drukt het wezen uit van het universum.

 

5 x 4 (een Pythagorisch getal) geeft 20 hoeken.

 

5 x 6 (een Pythagorisch getal) geeft 30 (kosmisch getal) raakvlakken van de 12 vijfhoeken.

 

Het heilig getal 12 staat voor de 12 vijfhoeken en de 12 cirkelvormige openingen.

 

De 12 goden regeren de wereld.

 

De zodiak bestaat uit 12 tekens, het jaar uit 12 maanden en er zijn 12 zonnestanden in 12 sterrenbeelden.

 

12 vlakken x 30 zijden geeft 360, cijfer van de bol van het universum en in sommige antieke kalenders de dagen van het jaar.

 

Het Pythagorisme heeft het denken en de figuratieve kunst van Rome beïnvloed. Evenzo heeft er een uitwisseling bestaan tussen het P en het druïdisme. Het P heeft ten noorden van de Alpen een vruchtbare voedingsbodem gevonden en zich vlot kunnen integreren in de inheemse tradities. Symbolen als concentrische cirkels, gepunte cirkels, pentagrammen etc. voortvloeiend uit de astrale cultus hebben steeds een belangrijke rol gespeeld en bleven verder werken tot in de Gallo-Romeinse tijd. De Keltische munten geven hiervan een voorbeeld.

Het verspreidingsgebied van de dodecaëders valt wonderwel samen met dat van het druïdendom.

 

L. Saint-Michel: “Nous nous permettons d’avances que les dodécaèdres en bronze creux ajournées, découvert en milieu gallo-romain, sont franchement celtiques (…), qu’ils peuvent probablement s’inscrire dans la tradition et pratiques druidiques et par le fait même (…) et par tous les détour qu’on voudra supposer, qu’ils sont en rapport avec la tradition pythagoricienne?

 

Ø              geodetisch meetinstrument

 

 

Als besluit kan men op dit moment stellen dat de huidige stand van het archeologische, het technische en het cultuurhistorische onderzoek niet toelaat de functie van de pentagon-dodecaëder te bepalen. Zolang de archeologische context en literaire of iconografische bronnen hierin geen opheldering brengen, zal deze situatie niet veranderen.