|
De Revolutie van 1848
Het verlaten van de traditionele middeleeuwse structuren in de door Roemenen bewoonde gebieden in het midden van de 18de eeuw had leidde tot het ontstaan van een nieuw nationaal bewustzijn. In Transsylvanië komt bisschop Ioan Inocentiu Micu op voor de emancipatie van de Roemenen op religieus, sociaal en etnische valk. Leden van de zogenaamde Scoala Ardeleana, waaronder Gheorghe Sinca, Petru Maior en Samuil Micu bevorderen in hun geschriften het Roemeense nationale gevoel. Zo roepen zij op tot het geven van Roemeense geschiedenis en het gebruik van de Roemeense taal op scholen. Dit nieuwe bewustzijn leidt tot een boerenopstand in 1784 onder leiding van Horea, Closca en Crisan.
Ook in Walachije groei het bewustzijn. In 1821 is hier een revolutie onder leiding van Tudor Vladimirescu. Een aantal maanden lang staat Walachije in het middelpunt van de internationale belangstelling. De verhouding tussen Moldavië en Walachije enerzijds en het Ottomaanse Rijk anderzijds ondergaat met het Verdrag van Adrianople een ingrijpende wijziging. De beide landen worden formeel een Russische protectoraat, krijgen meer autonomie en de Ottomaanse invloed wordt verder terug gedrongen. Sociale bewegingen en nationalistische groeperingen zien hun invloed gestaag groeien in alle gebieden waar Roemenen wonen. Uiteindelijk zal dit leiden tot de Revolutie van 1848.
In 1848 komen leiders zoals Kogalniceanu, Balcescu en Barnutiu in opstand. Doel van de opstand is de afschaffing van de oude sociale en politieke structuren. Helaas voor de opstandelingen verenigen de Ottomanen en de Russen hunkrachten en verslaan de revolutionairen na een aantal veldslagen. De opstand in Moldavië begint op 27 maart. De opstand mislukt echter en een aantal van hen weet te ontkomen naar Transsylvanië. Ook In Tara Romaneasca komt de bevolking in opstand. Eerst in Islaz (9 juni) en in Boekarest (11 juni). Deze opstanden worden na Ottomaanse interventie neergeslagen.
Ook in Transsylvanië is het erg onrustig. Hier botst een Hongaarse opstand met de Roemeense opstand onderleiding van Avram Iancu. Tijdens een grote volksvergadering die van 3 tot 5 mei duurt in Blaj, komen zeker 40.000 Roemenen bijeen. Iancu organiseert een leger in het Apusenigebergte en organiseert een vorm van lokaal bestuur. Het Hongaarse leger achtervolgt de opstandelingen onderleiding van generaal Bem, die weet gesteund door de Russen, de opstand neer te slaan. De revolutie mag dan wel zijn mislukt maar de idealen blijven bestaan. Het Verdrag van Parijs (1856) versterkt het Russisch protectoraat over Tara Romaneasca maar garandeert ook de autonomie van de beide staten. De weg voor de eenheid van beide staten ligt open.
© Ember Internetdiensten 2005
|
|