Opkomst van de monarchie (1866 - 1914)

A.I. Cuza de eerste gekozen heerser van het verenigd Roemenië blijft maar kort aan de macht. Een monsterverbond van conservatieven en liberalen brengt hem op 23 februari 1866 ten val. In de korte regeer periode slaagt hij er toch in om een aantal moderniseringen door te voeren. Leger, douane, politie en munteenheid van de beide landsdelen worden samengevoegd. Ook komen er een aantal nieuwe wetten: De Landhervormingswet (1863)waar bij de kloosters een deel van hun gronden kwijtraken, Kieswet (1863), de Onderwijswet (1864)waarbij het onderwijs gratis en verplicht wordt en het Nieuwe Burgerlijke Wetboek (18640.

Na het gedwongen vertrek van A.I. Cuza gaat een groep vooraanstaande Roemenen opzoek naar een nieuw staatshoofd. Eerst wordt de troon aangeboden aan Philips van Vlaanderen, maar deze bedankt. Op 10 mei 1866 benoemt het parlement de 27 jarige Carol von Hohenzollern - Sigmaringen tot prins. Op 1 juli krijgt het land een nieuwe grondwet en wordt het een constitutionele monarchie met erfopvolging in de mannelijke lijn. Deze grondwet geldt, zeker voor die tijd, als liberaal. Burgerlijke vrijheden (waaronder de vrijheid van meningsuiting) en de scheiding van de staatsmachten staan in de grondwet opgenomen. Toch zijn de eerste vijf jaar van het bewind van Carol politiek gezien niet stabiel te noemen. Maar liefst 10 regeringen en 30 interne herschikkingen zijn het gevolg van de politieke strijd tussen de liberalen en de conservatieven. Politieke rust komt er met de regering van de conservatief Lascar Catargiu (1871 - 1876). Ook ontstaan er politieke partijen zoals de PNL (1875) en de PC (1880). Dit blijkt eveneens een stabiliserende werking te hebben. Belangrijkste geschilpunt tussen beide partijen is dat de onafhankelijkheid van Roemenië, formeel valt het land nog steeds onder de Ottomaanse invloedssfeer, volgens de PNL desnoods gewapenderhand moet worden bereikt, terwijl de PC de weg van de diplomatie kiest.

Tijdens de Conferentie van Constantinopel (1876) wordt besloten dat Roemenië, alhoewel defacto onafhankelijk, een intergraal deel is van het Ottomaanse Rijk met als status van bevoorrechte provincie. Roemenië onderhandelt met buurland Rusland over een militair verdrag. Dit leidt tot het Verdrag van Boekarest op 4 april 1877. Rusland verklaart daar in de Roemeense integriteit te zullen respecteren. In ruil daarvoor krijgt het land het recht om met haar troepen door Roemenië te mogen trekken. Kort na het tekenen van dit verdrag verklaart Rusland aan het Ottomaanse Rijk de oorlog. Het  Roemeense parlement verklaart het land op 9 mei formeel onafhankelijk.
Al direct aan het begin van de oorlog levert het Russische leger tweemaal slag bij Plevna. Bevelhebber Groothertog Nicolaas vraagt Roemenië om militaire bijstand. Carol I stemt in onder voorwaarde dat Roemenië het opperbevel krijgt. Er volgt een zware strijd. Op 28 november 1877 wordt Plevna verovert. Na de capitulatie van het Turkse leger levert het Roemeense leger nog slag bij Vidin en Belogradcik. In januari 1878 volgt een wapenstilstand. Tijdens het Congres van Berlijn in juni en juli verkrijgt Roemenië de onafhankelijkheid en het bestuur over Dobrogea. Wel moet het de provincies Cahul, Bolgrad en Ismail aan Rusland afstaan.

Na de onafhankelijkheid wordt Roemenië in 1881 een monarchie. Op economisch gebied verandert er veel. In 1885 wordt de handels overeenkomst met Oostenrijk-Hongarije opgezegd en wordt een koers gevolgd die de binnenlandse markt beter beschermd. Het spoorwegnet wordt uitgebreid en telt in 1900 al bijna 3200 km. Nu het land zeehavens heeft bloeit de handel als nooit te voren. Ook wordt eer een begin gemaakt met de systematische winning van aardolie. Kwetsbaar echter blijft de landbouw. Duizenden Roemenen komen om na de mislukte oogsten van 1888 en 1907.

© Ember Internetdiensten 2005