Terug naar homepage
Vragen voor week 20.
De juiste antwoorden volgen later

1.7

Zie nevenstaande figuur: V1 is een accu van 5 V; R1 = 15 ohm; R2 = 10 ohm In de keten loopt een stroom van 0,6 A in de richting ADCBA. De spanning van de andere accu (V2) is dus


A
6 V

B
9 V

C
15 V

D
20 V



1.8
We sluiten een voltmeter aan op de punten A en C. De spanning die we dan meten is:

A
6 V

B
14 V

C
15 V

D
25 V



1.9
Een weerstand van 20 ohm wordt aangesloten op een spanningsbron van 30 volt. Er wordt nu een vermogen ontwikkeld van

A
30 W

B
45 W

C
60 W

D
600 W



1.10
Een strijkijzer van 230 volt, 1000 watt heeft een elektrische weerstand van ongeveer

A
0,02 Ω

B
4 Ω

C
53 Ω

D
4 kΩ



1.11
Een geluidsversterker levert aan de luidsprekers een vermogen van totaal 40 watt.
De versterker trekt uit het 230 volt net daarbij een stroom van 0,50 A.

a.
Bereken het rendement van deze versterker.

b.
Bereken hoeveel warmte deze versterker levert..

c.
Bereken hoeveel kWh energie deze versterker bij dit vermogen gebruikt als we hem 24 uur aan laten staan.



1.12
We hebben een weerstand van 100 Ω nodig. Ik heb die niet in voorraad, maar ik heb wel twee weerstanden van 50 Ω. Op de ene staat gedrukt: 50 Ω 2 W en op de andere 50 Ω 3 W. Ik schakel ze in serie om zo een weerstand van 100 Ω te maken . Hoeveel vermogen mag ik deze weerstanden maximaal samen laten leveren zonder overbelasting te krijgen:

A
2 W

B
4 W

C
5 W

D
6 W

Terug naar homepage