Vragen voor week 22 inclusief uitwerkingen.


1.19
1.19 Twee evenwijdige platen A en B zijn verbonden met een spanningsbron van 20 V. A is verbonden met de positieve pool van de spanningsbron, B met de negatieve pool. De veldlijnen lopen ………… (vul in: van A naar B of van B naar A) en het elektrische veld is …………. (vul in: homogeen of niet homogeen) Ingevuld moet worden  

A
van A naar B, homogeen

B
van A naar B, niet homogeen

C
van B naar A, homogeen

D
van B naar A, niet homogeen

Veldlijnen lopen van positief naar negatief dus hier van A naar B. Het veld binnen een condensator is homogeen. Antwoord A is dus het goede antwoord
1.20
Bij de condensator van vraag 1.19 zetten we de platen dichter bij elkaar. Hierdoor wordt de elektrische veldsterkte 

A
groter

B
kleiner

C
niet veranderd

Als we de afstand kleiner maken , maken we in de formule  de factor d kleiner en moeten we dus door een kleiner getal delen: de uitkomst wordt dan groter. Antwoord A is juist



1.21.
Een metalen plaat AB is positief geladen. De veldlijnen van het elektrisch veld lopen zoals getekend in

A
figuur 1 van onderstaand plaatje

B
figuur 2  van onderstaand plaatje

C
figuur 3 van onderstaand  plaatje

D
figuur 4 van onderstaand plaatje



Bij een geleider beginnen of eindigen de veldlijnen loodrecht op de geleider. Als je bedenkt dat de richting van het veld afgesproken is als de richting waar een positieve lading naar toe zou bewegen, dan moeten de veldlijnen dus van de geleider af lopen, want een positieve lading wordt door een positieve geleider afgestoten. Antwoord B is dus het goede antwoord. 
1.22
Nu stelt AB een stroomdraad voor waar een stroom van A naar B loopt. Welk van de hierboven getekende figuren geeft nu het magnetisch veld weer 

A
figuur 1

B
figuur 2

C
figuur 3

D
figuur 4

Een kurketrekker die we ronddraaien volgens de richting van de veldlijnen in figuur 3 beweegt naar rechts, dus in de richting van de stroom. figuur 3 is dus de juiste figuur. Antwoord C is dus juist


Terug naar homepage