Vragen voor week 27, inclusief uitwerkingen


1.48
 Een eindtrap produceert een hoogfrequent vermogen van 30 watt. Deze eindtrap wordt gevoed met een gelijkspanning van 12 volt en trekt daarbij een stroom van 5 ampère. Het rendement is:

A
30 %

B
50 %

C
60 %

D
90 %


Antwoord B is dus goed
1.49
Op de eindtrap met vermogen 30 watt wordt een kabel aangesloten met een verlies van 3 dB. Aan het andere uiteinde van de kabel wordt een vermogen geleverd van: 

A
3 watt

B
10 watt

C
15 watt

D
27 watt

Een verlies 3 dB betekent dat het vermogen gehalveerd wordt.
Kijk  bijvoorbeeld in dit tabelletje:
verhouding
versterking bij die spannings- of stroomsterkte-verhouding
(over dezelfde weerstand gemeten)
versterking bij die vermogensverhouding
1/10
-20 dB
-10 dB
1/100
-40 dB
-20 dB
1/2
-6 dB
-3dB
1/5
-14 dB
-7 dB
10
20 dB
10 dB
100
40 dB
20 dB
2
6 dB
3 dB
5
14 dB
7 dB
Er blijft dus de helft van het vermogen over: de helft van 30 watt is 15 watt, dus antwoord C is goed



1.50
Het uitgangssignaal van een gemoduleerde zender wordt op een 50 ohms weerstand (dummy load) aangesloten. . De spanning over de weerstand wordt m.b.v. een oscilloscoop zichtbaar gemaakt. Rechts staat het oscilloscoopbeeld. De verticale schaalverdeling is 50V/div. Het PEP vermogen is hier:

A
200 watt

B
400 watt

C
800 watt

D
3200 watt

Op het moment van de piek van de modulatie komt de topwaarde van het hoogfrequent signaal overeen met 4 vakjes op de oscillloscoop. Dat is dus 4 vakjes * 50 volt/vakje = 200 volt Om het vermogen te berekenen heb ik de effectieve waarde nodig.

Antwoord B is dus goed




Hoofdstuk 2

2.1
2.1 Een stukje koperdraad met een lengte van 1 m en een doorsnede van 1 mm2 heeft een weerstand van 0,0175 ohm. Een ander stukje koperdraad heeft een lengte van 10 m en een doorsnede van 2,5 mm2. De weerstand van dit andere stukje draad is: 

A
0,0004375 ohm

B
0,007 ohm

C
0,04375 ohm

D
0,07 ohm

We maken de draad in plaats van 1m nu 10 m lang. Dit geeft een 10 maal zo grote weerstandswaarde: 10 * 0,0175 = 0,175 ohm Maar we maken de draad ook dikker: de doorsnede wordt nu 2,5 mm2 i.p.v. 1 mm2 daardoor wordt de weerstand 0,175 ohm / 2,5 = 0,07 ohm Dus antwoord D is juist.



2.2
Ik zoek een stuk draad met doorsnede 2,5 mm2. Als ik zo’n draad in de schuifmaat klem meet ik een diameter van:

A
0,45 mm

B
1,40 mm

C
1,78 mm

D
5,60 mm

Het verband tussen doorsnede (A) en diameter (d) is:

Dus: antwoord C is juist

Terug naar homepage