Vragen voor week 34.


2.3
Een weerstand van 4 k en 20% tolerantie heeft als kleurringen:

A
geel rood zwart 

B
geel zwart oranje

C
geel zwart rood

D
zwart geel oranje



2.4
Welke factoren bepalen de capaciteit van de condensator

A
de afstand van de platen, de grootte van de lading

B
de grootte van de lading, het soort metaal

C
het soort metaal, de oppervlakte van de platen

D
de oppervlakte van de platen, de afstand van de platen



2.5
Een condensator van 50 μF heeft bij 50 Hz een wisselstroomweerstand van 

A
0,016 ohm

B
64 ohm

C
200 ohm

D
159 k



2.6
Om bij een condensator een lagere wisselstroomweerstand te krijgen moet ik de frequentie …………..(verhogen/verlagen) of de capaciteit ……….(verhogen/verlagen)



A
verhogen, verhogen

B
verhogen, verlagen

C
verlagen, verhogen 

D
verlagen, verlagen



2.7
Bewering I: ”de capaciteit van een luchtcondensator kan vergroot worden door glas als dielectricum te gebruiken” Bewering II: “de capaciteit van een luchtcondensator kan vergroot worden door de afstand van de platen te vergroten” Welke bewering(en) is(zijn) waar

A
alleen I

B
B. alleen II

C
C. zowel I als II 

D
geen van beiden



2.8

Een condensator van 10 nF wordt in serie geschakeld met een weerstand van 6 MΩ . De tijdconstante van deze combinatie is:

A
60 ms

B
600 s

C
6 min

D
6 uur



2.9
Bij het aansluiten van een bepaald type condensator moet je op de + en – pool letten. Dit type condensator is een

A
luchtcondensator

B
elektrolytische condensator

C
polystyreen condensator

D
mica condensator

Terug naar homepage