Vragen voor week 37.


Gegevens voor vraag 2.24 t/m 2.27
We hebben een apparaat A dat we willen voorzien van een gestabiliseerde spanning van 6 volt . De stroomsterkte die het apparaat trekt is 100 mA. We hebben een ongestabiliseerde gelijkspanning van 10 volt. Om deze spanning te stabiliseren maken we gebruik van deze rechts schakeling: In deze schakeling is de zenerspanning 6 volt. Als apparaat A aangesloten wordt loopt er door de zener een stroom van 10 mA
2.24
De waarde die we R moeten geven is maximaal

A
36 ohm

B
40 ohm

C
90 ohm

D
100 ohm



2.25
Het vermogen dat de weerstand dissipeert is

A
440 mW

B
600 mW

C
660 mW

D
1,1 W



2.26 Als apparaat A aangesloten en ingeschakeld is dissipeert de zener:

A
40 mW

B
60 mW

C
440 mW

D
660 mW



2.27
Als apparaat A niet aangesloten is dissipeert de zener:

A
40 mW

B
60 mW

C
440 mW

D
660 mW



2.28
Een varicapdiode wordt aangesloten in ……….. (vul in doorlaat of sper) richting en heeft bij vergroting van de spanning een ……….. (vul in lagere of hogere) capaciteit Ingevuld moet worden:

A
doorlaat, lagere

B
doorlaat, hogere

C
sper, lagere

D
sper, hogere



2.29
Als we lichtnetspanning gelijk willen richten met een diode krijgt de diode spanningspieken te verwerken van:

A
230 volt

B
325 volt

C
460 volt

D
650 volt

Terug naar homepage