Vragen voor week 38 inclusief uitwerkingen.



2.30
Een NPN transistor staat in geleiding door een basisstroom. Dan geldt: de basis﷓emtterdiode staat in …… (doorlaat/sper) richting en de collector﷓basis diode staat in …….. (doorlaat/sper) richting. Ingevuld moet worden: 

A
doorlaat, doorlaat

B
doorlaat, sper

C
sper, doorlaat

D
sper, sper

Om een basisstroom in de transistor te krijgen moet de basis-emitter diode in doorlaatrichting aangestuurd worden. De collector-basisdiode staat in sperrichting en wordt pas als er basisstroom is geleidend. Antwoord B is goed

2.31
Een NPN transistor staat in geleiding door een basisstroom. Wat geldt voor de stromen Ib, Ic , Ie

A
Ib is het grootst

B
Ic is het grootst

C
Ie is het grootst

D
Ie = Ic

De basisstroom en de collectorstroom lopen allebei naar de emitter. Bij de emitter is de stroom dus het grootst. Antwoord C is goed

2.32
Een NPN transistor staat in geleiding door een basisstroom. De basis is dan ……. (positief / negatief) t.o.v. de emitter en de collector is dan ………. (positief / negatief t.o.v. de emitter. Ingevuld moet worden 

A
positief, positief

B
positief, negatief

C
negatief, positief

D
negatief, negatief

NPN: collector N basis P emitter N Om de basis-emitter diode in doorlaat te krijgen moet de basis (P) dus positief zijn t.ov, de emitter (N). De collector-basis diode moet in sper staan dus de collector (N) moet positief zijn t.o.v. de basis (N) Antwoord A is goed

2.33
We willen uit het 230 volt net een
gelijkspanning maken van b.v. 12 volt.

Welke van de onderstaande schakelingen zijn daarvoor geschikt ? 

A
1 en 2

B
2 en 3

C
2 en 4

D
3 en 4

Een transformator werkt met wisselspanning, we moeten de spanning dus niet eerst gelijkrichten. Daarom is schakeling 1 niet goed. Schakeling 2 is wel goed en schakeling 3 ook. Bij schakeling 4 staan de diodes niet in de juiste richting  geschakeld en ontstaat er kortsluiting via de diodes : de diodes rechtsboven en rechtonder vormen dan een kortsluiting voor één helft van de periode van de wisselspanning en de andere twee diodes voor de andere helft. Antwoord B is goed

2.34
Welke van de schakelingen van vraag 2.33 levert dubbelfasige gelijkrichting 

A
1

B
2

C
3

D
4

Schakeling 2 levert enkelfasige gelijkrichting en schakeling 3 levert dubbelfasige gelijkrichting. Antwoord C is juist 

Terug naar homepage