Vragen voor week 42 inclusief uitwerkingen.


2.55
Bij een NEN poort geldt:

A
de uitgang is alleen laag als alle ingangen laag zijn

B
de uitgang is alleen laag als alle ingangen hoog zijn

C
de uitgang is alleen hoog als alle ingangen laag zijn

D
de uitgang is alleen hoog als alle ingangen hoog zijn

waarheidstabel van een EN poort en een NEN poort bij 2 ingangen:
Ingang 1
Ingang 2
uitgang EN poort
uitgang NEN poort
0
0
0
1
0
1
0
1
1
0
0
1
1
1
1
0
We zien dat antwoord B klopt voor de NEN poort

2.56
Bij een NOF poort geldt:

A
de uitgang is alleen laag als alle ingangen laag zijn

B
de uitgang is alleen laag als alle ingangen hoog zijn

C
de uitgang is alleen hoog als alle ingangen laag zijn

D
de uitgang is alleen hoog als alle ingangen hoog zijn

waarheidstabel van een OF poort en een NOF poort bij 2 ingangen:
Ingang 1
Ingang 2
uitgang OF poort
uitgang NOF poort
0
0
0
1
0
1
1
0
1
0
1
0
1
1
1
0
We zien dat antwoord C klopt voor de NOF poort

2.57
Bij een EN poort geldt: 

A
de uitgang is alleen laag als alle ingangen laag zijn

B
de uitgang is alleen laag als alle ingangen hoog zijn

C
de uitgang is alleen hoog als alle ingangen laag zijn

D
de uitgang is alleen hoog als alle ingangen hoog zijn

waarheidstabel van een EN poort :
Ingang 1
Ingang 2
uitgang EN poort
0
0
0
0
1
0
1
0
0
1
1
1
We zien dat antwoord D klopt voor de EN poort

2.58
Bij een OF poort geldt: 

A
de uitgang is alleen laag als alle ingangen laag zijn

B
de uitgang is alleen laag als alle ingangen hoog zijn

C
de uitgang is alleen hoog als alle ingangen laag zijn

D
de uitgang is alleen hoog als alle ingangen hoog zijn

waarheidstabel van een OF poort
Ingang 1
Ingang 2
uitgang OF poort
0
0
0
0
1
1
1
0
1
1
1
1
We zien dat antwoord A klopt voor de NOF poort

2.59
In deze schakeling is D hoog (=1). Dit kan het geval zijn bij 

A
 A=0 B=0 C=1 

B
A=0 B=1 C=1 

C
A=1 B=0 C=0

D
A=0 B=1 C=0 

D is hoog (=1) dus de ingangen van de EN poort moeten hoog zijn dus C is hoog en de uitgang van de OF poort moet ook hoog zijn, dus van de ingangen A en B moet er minstens één hoog zijn





Hieruit volgt dat antwoord B goed is

2.60
In deze schakeling is D hoog (=1). Dit kan het geval zijn bij   D is hoog , 

A
A=0 B=0 C=0

B
A=0 B=1 C=1

C
A=1 B=0 C=1

D
A=1 B=1 C=0

Als we de NOF poort zien als een OF poort gevold door een inverter , dan moet de uitgang van de OF poort dus laag zijn (=0) Dit betekent dat C=0 en de uitgang van de NEN poort = 0 (laag). Als we de NEN poort zien als een EN poort gevolgd door een inverter dan moet die EN poort dus hoog zijn. Dit kan als alle ingangen van die poort hoog zijn: dus A=1 en B=1 :
Dus antwoord D is juist

Terug naar homepage