Vragen voor week 45


3.6
 We schakelen een zenerdiode van 4 V parallel aan een zenerdiode van 12 V.
De zenerspanning van deze schakeling is dan

A
3 V

B
4 V

C
12 V

D
16 V

Bij 4V begint de linker zenerdiode te geleiden, hierdoor komt de rechter zenerdiode niet aan bod . Die rechter komt pas in geleiding bij 12 volt. Antwoord B is goed
3.7
We schakelen een zenerdiode van 4 V in serie met een zenerdiode van 12 V.
De zenerspanning van deze schakeling is dan 

A
3 V

B
4 V

C
12 V

D
16 V

De schakeling komt in geleiding bij 4 + 12 = 16 volt. Antwoord D is goed
3.8
We schakelen een weerstand en een condensator in serie. De fasehoek tussen stroom en spanning.: 

A
00

B
ligt tussen 0 en 900

C
is 900

D
is meer dan 900

In een serieschakeling kunnen we de spanningen optellen, door het faseverschil moeten we dat hier vectorieel doen. Tussen I en UR is de fasehoek 0 graden. Tussen I en UC is de fasehoek 90 graden. In een serieschakeling mogen we de spanningen optellen: hier wordt dat Ut. Uit de figuur blijkt dat de hoek tussen I en Ut tussen 0 en 90 graden ligt Antwoord B is dus goed
3.9
Voor de schakeling van vraag 3.8 geldt: de spanning over de schakeling ………… de stroom door de schakeling.
Ingevuld moet worden:  

A
loopt voor op

B
loopt achter op

C
loopt in fase gelijk met

D
is in tegenfase met

Zie ook de uitleg bij 3.8: door de condensator loopt de spanning achter op de stroom. Antwoord B is goed

3.10

Een weerstand van 100 ohm staat in serie met een spoel. We zetten er wisselspanning op. Bij meting blijkt dat de spanning over de schakeling en de stroom door de schakeling een faseverschil van 450 hebben. De reactantie van de spoel is bij die frequentie kennelijk 

A
50 ohm

B
71 ohm

C
100 ohm

D
142 ohm

In het geval de fasehoek 45 graden is moeten XL en R gelijk zijn, hier dus allebei 100 ohm Volgens de stelling van Pythagoras geldt dan Zt2 = XL2 + R2 = 1002 + 1002 = 20000 .
Z
t is dan √20000 = 142  .
Antwoord D is dus juist.



3.11
In de schakeling van vraag 3.10 gaan we de frequentie verhogen. De fasehoek:

A
wordt kleiner dan 450

B
blijft 450

C
wordt groter dan 450

D
wordt kleiner of groter, afhankelijk van de zelfinductie van de spoel

Er geldt XL = 2. π. f. L. Bij grotere frequentie f wordt XL dus meer.
Als we in de figuur van 3.10 XL langer tekenen wordt de fasehoek meer dan 45 graden
Antwoord C is dus goed
3.12
We maken een serieschakeling van een weerstand, een condensator en een spoel. We zetten er wisselspanning op. Bij de gebruikte frequentie geldt: R = 30 ohm, XL = 100 ohm en XC = 140 ohm.De impedantie van de schakeling is: 

A
30 ohm

B
40 ohm

C
50 ohm

D
270 ohm


Vector tekening (niet op schaal):

De reactanties van 100 en 140 heffen elkaar gedeeltelijk op. We houden een capacitieve reactantie van 40 ohm over:

De totale impedantie vinden we uit de volgende figuur:

Volgens de stelling van Pythagoras geldt nu Zt2 = 302 + 402 = 900 +1600 = 2500
Zt = √2500 = 50 ohm.  Dus antwoord C is juist

Terug naar homepage