Vragen voor week 49




3.31
In de getekende schakeling kiezen we R1 = 10 k en R2 = 1 k De spanningsversterking is dan

A
1 x

B
2 x

C
10 x

D
11 x


3.32
In de schakeling van vraag 3.31 is de ingangsimpedantie

A
circa 0,9 k

B
circa 1 k

C
circa 10 k

D
geen van deze antwoorden is juist


3.33
Met de schakeling van vraag 3.31 wil ik een spanningsversterking van 5 x maken. Als we voor R1 een weerstand van
 100 k nemen, welke waarde moet ik dan voor R2 nemen

A
20 k

B
25 k

C
400 k

D
500 k


3.34
In de getekende schakeling kiezen we R1 = 10 k en R2 = 1 k De spanningsversterking is dan

A
1 x

B
2 x

C
10 x

D
11 x


3.35
In de schakeling van vraag 3.34 is de ingangsimpedantie

A
circa 0,9 k

B
circa 1 k

C
circa 10 k

D
geen van deze antwoorden is juist


3.36
Met de schakeling van vraag 3.34 wil ik een spanningsversterking van 5 x maken. Als we voor R1 een weerstand van
100 k nemen, welke waarde moet ik dan voor R2 nemen ?

A
20 k

B
25 k

C
400 k

D
500 k


3.37
De schakeling van vraag 3.31 geeft een fasedraaiing van …….. graden en die van vraag 3.34 geeft een fasedraaiing van …….. graden. Ingevuld moet worden:

A
0; 0

B
0; 180

C
180; 0

D
180; 180



Terug naar homepage