Vragen voor week 50




3.38
Een versterker vertoont alleen lineaire vervorming. Bewering I : bij deze versterker komt een sninusvormig ingangssignaal er niet als sinusvormig signaal uit. Bewering II bij deze versterker is de frequentiekarakteristiek.niet recht Wat is waar ?

A
alleen bewering I

B
alleen bewering II

C
beide beweringen

D
geen van beide beweringen

Juiste antwoord: Bij lineaire vervorming vervormt een sinusvormig signaal tot iets dat niet meer sinusvormig is. Een niet-rechte frequentiekarakteristiek noemen we niet-lineaire vervorming. Antwoord A is dus juist

3.39
Een versterker vertoont alleen niet-lineaire vervorming. Bewering I : bij deze versterker komt een sinusvormig ingangssignaal er niet als sinusvormig signaal uit. Bewering II bij deze versterker is de frequentiekarakteristiek.niet recht Wat is waar ?

A
alleen bewering I

B
alleen bewering II

C
beide beweringen

D
geen van beide beweringen

Alleen een niet-rechte frequentiekarakteristiek noemen we niet-lineaire vervorming. Dus antwoord B is juist

3.40
Lineaire vervorming treedt het minst op bij versterkers van het type

A
klasse A

B
klasse B

C
klasse A/B

D
klasse C

Antwoord A is goed

3.41
 Welke klasse niet geschikt voor LF versterkers ?

A
klasse A

B
klasse B

C
klasse A/B

D
klasse C

Een versterker met weinig vervorming is mogelijk bij klasse A, en ook bij een balansschakeling met klasse B of A/B. Alleen klasse C is niet bruikbaar bij een LF versterker, je krijgt veel vervorming (die er niet met filters uit te halen is omdat een LF versterker alle LF frequenties moet versterken). Antwoord D is juist

3.42
Bij een klasse A/B versterker geleidt de buis of transistor gedurende

A
minder dan 180 graden

B
180 graden

C
meer dan 180 graden

D
360 graden

Bij een klasse B versterker is er geleiding gedurende 180 graden, maar bij een klasse A/B versterker is het werkpunt iets opgeschoven, die geleidt iets meer dan 180 graden, antwoord C is dus goed.

3.43
Bij een klasse B versterker geleidt de buis of transistor gedurende

A
minder dan 180 graden

B
180 graden

C
meer dan 180 graden

D
360 graden

Bij een klasse B versterker geleidt de buis of transistor de helft van de periode, d.w.z. 180 graden. Antwoord B is goed.


 (Bij een balansversterker neemt een andere buis of transistor de andere helft van de periode voor z’n rekening)
Bij een klasse C versterker geleidt de buis of transistor gedurende
3.44
A
minder dan 180 graden

B
180 graden

C
meer dan 180 graden

D
360 graden

Bij een klasse C versterker geleidt de buis of transistor minder dan de helft van de periode, d.w.z. minder dan 180 graden. Antwoord A is goed.

Terug naar homepage