Vragen voor week 4




3.65
Een ontvanger waar geen menging gebruikt wordt heet een

A
rechtdoor ontvanger

B
rechtuit ontvanger

C
superhet

D
dubbelsuper


3.66
Bij een ontvanger zien we één MF versterker trap. Dit is een ontvanger van het type

A
rechtdoor ontvanger

B
rechtuit ontvanger

C
superhet

D
dubbelsuper


3.67
Bij een ontvanger met een 1e MF van 455 kHz staat de oscillator op 14000 kHz. De ontvangstfrequentie zou kunnen zijn

A
13545 kHz

B
14000 kHz

C
14910 kHz

D
15365 kHz


3.68
Bij ontvangst van een signaal op 21000 kHz hebben we last van een signaal op de spiegelfrequentie van 22000 kHz. De oscillator staat hier kennelijk op

A
1000 kHz

B
21000 kHz

C
21500 kHz

D
22000 kHz


3.69
Om bij een superhet geen last te hebben van spiegelfrequenties moeten we goed filteren in

A
de HF versterker

B
de MF versterker

C
de LF versterker

D
de detector


3.70
Bij een dubbelsuper kunnen we de spiegelonderdrukking goed krijgen door:

A
een lage 1e middenfrequentie

B
een hoge 1e middenfrequentie

C
een lage 2e middenfrequentie

D
een hoge 2e middenfrequentie


3.71
Een smalbandige dubbelsuper krijgen we voor elkaar m.b.v.

A
een lage 1e middenfrequentie

B
een hoge 1e middenfrequentie

C
een lage 2e middenfrequentie

D
een hoge 2e middenfrequentie


3.72 Bij een dubbelsuper is de ontvangstfrequentie 28 Mhz, de 1e MF 10 MHz en de 2e MF 500 kHz. De 1e oscillator zou kunnen oscilleren op

A
9,5 Mhz

B
17,5 Mhz

C
18 Mhz

D
27,5 Mhz






Terug naar homepage