Vragen voor week 6




3.73
Het gebruik van ruisarme transistoren is vooral van belang bij

A
de HF versterker

B
de MF versterker

C
de detector

D
de LF versterker

 
3.74
Bewering 1: de preselectie helpt om spiegels te onderdrukken. Bewering 2: de preselectie helpt om oversturing van de HF versterker te voorkomen Wat is waar:

A
alleen bewering 1

B
alleen bewering 2

C
beide beweringen

D
geen van beide beweringen

 
3.75
In een dubbelsuper wordt de bandbreedte bepaald door

A
de preselectie

B
de VFO

C
de 1e MF

D
de 2e MF


3.76
Voor welk deel van een ontvanger wordt de voedingsspanning apart gestabiliseerd:

A
de HF versterker

B
de VFO

C
de 1e MF

D
de 2e MF


3.77
Een begrenzer wordt toegepast in een ontvanger voor:

A
AM

B
CW

C
FM

D
SSB


3.78
De automatsche versterkingsregeling zetten we op “SLOW” bij

A
AM en FM

B
SSB en CW

C
AM en SSB

D
SSB en FM


3.79
De automatsche versterkingsregeling zetten we op “FAST” bij

A
AM en FM

B
SSB en CW

C
AM en SSB

D
SSB en FM


3.80
Een zender verhoogt z’n vermogen van 10 W naar 100 W. Bij de ontvanger loopt de S-meter daardoor op met circa

A
1 S punt 

B
1,5 S punt 

C
2 S punten

D
10 S punten




 

Terug naar homepage